De vooruitzichten voor de wereldeconomie – een gedachtenwisseling met José Tapia

Een lezer uit Nederland heeft ons een aantal vragen gestuurd voor José Tapia naar aanleiding van zijn artikel, “Op weg naar een nieuwe wereldwijde recessie? Vooruitzichten voor 2016 en verder“, dat verscheen in het februari 2016 nummer (van The Brooklyn Rail) in de rubriek Field Notes.

Beste José,

Ik zocht op het internet naar een artikel over de economische situatie, dat begrijpelijk is voor de niet- econoom zoals ik. Ik vond je artikel “Op weg naar een nieuwe wereldwijde recessie?” in het februari- nummer van Brooklyn Rail. Mijn belangstelling werd getrokken omdat je begon met loon, winst, en werkloosheid; de verbanden hiertussen waren mijn hele werkzame leven raadselachtig voor me. Het artikel is weliswaar begrijpelijk, maar laat mij met enkele vragen achter, een aantal kleine vragen, sommige enorm:

Je hebt misschien gelijk om niet in te gaan op verschillende economische beleidsmaatregelen, maar het artikel zegt niets over het algemene beleid van de massale injectie van geld in de wereldeconomie, en de ogenschijnlijke mislukking daarvan. De G20-top een maand geleden leek te zeggen dat dit beleid niet meer werkt. Waarom?

Zijn de olieprijzen laag als gevolg van het lage niveau van de economische activiteit? Het artikel lijkt de aanwezigheid te veronderstellen van een vrije markt in olie, waar we in feite een OPEC-kartel zien en een succesvolle politiek van de Verenigde Staten om onafhankelijk te zijn van aardolie en gas uit het Midden Oosten, om evidente geopolitieke redenen. Tegelijkertijd horen we in de media dat de hele energiesector grotendeels overgewaardeerd is. De ineenstorting van die sector zou een enorme impact hebben. En in het algemeen, is het kapitalisme vandaag de dag echt een vrije markteconomie, zoals je zegt in de eerste alinea?

Het artikel heeft natuurlijk zijn eigen aandachtspunten, maar hoe zit het met de dramatische situatie in de BRIC-landen en de daling van de aandelenmarkten? Analisten maken zich daar grote zorgen over.

Ik ben nu met pensioen, maar na mijn studentenjaren was het in de jaren 1980 moeilijk om een baan te vinden. Na jaren van meerdere baantjes, te klein om van rond te komen, had ik het geluk om uiteindelijk een fatsoenlijke baan te vinden. Maar hoe zit het met de vele werklozen die ik nu zie? Zullen mijn kinderen wel werk vinden? Wat kunnen arbeiders doen? Veel harder werken voor veel minder, zoals alle economen ons al jaren vertellen? Het artikel zegt dat de arbeiders “besluiteloos” zijn. Wil je daarmee suggereren dat werknemers een keuze hebben “op de arbeidsmarkt”, en dat ze, als ze werk vinden, de werkdruk of de intensiteit van het werk kunnen controleren? Meestal moest ik accepteren meer en meer werk te verzetten in minder tijd, en in de laatste jaren ook nog voor minder geld omdat de lonen in Europa niet langer gekoppeld zijn aan veranderingen in de productiviteit, en zelfs niet aan de prijzen. Ik zie deze veranderingen van de afgelopen decennia niet terug in de statistieken die je laat zien op basis van de jaarlijkse wijzigingen (zoals beursanalisten doen). Hoe kan er een recessie komen wanneer de productiviteit van de arbeid nog nooit zo hoog was in de menselijke geschiedenis?

