Over het scherm rolden … (september 2016)

Op internet verschijnen meer actuele bijdragen tot de zelfstandige arbeidersstrijd dan we kunnen vertalen in het Nederlands. In deze rubriek presenteren we met enige regelmaat de meest interessante van deze webteksten.Norfield-web1

  • “Groot-Brittannië  danst de Brexit-limbo” door Tony Norfield, verschenen in The Brooklyn Rail.

  • Is een revolutie mogelijk in de 21ste eeuw? Zeven stellingen van Angry Workers (UK), gepubliceerd op Libcom.org.

  • Begin van een debat, “De rol en de structuur van de revolutionaire organisatie” door Battaglia Comunista, gepubliceerd door ICT / CWO.

In mei 2016 plaatsten we al Norfields artikel Brexit – een nieuw synoniem voor de crisis uit The Brooklyn Rail. Hier een samenvatting van zijn vervolgartikel.


Groot-Brittannië  danst de Brexit-limbo
door Tony Norfield

De Britse elite die zich lang profileerde als uiterst ervaren heersende klasse, verschijnt nu als roekeloze lastpost. Wat doet deze bourgeoisie om een Brexit te voltrekken die ze in meerderheid niet wenste? Nu al is duidelijk dat de scheiding van GB van de EU een lang en pijnlijk proces zal zijn. De verwachting dat GB niet voor 2017 volgens art. 50 haar vertrek uit de EU zal aanvragen, wordt wel gezien als een slim foefje om de onderhandelingen te rekken. Wat ook meespeelt is een streven om het vertrek van GB uit de EU pas na de verkiezingen van 2017 in Duitsland, Frankrijk en Nederland te laten plaatsvinden. Maar hoe dan ook, de Britse bourgeoisie is op dit moment uiterst verdeeld en verward over de gevolgen en de aanpak van een Brexit.

Ondertussen heeft het onmiddellijke vertrek na de stembusuitslag van de Britse Eurocommissaris voor Financiën een tendens tot verzwakking van de postitie van de Londense City als financieel wereldcentrum verder versterkt. Met het vervangen van  Cameron door May en het bewerkstelligen van enkele koerswijzigingen probeert de Conservatieve partij de situatie te stabiliseren. May presenteerde zich met nationalistisch klaroengeschal, gericht tot de Britse arbeidersklasse. Het boegbeeld van de Brexit-campagne en rivaal van Cameron, Boris Johnson, berucht vanwege zijn ondiplomatiek optreden, werd door May binnengehaald om … de onderhandelingen met de EU te leiden. Deze stap is meer gemotiveerd door het streven om een belangrijke tegenstander binnen haar partij in te pakken en om naar buiten een beeld te scheppen dat de Brexit echt wordt nagestreefd. De effectiviteit van clown Boris als onderhandelaar is twijfelachtig. Om het risico te spreiden (hoewel), of op anderen af te schuiven wanneer het echt mis mocht gaan, wordt Johson bijgestaan door David Davis en Liam Fox. Fox, verbonden met de wapenhandel, is terug van weggeweest na een bonnetjes-schandaal, en opmerkelijk stil. David Davis is in werkelijkheid de belangrijkste van de drie Brexit-musketiers. Ook hij deed net als May zijn best om de Britse arbeiders gerust te stellen door te verklaren zich met name te zullen richten op het opruimen van de handelsbelemmeringen door de EU en niet op het flexibiliseren van de arbeidsmarkt. Naast deze schijn van concessies aan de arbeiders – die vooral Labour de wind uit de zeilen hebben genomen – is er sprake van een ommekeer in de politiek voorzover geplande bezuinigingen zijn afgeblazen en de Bank of England stimulerende maatregelen heeft genomen om de economie wat op te peppen.

In zijn slotbeschouwing antwoordt Norfield als volgt op de vraag waarom de Brexit zo lang duurt – in strijd met de belangen van in GB gevestigde bedrijven:

“… het probleem is niet alleen dat ervaren deskundige onderhandelaars niet beschikbaar zijn. Het is erger: er geen eenvoudige en wellicht geen echte oplossing voor deze impasse. In de ene of andere vorm, zullen de Britse EU-relaties zeker voortbestaan, maar de vraag is hoe? Politieke en economische factoren geven ruim baan aan conflict aan beide zijden van de komende onderhandelingen en, op zijn zachtst gezegd, er zijn geen precedenten waaruit een juiste beoordeling van de waarschijnlijke uitkomst kan worden afgeleid.

