Mexico 2017: rellen, stakingen, massademonstraties

This is a translation into dutch language of the english article Mexico’s Turmoil published by ICT.

“Veel mensen denken dat het alleen gaat om de benzineprijzen,
maar de benzineprijs is de druppel die de emmer doet overlopen.”
– Een anonieme manifestant.

mexico2017-2

Zoals nu steeds vaker gebeurt, besteden de media weinig aandacht aan belangrijke momenten van de strijd tegen de gevolgen van de wereldwijde crisis, afhankelijk als ze zijn van kapitalistische staten en het bedrijfsleven. Mexico is sinds 1 januari het toneel van een dramatische ontwikkeling van allerlei soorten reacties van de bevolking, waaronder van belangrijke stakingsbewegingen, aangewakkerd door de aankondiging van president Enrique Peña Nieto om de subsidies op benzine te schrappen. Eerder beloofde hij dat prijspieken van benzine tot het verleden behoorden,[1] maar zijn beslissing zal de consumentenprijzen in het komende jaar met 14 tot 24 procent doen stijgen.

Van spontane acties naar bewuste uitbreiding door arbeiders

De plunderingen (saqueos) van grote winkels bleef in eerste instantie beperkt tot 300 winkels in drie deelstaten en bracht vier doden met zich mee. Deze plunderingen hebben zich inmiddels verspreid over het hele land. Ze groeien dagelijkse in intensiteit. Arbeiders, jongeren en andere delen van de maatschappij zijn bezig met een reeks acties die de mogelijkheid bewijzen van een georganiseerde reactie op de aanval tegen het levenspeil. Demonstraties die aanvankelijk grotendeels spontaan van aard waren, hebben zich verspreid over de hele provincie. Het verbranden van portretten van Peña Nieto, het blokkeren van veel grote snelwegen tussen de steden, zelfs nadat de politie de blokkades had opgeruimd en velen had gearresteerd, de bezetting van centra voor verwerking en distributie van het staatsbedrijf voor energie, het conglomeraat Petroleos Mexicanos, het saboteren van pijpleidingen en zelfs het blokkeren van een grensovergang bij Ciudad Juárez naar de Verenigde Staten.

mexico2017-1
Buschauffeurs in Guadalajara, in de deelstaat Jalisco, riepen woensdag de eerste ‘gasolinazo[2]-gerelateerde staking uit door het beëindigen van de meeste ritten in de stad. Demonstranten bezetten in het hele land veel benzinestations, honderden andere zijn gesloten. Op 6 januari waren er enkele harde aanwijzingen dat de eerste sporadische spontane reacties zich hebben ontwikkeld tot een bredere stakingsbeweging. Veertienduizend bus-, vrachtwagen- en taxichauffeurs in de olieproducerende deelstaat Vera Cruz hebben aangekondigd in de hele staat voor onbepaalde tijd te staken, velen door gewoon hun vrachtwagens, taxi’s en bussen te verlaten en op straat achter te laten. Volgens de Daily Mail van 6 januari, “verklaarden de Kamers van Koophandel dat door de combinatie van blokkades van snelwegen, havens en terminals en de plunderingen deze week vele winkels en bedrijven gedwongen waren te sluiten en zijn de leveringen van basisproducten en brandstof in gevaar.”

Peña Nieto maakte duidelijk dat hij geen bakzeil zou halen en ontketende een golf van repressie. Op 7 januari waren al meer dan duizend mensen gearresteerd. Twee demonstranten werden op 5 januari gedood tijdens een grote demonstratie van duizenden mensen. Dat leidde op dezelfde avond tot de grootste demonstratie tot nu toe, van 20.000 mensen door de industriestad Monterrey, in het noorden van het land. Duizenden man politie werden gestuurd om het centrum van de hoofdstad te bezetten, met zo’n 18.000 in de hoofdstad van de deelstaat, waar plunderingen op grote schaal zijn geweest. Niet geheel verrassend, is de officiële bevestiging dat de politie zelf meedeed van de plunderingen; een aantal ontslagen is al aangekondigd. Op social media circuleert een video van geüniformeerde politie die hun voertuigen volladen met geplunderde spullen.