Beste wensen, Fredo

 

Antwoord van José Tapia

Beste Fredo,

Je stelt vragen over algemene zaken, die grote economische en politieke gevolgen hebben. Je eerste vraag gaat over het algemeen beleid van de massale liquiditeitsinjecties in de wereldeconomie, en de ogenschijnlijke mislukking daarvan. Het beleid van de Amerikaanse Federal Reserve was om activa (voornamelijk obligaties van nationale schuld) die zich in handen van particuliere banken bevinden op te kopen om daarmee het vermogen van de banken om krediet te verlenen aan ondernemingen te verbeteren. In de afgelopen jaren hebben de Nationale Bank van Japan en de Europese Centrale Bank een soortgelijk beleid van ‘soepele kredietverschaffing’ gevoerd, waarvan werd verwacht dat dit het bedrijfsleven zou stimuleren. Het lijkt er echter op dat dit niet gebeurde, omdat er niet veel vraag van bedrijven is om te lenen van banken. Bovendien, de banken zijn niet enthousiast om leningen te verstrekken, omdat ze er de voorkeur aan geven om contant geld bij de hand te hebben om te reageren op mogelijke eventualiteiten. Ik ben geen expert op het gebied van financiële markten, maar gezien recente rapporten lijkt het er op dat veel grote banken (Deutsche Bank, Bank of America en Santander, om drie voorbeelden te noemen) op dit moment sterk lijden onder slechte schulden. De wereldwijde financiële crisis van 2008 – 2009 werd nooit goed afgesloten in de zin dat, als gevolg van massale overnames door de overheid, veel financiële instellingen, die zich in feite in betalingsproblemen bevonden, in leven gehouden werden; sommige economen noemden dit zombie banken vanwege de miljarden aan “giftige activa” in hun portefeuilles. Vervolgens verhoogden de massale overnames het niveau van de schuldenlast van veel overheden, die nu op hun hoede zijn over de mogelijkheid om tot verdere overnames over te gaan als een nieuwe recessie begint. Daarom kunnen banken, verzekeraars en beleggingsfondsen op elk moment in grote problemen komen en de situatie van het mondiale financiële “systeem” is over het algemeen zorgelijk, zodat zelfs een lichte schok (zoals wanneer Griekenland of een ander land ophoudt te betalen) misschien kan leiden tot een sterke turbulentie. Maar het is duidelijk dat de vele bestaande schulden van de nationale overheden, bedrijven en particulieren niet terugbetaald kunnen en niet zullen worden.

Olie en gas goedkoper

Je stelt ook vragen over de internationale oliemarkten en of deze beschouwd kunnen worden als vrije markten, ondanks het bestaan van een OPEC-kartel en een succesvol beleid van de Verenigde Staten om onafhankelijk te zijn van olie en gas uit het Midden- Oosten. Wel, het lijkt me dat de Organisatie van Olie-Exporterende Landen momenteel heel weinig mogelijkheden heeft om de olie- en gasprijzen beïnvloeden. Inderdaad treffen de huidige lage prijzen de OPEC-landen, die hun olie-inkomsten ernstig verminderd zien, waardoor grote begrotingsproblemen in deze economieën ontstaan die grotendeels worden gesubsidieerd door olieverkopen. In 2015 waren afspraken van de OPEC over de productieplafonds om de prijsdalingen te voorkomen, totaal ineffectief; OPEC-leden leefden ze niet na, en de plafonds werden uiteindelijk door de OPEC in december vorig jaar opgeheven. Aan de andere kant, kan verhoging van de Amerikaanse productie van olie en gas sinds 2009 nauwelijks worden opgevat als “een succesvolle politiek van de Verenigde Staten om onafhankelijk van olie en gas uit het Midden-Oosten te worden”, omdat deze ontwikkelingen grotendeels plaatsvinden onafhankelijk van welk Amerikaans overheidsbeleid dan ook. Zoals de grafiek laat zien, de Verenigde Staten blijven in hoge mate afhankelijk van olie-import, omdat de nationale productie op dit moment minder is dan 60% van de binnenlandse vraag. Aan de andere kant, belemmeren de lage prijzen van olie en gas op de internationale markten de olie- en gasproductie in de Verenigde Staten, die duur is. Feitelijk is de productie van ruwe olie en gas in de Verenigde Staten in de afgelopen maanden snel gedaald, en producenten zijn gedwongen geweest om duizenden banen te schrappen, en de Amerikaanse faillissementen van olie- en aardgasbedrijven steeg met 379% in 2015. Ik interpreteer dit allemaal zo, dat hieruit blijkt dat de internationale oliemarkt met zijn kartel en al de grote bedrijven grotendeels lijkt op een oligopolistische structuur (een markt met slechts een paar verkopers), nog steeds een vrije markt is waar geen van de verkopers genoeg macht heeft om de prijs aan te passen.