Wanneer het lijkt alsof de heersende elites in Groot-Brittannië, Europa en elders slechts al doende kijken waarheen de weg leidt, dan is dat omdat ze dat inderdaad doen. Wat kapitalistische beleidsmakers op zijn best kunnen doen, is wat ze deden in de nasleep van de financiële ineenstorting van 2007-2008, en wat inmiddels in talrijke memoires door direct betrokkenen is uitgelegd – iets wat op zijn gunstigst ‘tactische flair’ kan worden genoemd. Zo werden bijvoorbeeld tijdens het beroemde “Lehman weekend” in september 2008, de US Treasury en de Federal Reserve geconfronteerd met pogingen om het financiële systeem te redden. Ze riep banken en investeringsfondsen op tot noodhulp vergaderingen en deden wanhopige oproepen (met inbegrip aan het UK) tot steun aan een aantal Amerikaanse financiële bedrijven die op datzelfde moment op instorten stonden. Andere voorbeelden in overvloed, waaronder veel in Europa, van beleidsinitiatieven van de Europese Centrale Bank tot die van de Bank of England.

De nasleep van de Brexit-stemming is niet zo acuut voor het UK als het debacle van 2007 – 2008, maar het management om weer een instorting te voorkomen is nauwelijks een teken van gezondheid. Het Britse economisch beleid is aan het veranderen, zoals eveneens in andere landen. Dit geeft aan hoe het beleid wordt aangepast aan wat artsen de chronische fase van de ziekte zou kunnen noemen, na de acute fase, in dit geval de ziekte van moderne kapitalisme. De patiënt – de Britse of andere grote economieën – kent nu goede dagen, dan slechte dagen, wat leidt tot een aantal kortstondige vlagen van optimisme over herstel. Maar de ziekte is niet van plan om weg te gaan en de schulden blijven stijgen. Vanuit het perspectief van het grootste deel van de bevolking, zal de economische ‘groei’ er op zijn best uitzien als stagnatie.

Dit helpt te verklaren waarom politici deze dagen zo incompetent of machteloos lijken. Het is geen teken van een mysterieuze virusinfectie die vooral greep heeft op de zittende elites, hoe aannemelijk dat misschien ook klinkt, zeker als we kijken naar de keuze waarvoor Amerikaanse kiezers in november worden gesteld. Dat wordt anders als we er rekening mee houden dat de huidige generatie politici is gevormd zonder enige twijfel bij het idee dat de werking van de kapitalistische markten welvaart brengt. Deze generatie politici wordt nu geconfronteerd met veel moeilijke keuzes. De keuzemogelijkheden die nu misschien aantrekkelijker lijken -tactisch, strategisch, wie zal het zeggen? – dreigen vaak het kader te ontmantelen waarop zij tot nu toe hebben vertrouwd , met alle onvoorspelbare gevolgen van dien. Dit resulteert in politieke wanorde, met langdurige, stuntelige aarzelingen en wilde roekeloosheid. Als de post-Brexit ontwikkelingen in het UK beginnen te lijken op scènes uit een slechte B-film, met houterige acteurs die niet overtuigende dialoog spuien en die rondstruikelen tussen wankele decors, dan is dat slechts een weerspiegeling van een door crisis geteisterde wereld.”

Volledige artikel in Engelse taal: http://www.brooklynrail.org/2016/09/field-notes/britains-brexit-limbo


Is een revolutie mogelijk in de 21ste eeuw?
Zeven stellingen van Angry Workers (UK)

Deze tekst is geschreven als preprint van een inleiding van de group Angry Workers op de anarchistische boekenbeurs komende oktober in Londen. Als zodanig geven de stellingen een indruk van wat er leeft in engelstalige libertair communistische, anarchosyndicalistische en ‘communisation’ milieus. Hier volgt een vertaling van de inleiding op de tekst:

Opstand en Productie

Een empirische breinbreker voor het debat over de strategie van de arbeidersklasse: Eerste stappen in een zes maanden durende revolutionaire overgangsperiode in de regio Groot-Brittannië

soldier
Angry Workers World

Beste medereizigers,

We hebben eerder een paar teksten geschreven over ‘revolutionaire strategie’ waarin we de nadruk legde op het verband tussen het bestaan van arbeiders binnen het sociale productieproces, ervaringen van alledaagse strijd en de mogelijkheid van een bredere beweging van de arbeidersklasse – iets wat anderen ‘sociale staking’ hebben genoemd. Terwijl we van mening blijven dat we alleen vruchtbare voorstellen tot organisatie kunnen doen door een analyse van de concrete alledaagse strijd van onze klasse, denken we dat het geen kwaad kan om onze gedachten te bespreken over hoe een revolutionaire situatie in de 21e eeuw eruit zou kunnen zien. Door na te denken over de toekomst kunnen we misschien onze visie op de huidige situatie verduidelijken.