Op donderdag 7 januari ebden de protesten weg want dan is het Driekoningen, een belangrijke religieuze feestdag in de Spaanstalige wereld. Maar al snel leefden de protesten weer op. Protesten braken uit met name langs de Amerikaanse grens, en de mobilisatie nam toe in verschillende deelstaten, er werden door vrachtwagenchauffeurs barricades opgericht op belangrijke wegen, en truckers en de lokale bevolking blokkeerden het Pemex distributiecentrum in Baja California. De politie kon voorkomen dat taxichauffeurs van Mexico-Stad het metrostation van Iztapapa zouden blokkeren. Een massa mensen werd tegengehouden door de barricade die de weg van Mexico-City naar Laredo blokkeerde. Hier kwamen ook de twee jonge demonstranten om die we boven al noemden, Freddy Cruz en Alan Giovanni Martínez.

Maar dit alles, ook al is het op zichzelf belangrijk, is slechts het topje van een ijsberg, van een al lang sluimerende sociale ramp die zich niet laat afwenden door welke burgerlijke pogingen dan ook.

Steeds meer rijkdom voor een minieme minderheid van de bevolking

Hoewel het deel is van een wereldwijd verschijnsel,[3] zijn Mexico’s ongelijkheid en een grote mate van armoede typische kenmerken van zijn economie. Onder de regering Peña Nieto is deze wond alleen nog maar dieper geworden. Volgens BBC Mundo van juli 2015:

“In de afgelopen twee jaar, zo heeft de Nationale Raad voor de evaluatie van het beleid inzake Sociale Ontwikkeling (Coneval) meegedeeld, vervielen twee miljoen Mexicanen tot armoede. Aldus liep het percentage van de bevolking in armoede op van 45,5% in 2012 naar 46,2% in 2014. Dat wil zeggen, 55,3 miljoen mensen zijn arm in de tweede grootste Latijns-Amerikaanse economie.”

En dankzij factoren zoals de gasolinazo en de wereldwijde groeivertraging, zijn de vooruitzichten op dit punt veel ernstiger verslechterd.

Volgens dezelfde bron, valt slechts 20,5% van de bevolking van het land in de categorie van niet arm en niet kwetsbaar. Om eerlijk te zijn, de extreme armoede was zeer licht gedaald (11,4 miljoen mensen, 100.000 minder dan twee jaar geleden).[4] Maar gezien de stormachtige ontwikkeling van de huidige omstandigheden, zijn de vooruitzichten op iets anders dan verslechtering van de verpaupering niet veelbelovend. Alleen al Mexico’s inflatie maakt niet alleen het nieuwe minimumloon ongedaan, dat in werking kwam op Nieuwjaarsdag, en dat is vastgesteld op US $ 3.80 / dag. Alleen al de stijging van de kosten van basisvoedingsmiddelen betekent dat degenen die leven van dit minimumloon nu al slechter af zijn dan een paar weken geleden. Ondanks dat hij leeft in een olieproducerend land, zou een werknemer op het minimumloon 12 dagen moeten werken voor een tank benzine. Maar het betreft niet alleen de onderste laag, de achteruitgang van de situatie van de Mexicaanse arbeidersklasse is algemeen. Een recente studie van de Autonome Universiteit van Mexico (UNAM) meldde dat de koopkracht van de gemiddelde Mexicaan met 11,1 procent is achteruitgegaan sinds president Peña Nieto in 2012 is aangetreden. De prijsindex voor de basisproducten die nodig zijn om een gezin van vier te voeden is gestegen tot 218,06 peso’s ($ 10,19) per dag, bijna drie keer het dagelijkse minimumloon.[5] Ondertussen is Mexico volgens BBC Mundo’s verslag over 2015, het land waar de rijkste 1% het hoogste percentage van de totale inkomsten ontvangt, namelijk 21%.

Golven van crimineel en staatsgeweld

Daarom is het niet zo moeilijk om te begrijpen waarom intense protesten in deze voedingsbodem wortel kunnen schieten. Maar er is nog meer dat Mexico’s stabiliteit bedreigt. Golven van geweld teisteren zodanig het land dat dit over het algemeen wordt beschouwd als een oorlogsgebied. Een rapport van 18 januari 2017 van de “Erkende onafhankelijke Internationale Crisis Group (ICG)” zet Mexico in de top-tien van meest instabiele regio’s van de wereld. Het niveau van geweld is extreem hoog; de strijd tussen criminele organisaties en de staat, met verminkingen en onthoofdingen, meer dan 20.000 moorden per jaar, waarvan de helft kan worden gerelateerd aan de georganiseerde misdaad, waaronder drugshandel, mensenhandel, ontvoering, afpersing en geweld tegen de autoriteiten om plaatselijke invloed te krijgen. Deze golf van moorden is enigszins afgenomen tussen 2012 en 2014, maar daarna opnieuw gestegen. Op het moment van schrijven van dit artikel, leidt een schietpartij in de drukste deel van de meest bekende toeristische bestemming van het land, Cancun, tot vier doden. Dit is slechts een paar dagen nadat een schietpartij in een nachtclub een uur rijden verder in dezelfde deelstaat tot 5 doden leidde in de Blue Parrot disco.