Achteruitgang van de BRIC-landen

De BRIC-groep – Brazilië, Rusland, India en China – en vele andere economieën die na 2010 met betrekkelijk hoge percentages gegroeid waren, vertragen nu snel, wat waarschijnlijk een van de verklaringen is voor de daling van de olieprijzen. Dit is ook een fundamentele reden om een wereldwijde recessie in de nabije toekomst te verwachten. Landen met hoge inkomens genereren een stagnerende of dalende vraag naar consumptiegoederen geproduceerd in landen als China, Korea en Japan; de wereldwijde vraag naar energie en grondstoffen geproduceerd in Afrika, het Midden- Oosten, Latijns-Amerika, Rusland en Australië stagneert, evenals de vraag vanuit China en andere producenten van gefabriceerde waren, naar kapitaalgoederen die door Duitsland en andere landen met hoge inkomens worden voortgebracht: deze drie effecten voeden elkaar en het is moeilijk voor te stellen uit welke de bron de vraag tevoorschijn zou kunnen komen, die kan verhinderen dat de situatie zich ontwikkelt tot een open crisis – dat wil zeggen een nieuwe wereldwijde recessie. De huidige turbulentie op de aandelenmarkten lijkt mij een weerspiegeling van de onzekerheden van de huidige situatie; uiteindelijk zullen de aandelenmarkten instorten, zoals altijd het geval is onmiddellijk voordat een recessie zich manifesteert.

chart2

 

De huidige eeuw is zwanger is van mogelijkheden, maar …

Volgens de Wereldbank waren in 2014 wereldwijd 200 miljoen mensen werkloos, 5,9% van de wereldwijde beroepsbevolking van 3,4 miljard. Een nieuwe recessie zou een paar honderd miljoen meer werklozen veroorzaken. Natuurlijk zou dit veel ontberingen met zich meebrengen: de werkloosheid leidt tot groot persoonlijk leed in onze vrije markteconomie, waarin het van levensbelang is voor individuen en gezinnen niet zozeer dat goederen die voldoen aan de eerste levensbehoeften bestaan, maar dat ze het geld hebben om deze te kopen – dit in tegenstelling tot andere tijdperken, waarin sprinkhanenplagen of droogtes hongersnoden veroorzaakten. Dat gezegd hebbende, het is een vergissing om te denken dat een nieuwe recessie het ergste is dat kan gebeuren, zodat alles moet worden gedaan om deze mogelijkheid te voorkomen. Inderdaad worden veel grote maatschappelijke problemen op dit moment niet veroorzaakt door een gebrek aan economische groei, maar door open of latente oorlogen, zoals die op dit moment plaatsvinden in vele delen van Latijns-Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Ik ben niet optimistisch over de toekomst. Het lijkt mij dat de huidige eeuw zwanger is van mogelijkheden, maar twee mogelijke uitkomsten, klimaatgerelateerde rampen en een nieuwe wereldoorlog zouden heel slecht zijn. Mensen die nu jonger zijn dan dertig of zelfs veertig moeten zeer bezorgd over wat er zal gebeuren, laten we zeggen, in de jaren 2030 en 2040. De natuurkundige Stephen Hawking zei onlangs dat met de huidige technologie, waarbij machines alles wat we nodig hebben kunnen produceren, de uitkomst zal afhangen van hoe de dingen worden verdeeld, zodat iedereen kan genieten van vrije tijd als de machinegeproduceerde rijkdom wordt gedeeld, “of de meeste mensen komen er uiteindelijk jammerlijk slecht van af als de machine-eigenaren succesvol lobbyen tegen de herverdeling van rijkdom.” Voor Hawking lijkt de trend in de richting te gaan van steeds grotere ongelijkheid. Maar zelfs Hawking lijkt me te optimistisch, omdat machinale productie en vrije tijd op basis van consumptie afhankelijk zijn van het energieverbruik, wat de verbranding van fossiele brandstoffen met zich meebrengt en dit gekoppeld is aan een ander groot risico voor de mensheid in de komende decennia: klimaatverandering. De consumptieniveaus van de landen met hoge inkomens zijn niet duurzaam. In China is de verhouding van aantallen auto’s tot mensen 1 op 30, terwijl het in de Verenigde Staten 1 op 1,3 is. In 2010 was de dagelijkse consumptie van aardolie per persoon in China ongeveer een tiende van het verbruik in de Verenigde Staten.