We staan in deze niet alleen. Sinds de opstanden in 2010/11 ( ‘Arabische Lente’, enzovoort) en de algemene toename van de sociale bewegingen en wereldwijde stakingsgolven in de afgelopen tien jaar, zijn er binnen radicaal en niet zo radicaal links veel discussies geweest over transities, post-kapitalisme, sociale stakingen of het tijdperk van rellen en toekomstige opstanden. In deze tekst zullen we ons kort bezighouden met een aantal van de belangrijkste ideeën die naar voren in deze recente analyses van de revolutie en van fundamentele maatschappelijke veranderingen. We doen dit om te wijzen op een aantal beperkingen aan deze theorieën, maar ook om er politieke consequenties uit te trekken. De twee belangrijkste kampen waarnaar we hier kijken zijn, niet verrassend, gezien de titel, dat van degenen in het radicale milieu die een opstandige benadering van politieke actie voorstaan (rellen op straat, spontane proletarische actie, eventueel door mensen in de marge, de zogenaamde ‘surplus bevolking’), en degenen die de neiging hebben zich te concentreren op de arbeiders in de productie en de collectieve kracht die daarvan uitgaat, maar die dit misschien niet relateren aan een bredere kijk op de algemene proletarische verarming en andere terreinen van het leven en van strijd. Wij geven ons perspectief dat probeert verder te gaan dan de traditionele benaderingen van opstand en syndicalisme met de bedoeling om op een minder abstracte manier na te denken over wat een communistische revolutie eigenlijk zou kunnen betekenen. Daartoe bestaat het hoofdgedeelte van de tekst uit een empirisch onderzoek naar wat wij noemen “essentiële bedrijfstakken” in de regio UK, die ongeveer 13 miljoen werknemers omvatten. We denken dat dit de ruggengraat van onze kracht in de revolutionaire overgangsperiode zal vormen willen we onszelf reproduceren (overleven; vert.), terwijl de contrarevolutionaire krachten proberen ons te verpletteren.

Hoewel dit enigszins kan lijken op een vlucht in een idealistische, onbekende toekomst, denken wij dat een heroverweging van de relatie tussen proletarische geweld, opstand en productie op het niveau van de 21ste eeuwse klassesamenstelling, zal bijdragen tot de basis van onze huidige praktische politieke oriëntatie. Dit in een tijd van algemene politieke desoriëntatie (waarvan we de Corbyn-manie als een duidelijk teken beschouwen!) als nasleep van ervaren nederlagen en inkapseling over de hele wereld in de afgelopen jaren. Kortom, we hopen in de volgende tekst een aantal fundamentele aannames over een communistische revolutie in een meer concrete context te plaatsen. We doen een poging in zeven stappen (…)

Hieronder geef ik elk van de 7 stellingen weer met telkens een kanttekening. Voor de volledige tekst van elk punt verwijs ik naar de Engelse tekst.

De vertaler.

a) De realiteit van de recente strijd met een kort overzicht van de opstanden van 2010/11 vanuit een revolutionair perspectief;

ad a) Angry Workers waarschuwt terecht met name tegen de opvattingen van Paul Mason die in de UK in navolging van Syrizia in Griekenland en Pomodos in Spanje tot een nationalistisch stellingname is gekomen.

b) De revolutionaire essentie van het kapitalisme: korte opmerkingen over het debat over ‘overbevolking’ (rellen) vs. ‘globale arbeidersklasse’ (wereldwijde productie) in antwoord op de vraag wat de belangrijkste revolutionaire tegenstellingen in het kapitalisme zijn die we kunnen aanpakken;

ad b) Angry Workers stelt vast dat ‘theorie’-vorming op dit punt slechts de bestaande verdeling van de arbeidersklasse in werkenden en werklozen weerspiegelt, zonder deze ter discussie te stellen. Hun analyse van deze verdeling is zeker de moeite waard, evenals de verwijzing naar Wildcat’s tekst ‘Global Working Class’.