mexico2017

En het geweld komt niet alleen van de criminelen, drugskartels en dergelijke. De corruptie van de Mexicaanse staat houdt in dat veel elementen van politie en leger worden gecontroleerd door de machtige misdaadkartels en dat ze met elkaar samenwerken. Het relatief recente protest tegen de overhandiging door de Mexicaanse politie van 43 studenten aan de georganiseerde criminaliteit om hen te laten vermoorden (of zij doodden hen zelf; het uiteindelijke lot van de studenten is niet duidelijk) heeft Mexico tot in het hart geschokt; hetzelfde land waar in 1968 de staat openlijk protesterende studenten met machinegeweren van bovenaf afslachtte.

Het Bloedbad van Tlatelolco (SpaansMatanza de Tlatelolco) was een bloedbad dat plaatsvond in de avond van 2 oktober 1968, op het Plein van de Drie Culturen in Tlatelolco, een wijk in het noorden van Mexico-Stad. Tweehonderd tot driehonderd demonstranten werden door veiligheidsdiensten gedood. Dit zou een keerpunt blijken in de moderne geschiedenis van Mexico.
Het bloedbad was voorafgegaan door maanden van politieke onrust in Mexico-Stad, met studentendemonstraties 
zoals elders in de wereld. In de voorgaande jaren was Mexico al het toneel van arbeidsonrust, met stakingen van onder andere mijnwerkers, doctoren en leraren. Toen het leger de campus van de universiteit van Morelia bezette vielen er een dode en meerdere gewonden. De Mexicaanse studenten wilden gebruikmaken van de aandacht voor hun stad vanwege de Olympische Spelen van 1968. Ze protesteerden tegen het autoritaire karakter van de regering. Mexico was op dat moment een eenpartijstaat, die al sinds 1929 werd geregeerd door de Institutioneel Revolutionaire Partij (PRI).”  [6]

Maar destijds was Mexicaanse regerende partij, de PRI of de Partido Revolucionario Institucional,[7] nog in staat om permanent aan de macht te blijven door de combinatie van worst en zweep, geholpen door veertig jaren van economische groei, waarin het BBP tussen 1940-1970 verzesvoudige, en later door verkiezingsfraude.  Net als elke andere kapitalistische staat bevindt Mexico zich in een economische crisis die zo’n veertig jaar geleden uitbrak[8] en moet zich dus steeds meer baseren op repressie. In Mexico, zoals overal elders, weten de neoliberale economische recepten slechts een paar symptomen te verbergen, terwijl ze de patiënt zieker maken.

Niet verrassend heeft deze repressie niet geaarzeld om een tegenovergestelde gewelddadige reactie op te roepen. Ongetwijfeld heeft de oorlog met de EZLN (Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger), die begon in 1994, de doorslag gegeven in de val van de PRI. Het doden van half-verhongerde en in lompen geklede boeren door tot de tanden bewapende politie- en legereenheden brandmerkte het regime tegen een achtergrond van economische rampspoed die nog erger werd omdat beleggers deze opstand, en de moord op de PRI-presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio zagen als voldoende reden om een risicopremie te zetten op de Mexicaanse activa. Tot op de dag van vandaag lijdt de regio die aanleiding gaf tot het EZLN onder een bijna ongelooflijk niveau van economische ontberingen. In Chiapas is driekwart van de bevolking arm, en bijna een derde lijdt extreme armoede. Het zien van de pijnlijk magere, haveloze lijken in plassen bloed was ongetwijfeld schrijnend voor de Mexicaanse bevolking die steeds meer protesteerde tegen de verkiezingsfraude die altijd de PRI deed overwinnen, ondanks de voortdurende economische teruggang. De PRI kwam in 2000 ten val. Maar natuurlijk is de wereldwijde kapitalistische crisis gebleven om elk leven uit de uitgebuiten van de wereld te persen, en de PRI zag zijn kans schoon om in het kielzog van Peña Nieto in 2012 na 12 jaar in de oppositie terug te keren aan de macht. Velen herinnerden zich de PRI’s staat van dienst en waarschuwden dat de mishandelende echtgenoot was teruggekeerd. Anderen wezen erop dat de PAN die de regeringsmacht van de PRI had overgenomen, evenmin in staat was geweest om een oplossing te vinden voor de economische neergang. Gemiddeld groeide het BBP met slechts 1,8% in de periode 2000-2012 en de armoede steeg, terwijl het voornemen om het op te nemen tegen de georganiseerde criminaliteit als vlaggenschip van het beleid, ertoe heeft geleid dat de lijken zich opstapelen tot hun minstens duizenden. Als marxisten kunnen we concluderen dat beide perspectieven juist waren.