Wat moet er gedaan worden?

Dus, wat moet er gedaan worden? Wel, ik weet het niet. Ik ben het eens met Albert Einstein dat we een socialistisch systeem op basis van de samenwerking tussen mensen nodig hebben, en ik ben het met Karl Marx eens dat de huidige maatschappij de krachten voortbrengt die dit tot leven kan brengen. Maar pogingen om socialistische maatschappijen op te bouwen zijn belangrijke mislukkingen geworden; sociale verandering is inderdaad erg moeilijk. Nog maar 150 jaar geleden bestond in de Verenigde Staten slavernij op grote schaal. Voor de hand liggende taken zijn het voorkomen van oorlogen en voorkomen dat we met het verbranden van fossiele brandstoffen ons klimaat vernietigen; maar dit kan niet worden bereikt zonder tegelijkertijd te strijden voor de basisbehoeften van iedereen, waartoe fundamentele vrijheden evengoed behoren als het hebben van een baan, fatsoenlijke huisvesting, goede gezondheidszorg, en omstandigheden waarin we relatief zeker zijn niet te worden gedood door de georganiseerde misdaad of georganiseerde overheid. Afgezien hiervan, wat kunnen we anders doen? Misschien moeten we compromisloos zijn tegenover despoten, fanatici, en regeringen die hun eigen wetten breken, meer aandacht besteden aan de opvattingen van mensen met verschillende waarden en culturen, ons vermogen cultiveren om te leven met de basisbehoeften – minder spullen (die de mensheid zich niet kan veroorloven) nodig hebben – en genieten van menselijke relaties die zeer overvloedig en zeer bevredigend kunnen zijn, als deze zijn gebaseerd op het vertrouwen en de empathie die voortdurend worden ontkend door de werking van onze markteconomie. Het is inderdaad zo dat de economie schommelt tussen pieken en dalen omdat we leven in een vrije markt systeem. Economen zoals Karl Marx, Wesley Mitchell, Henryk Grossman, en Jan Tinbergen dachten dat de daling van de winst die de dalen veroorzaakt, en ik ben het eens met hen. Dit is zo omdat wanneer de winsten dalen, het geld wordt opgepot en in de speculatieve sfeer gaat, de investeringen dalen, de markten worden overstroomd met onverkochte goederen en de crisis uitbreekt.

Bedankt voor je vragen, en veel geluk.
We hebben het allemaal nodig.

-José Tapia

Over de schrijver José A. Tapia

JOSÉ A. TAPIA is een Associate Professor of Politics aan de Drexel University, Philadelphia. Zijn onderzoek is gepubliceerd in het Journal of Health Economics, de American Journal of Epidemiology, Social Science & Medicine, PNAS, en andere tijdschriften.

Zie voor alle artikelen van José Tapia in The Brooklyn Rail.

Bron: The Brooklyn Rail Field Notes, April 6th, 2016.

Advertenties
De vooruitzichten voor de wereldeconomie – een gedachtenwisseling met José Tapia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s