c) De materiële (regionale) verdelingen binnen de arbeidersklasse: enkele gedachten over de gevolgen van de ongelijke ontwikkeling op de manier waarop arbeiders verarming en hun productieve kracht anders ervaren;

ad c) Bevat een poging to relativering van Trotsky’s theorie van gecombineerde ontwikkeling. In dit verband wijs ik op het belang van Pannekoek’s benadering van het Aziatisch despotisme en de daaraan gestelde historische begrenzing. Zie mijn artikel in “Als in China een vlinder met zijn vleugel klapt…”)

d) De regionale ruggengraat van de opstand: empirisch materiaal over de structuur van de essentiële bedrijfstakken in de regio Groot-Brittannië;

ad d) De tekst beantwoordt op basis van feiten vragen als 1. hoeveel voedsel is nodig? 2. welke tekorten ontstaan als de UK is afgesneden van de buitenwereld? 3. hoeveel arbeiders bemensen belangrijke bedrijfstakken en wat is hun klassesamenstelling? 4. waar bevinden deze belangrijke bedrijfstakken in geografisch opzicht? 5. hoe omvangrijk is de plaatselijke middenklasse? 6. welke is de klassensamenstelling van de plaatselijke agrarische sector? 7. hoe verzekeren leger en politie hun voortbestaan?

e) ‘Wat is communisme?’: korte conclusies over de revolutionaire overgang;

ad e) Bevat waardevolle kritieken op achterhaalde, eenzijdige of ronduit burgerlijke ideeën afkomstig uit het trotskisme, anarcho-syndicalisme operaïsme en ‘communisation’.

f) De basisstappen van het organiseren van de revolutie: wat zou een revolutie van de arbeidersklasse in de eerste maanden van haar bestaan moeten tot stand moeten brengen?

Ad f) leidt tot een 12-punten revolutionair programma. Voor een tekst afkomstig uit een milieu dat wars is van programma’s is dit op zich al een grote stap voorwaarts.

g) Revolutionaire organisatie. Hier stellen wij dat dit perspectief op de ‘revolutie van morgen’ ons in het hier en nu niet onberoerd laat, want het vraagt om bepaalde organisatorische inspanningen. We schetsen welke die zou kunnen zijn.

ad g) is nauwelijks verder uitgewerkt dan enkele open vragen. Veelbetekend stelt men de vraag of deelname aan parlementaire politiek iets kan betekenen.


Begin van een debat
“De rol en de structuur van de revolutionaire organisatie”
door Battaglia Comunista

Battaglia Comunista produceerde Taak en structuur van de Revolutionaire Organisatie voor de Tweede van Internationale Conferenties in 1978. Dit is een ook nu – of juist nu – belangrijke tekst over het onderwerp van de revolutionaire organisatie, een vraagstuk waarmee b.v. hierboven de groep Angry Workers zo’n moeite heeft. We vertalen hieronder de actuele inleiding bij deze tekst door de CWO in de hoop belangstelling te wekken voor de Engelse vertaling (voor het eerst op basis van het Italiaanse origineel) en wie weet een vertaling in het Nederlands.

International_Womens_Day_1917-resize_0
1917 Internationale Vrouwendag

De revolutionaire partij en de arbeidersklasse

Het document door de internationalisten van Battaglia Comunista over “De rol en de structuur van de Revolutionaire Organisatie” komt voort uit de Tweede van de internationale conferenties bijeengeroepen door (het zich destijds) Internationalistische Communistische Partij (noemende; vert.) Battaglia Comunista, die in 1978 plaatsvond. Het is nooit eerder door ons in het Engels gepubliceerd, maar we doen dat nu in het kader van een discussie over de rol en de structuur van de revolutionaire partij in de Internationalistische Communistische Tendens die zal uitmonden in een vergadering later dit jaar. Het is de eerste van een reeks van dergelijke documenten over verschillende aspecten van het partij-vraagstuk. Daarom geven we bij wijze van voorwoord de achtergrond.

Een van de centrale en meest netelige vragen (in ieder geval sinds de mislukking van de revolutie in Rusland) is de vraag naar de rol en de aard van een revolutionaire minderheid van de arbeidersklasse, de partij, geweest. Elke generatie lijkt de vraag opnieuw te stellen, maar dat kan dat slechts serieus door rekening te houden met de werkelijke prestaties van vorige strijd en vorige generaties van proletariërs. Dit was het geval voor de voorlopers van de Communist Workers’ Organisation in het Verenigd Koninkrijk, die net als andere linkscommunistische organisaties werd gevormd na het einde van de kapitalistische naoorlogse economische opleving in de vroege jaren 1970. Het was een tijd van grote argwaan jegens de mislukte erfenis van de Russische Revolutie zoals die naar voren kwam in de stalinistische USSR en er was veel sympathie voor de standpunten van Otto Rühle dat “alle partijen burgerlijk zijn”. Na de ineenstorting van de sociaal-democratie voor de imperialistische oorlog, niet lang daarna gevolgd door de opkomst van de partijheerschappij in de Sovjet-Unie, naast de stopzetting van de wereldrevolutie door de Derde Internationale, leken een einde te maken aan het idee dat massapartijen en “voorhoede”-partijen iets te betekenen hadden aan de arbeidersklasse. Voor degenen die volledig de gedachte afwezen dat de Sovjet-Unie iets te maken had met socialisme, maar een bijzondere vorm was van staatskapitalisme, was het hele partij-vraagstuk problematisch. Zozeer zelfs, dat het radenisme (hiermee geeft men vaak een stroming aan die zich richt op raden maar die niet meer communistisch is; vertaler) en de cultus van “spontaniteit” destijds een enorme invloed uitoefenden.

De ware aard van de arbeidersklasse en van de revolutie blijft echter hardnekkig terugkomen om zich aan de revolutionairen opdringen. In tegenstelling tot andere antagonistische en ondergeschikte klassen in de geschiedenis, heeft de arbeidersklasse heeft geen enkele vorm van eigendom te verdedigen. Het is de bezitloze klasse. In tegenstelling tot de bourgeoisie kan ze niet voortdurende vooruitgang maken door zich te ontdoen van deze wet of de afschaffing van dat voorrecht onder het oude regime. Het enige “eigendom” is de mogelijkheid om arbeid (en het produceren van meerwaarde voor de uitbuitende klasse) en de enige wapens, zoals Anton Pannekoek opmerkte, zijn het ‘bewustzijn en de organisatie’. En hier ligt het probleem dat Marx stelde in De Duitse Ideologie. Als de volgende waar is:

“De ideeën van de heersende klasse zijn in elk tijdperk de heersende ideeën, dat wil zeggen dat die klasse die de heersende materiële macht in de maatschappij vormt, tegelijk haar heersende geestelijke macht is. De klasse die over de middelen tot materiële productie beschikt, beschikt daarmee tegelijk over de middelen tot geestelijke productie, zodat in het algemeen gesproken ook de ideeën van hen die niet in het bezit zijn van de middelen tot geestelijke productie, aan haar onderworpen zijn.” (https://www.marxists.org/nederlands/marx-engels/1845/duitse_ideologie/)

Hoe kan de arbeidersklasse zich dan ooit bevrijden uit deze overheersing? Het antwoord ligt enerzijds in de onoplosbare tegenstellingen van het systeem. Deze omvatten regelmatige en periodieke economische crisis en het feit dat haar voortbestaan afhankelijk is van de toenemende exploitatie van een klasse die “in de burgerlijke maatschappij, maar niet van burgerlijke maatschappij” is, de arbeidersklasse (proletariaat). De klasse reageert op deze situatie door zich te verenigen om de uitbuiting te weerstaan door een collectieve actie die af en toe de vorm aannemen van bredere opstanden. De klassenstrijd is de school voor een alternatief voor de kapitalistische uitbuiting. Maar in de loop van de strijd is het onvermijdelijk dat sommige arbeiders (en een aantal niet-arbeiders die het systeem kunnen doorzien en die zich identificeren met de arbeidersklasse) komen tot een helderheid, een bewustzijn dat iets meer nodig is dan de dagelijkse guerrilla-oorlog tegen het kapitalisme. Zij zien de noodzaak van een politiek programma dat verder gaat dan het systeem zelf. Echter, als een minderheid in de klasse, moeten ze zich organiseren voor hun verdergaande doelen, dus wat is natuurlijker dan zich te organiseren, een partij op te richten, die zowel hen als alle verworvenheden in het bewustzijn verenigt, die de klassestrijd in het verleden heeft geproduceerd?

Daarmee is het probleem gesteld van de aard, de rol en de structuur van de proletarische politieke partij. En het zou niet op korte termijn worden beantwoord. Marx dacht aanvankelijk dat hij het had gevonden in de Eerste Internationale of Internationale Arbeiders Associatie. In reglement daarvan legde hij haar belangrijkste ingrediënt vast. “De emancipatie van de arbeidersklasse is het werk van de arbeiders zelf”. Hiermee bedoelde hij niet dat de arbeiders geen partij nodig hadden (zoals de radenisten dat citaat verkeerd interpreteren), maar dat de arbeidersklasse haar eigen politieke lichaam had onafhankelijk van alle burgerlijke organisaties. De Eerste Internationale werd echter verscheurd door conflicten, met name met de aanhangers van Bakoenin en Proudhon en stierf als een echte kracht na ongeveer een decennium. In plaats daarvan kwam de sociaal-democratie, die in sommige opzichten een stap achteruit was, omdat ze gebaseerd was op nationale partijen. Ze sloeg diepe wortels in de arbeidersklasse in een tijd waarin de burgerlijke controle over de media en manieren om de massa van de bevolking te bereiken grotendeels ineffectief waren. De sociaal-democratie groeide uit tot een beweging van miljoenen en begon de illusie te scheppen dat het kapitalisme geleidelijk zou kunnen worden overwonnen via de stembus of in ieder geval vreedzaam. De revolutie die Marx in de Duitse Ideologie beschouwde als essentieel voor het afschudden van de sporen van de overheersing uit het verleden (zie Stelling 5 in het volgende document) werd verbannen naar een ver weg gelegen en niet nader gespecificeerde toekomst (het zogenaamde maximum-programma).

In plaats van te handelen als een verzamelplaats van communistisch bewustzijn in de klasse, gebeurde in feite het tegenovergestelde. De aanwezigheid van echte revolutionairen in de sociaal-democratie verhulde alleen maar het feit dat “de beweging” steeds meer doortrokken werd met nationalistische en imperialistische ideeën, en eigenlijk de arbeidersklasse in het kapitalisme inpaste. Dit werd pas duidelijk in 1914 toen het overgrote deel van de sociaal-democratische partijen van de zogenaamde Tweede Internationale stemden voor het steunen van  de machinaties van de ‘eigen’ regering en de arbeidersklasse de imperialistische oorlog in lieten marcheren. En in de revolutionaire golf na de oorlog verleende de sociaaldemocratie een tweede dienst aan het kapitalisme door het blijven steunen van de kapitalistische onderdrukking van de eerste echte internationale poging tot een revolutie van de arbeidersklasse. De sociaal-democraten in Duitsland (in het bijzonder) mobiliseerden hun massa’s tegen de massa’s die de nieuw opgerichte communistische partijen volgden, waardoor de revolutie buiten Rusland de nederlaag leed. Dit op zijn beurt leidde tot de uiteindelijke overwinning van de contrarevolutie in een geïsoleerd Rusland. Die contrarevolutie werd uitgevoerd door de partij die de revolutie in eerste instantie had geleid.

De bolsjewieken waren een van de weinige partijen in de sociaal-democratie die het nationalisme en imperialisme verwierpen, en als gevolg daarvan een enorme invloed uitoefenden in de revolutionaire klassebeweging in Rusland. Hier had de oorlog dood, armoede en quasi-hongerdood gebracht en, als zwakste schakel van de kapitalistische keten, stond de revolutie op de agenda. De bolsjewistische partij was niet de gedisciplineerde massa zoals later de Stalinistische (en Trotskistische) mythologie het zou doen voorkomen. Ze was vol van levendig debat over wat de revolutie zou moeten zijn en hoe het zover zou komen. Wat echter veelbetekenend was dat ze, hoewel relatief klein, in 1914 duidelijk waarneembaar aanwezig was in de bredere arbeidersklasse en heldere standpunten innam tegen zowel het tsarisme als tegen de oorlog. Dit kenmerkte haar, evenals de niet aflatende steun voor de sovjets als echte organisaties van de arbeidersklasse die in staat waren zich in plaats te stellen van de kapitalistische overheersing. Dit maakte het tot een verzamelpunt voor al diegenen die inzagen dat proletarische revolutie de enige oplossing was.

Waarover ze niet veel discussieerde was de rol en plaats van de partij in de komende revolutie. In dit opzicht is ze er van uitgegaan dat het hoofddoel van de partij was om te groeien en als ze eenmaal genoeg steun had, om “de macht te grijpen”. Om kort te gaan, deelde ze nog het grotendeels de sociaal-democratische gedachte dat de partij de klasse vertegenwoordigt en dat ze dus de revolutie in haar naam voltrekt. Dus toen de Voorlopige Regering die bestond uit verschillende soorten sociaal-democraten, werd omvergeworpen, werd besloten om in plaats van de macht over te dragen aan het Uitvoerend Comité van de Al-Russische Congres van Sovjets, dat een nieuwe regering erboven zou staan, de Raad van Volkscommissarissen (Sovnarkom). En zodra de linkse sociaal-revolutionairen haar hadden verlaten, werd dit een regering van één partij. De partij werd dus de staat en er was geen tussenruimte. Weinigen zagen destijds het gevaar, niet alleen voor de revolutie, maar ook voor het idee van een revolutionaire partij, vooral vanaf het moment dat de gevolgen van het isolement van de revolutie zichtbaar werden.

We zullen ons elders verder bezighouden met de Russische Revolutie die we hier kort hebben behandeld. Op deze plek willen we slechts een korte opmerking plaatsen over de revolutionaire organisatie. De Russische revolutie toonde aan dat de partij, de revolutionaire minderheid, of hoe je het ook wilt noemen, de revolutie niet begint en ook niet afmaakt. Daarentegen bestaat ze in de klasse voor de revolutie en neemt ze vanaf het begin deel aan de omwenteling. Haar invloed gaat verder dan het aantal leden. Ze oefent een leiderschap uit als een gids die de weg naar voren wijst en die kritiek uitoefent op al diegenen die het revolutionaire proces willen stoppen. Ze kan zelfs een opstand leiden als dat nodig is, maar de opstand is geen revolutie en deze kan uiteindelijk alleen worden uitgevoerd door de massa van de klasse zodra zij de revolutionaire ervaring zelf heeft beleefd. En het zijn de klasse-brede organen (raden of sovjets, lokale comités etc.) die de werkelijke omvormers van de maatschappij zijn. Dit is simpelweg zo omdat het socialisme niet tot stand kan komen per decreet, maar alleen door de bewuste zelfwerkzaamheid van de massa van de klasse als die zich het programma heeft eigen gemaakt dat haar eigen revolutionaire minderheid, haar partij heeft voorgesteld.

Het is een complex probleem en het heeft vele aspecten die vele vragen oproepen die we in de komende maanden zullen aanpakken. Eén ding is duidelijk – het idee van een massapartij die vóór de revolutie bestaat, behoort tot het verleden. De ineenstorting van de sociaal-democratie onthulde dit in 1914 net als de mislukte pogingen van de Komintern om verenigde fronten met sociaal-democratie te vormen, toen de revolutionaire golf in 1921-2 naar beneden ging. Het was een fout die door de trotskisten van de jaren 1930 werd herhaald toen ze overgingen tot een “intredepolitiek” in de sociaal-democratische partijen en die hen wegvaagde als een revolutionaire tendens. Zoals het Platform van het Comité van Intesa het stelde in reactie op het eenheidsfront

“Het is verkeerd om te denken dat in elke situatie redmiddelen en tactische manoeuvres de partijbasis kunnen verbreden, omdat de betrekkingen tussen de partij en de massa’s voor een groot deel afhangen van de objectieve situatie”.

De eerste taak van de revolutionairen is om een revolutionair perspectief te verdedigen ongeacht de situatie en niet dit of dat opportunistisch of korte termijn beleid na te jagen in een poging een organisatie op te bouwen op de grondslagen van valse (en oneerlijk) voorwaarden. Het korte document dat hier volgt is een startpunt voor hopelijk een hernieuwd debat over de verschillende problemen van de vorming van een echte internationale en internationalistische klassepartij.

CWO

Zie vervolg in het Engels: “De rol en de structuur van de Revolutionaire Organisatie.”

-.-

Overname van deze besprekingen van artikelen is toegestaan met vermelding van de bron:
https://arbeidersstemmen.wordpress.com/2016/09/04/over-het-scherm-rolden-september-2016/

Advertenties
Over het scherm rolden … (september 2016)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s