Maar armoede, geweld, onderdrukking, magere lichamen in plassen bloed, extreme ongelijkheid, zijn niet het hele verhaal. Het is niet genoeg om te zeggen dat Mexico tot een van de meest instabiele gebieden ter wereld aan het worden is, waar de arbeidersklasse geneigd is snel in de aanval te gaan.

De wereldwijde kapitalistische crisis is de achtergrond waartegen al deze verschijnselen zich afspelen, van de ondergang van hele imperialistische blokken, werkloosheid en armoede tot financiële ineenstortingen en de Brexit, populisten, internationale banken die in hun voegen kraken, de verscherping van de oorlogszuchtige retoriek en imperialistische confrontaties, en natuurlijk, Trump.

Trump en Mexico

Nu al zijn er aanwijzingen dat Trumps retoriek over forse importheffingen op de Latijns-Amerikaanse goederen slecht nieuws betekent voor de Mexicaanse economie. Fiat Chrysler heeft aangekondigd productie van twee modellen Jeep die momenteel worden geassembleerd in Mexico, zal verschuiven naar de Verenigde Staten. Vorige week zei Ford Motor Company af te zien van plannen om een nieuwe fabriek in Mexico te bouwen.

De reactie van de Mexicaanse regering op het verlies van de Amerikaanse investeringen, bestaat uit nog meer aanvallen op een verdrinkende arbeidersklasse om zo internationale investeringen aan te trekken. Ze heeft net een pact, Economische Versterking en Bescherming van het gezin, gepubliceerd, in een poging om de bittere pil van bezuinigingsmaatregelen te doen slikken met een paar kleine infrastructuurprojecten. Maar de geplande $ 8.900.000.000.000 aan bezuinigingen zal sociale voorzieningen verder afbreken en de armoede bevorderen. Prominente vakbondsleiders, met inbegrip van de leider van de Confederatie van Mexicaanse Arbeiders (CTM) hebben dit pact ondertekend, dat de arbeiders oproept weer aan het werk te gaan, en de zelfstandige echte strijd op te geven tegen de gasolinazo of tegen elk ander aspect van hun omstandigheden.

Om de volkswoede opnieuw te bezweren, heeft de Mexicaanse heersende klasse misschien al besloten om de partij van de uiterst impopulaire Peña Nieto terug te laten keren in de oppositie. Aangezien de president slechts één termijn van zes jaar mag regeren, zonder dat herverkiezing mogelijk is, kan de president zelf niet lang meer dienen. Een linkskapitalistische partij, Morena, onder leiding van Andrés Manuel López Obrador, die door sommigen wordt gezien als Mexico’s Bernie Sanders, en die ruimschoots het pro-kapitalistische karakter van zijn plannen heeft laten zien, probeert de trom te slaan van hoop op een verandering via verkiezingen, samen met de vakbonden, de politici, en de gevestigde orde in het algemeen. De arbeidersklasse wordt geconfronteerd met niets anders dan vooruitzichten op een verslechtering en toenemende aanvallen. Als slachtoffers van een hevige crisis die overal bloed kost, moeten ze zich niet laten misleiden. Onze boodschap is luid en duidelijk: in Mexico en elders, geen steun aan burgerlijke partijen, oplossingen, verkiezingen en nationalistische illusies. Onze oplossing ligt in de zelfstandige strijd, stakingen buiten de vakbondscontrole, opbouw van de revolutionaire partij met als doel van de opheffing van het kapitalisme. Er is geen verbetering mogelijk in het kader van een systeem dat de levens stuk maakt van de overgrote meerderheid van de bevolking, dat alle rijkdom overhevelt naar een steeds kleinere eliteclub van de megarijken. Als we gehoor geven aan de verleidelijke praatjes van het kapitalistisch alternatief, altijd bereid om de strijd van de arbeidersklasse te doen ontsporen, zal men ons verder laten marcheren op de weg naar de ondergang.

Ant, 18 januari 2017

Lees ook over strijd en respressie in 2016 in Mexico.

[1] Bron: BBC MUNDO – “Maar in het verleden had hij gezegd, of zoals de meerderheid van de bevolking het had begrepen, dat dankzij hervormingen, de prijzen naar beneden zouden gaan. Het was een campagnebelofte van 2012, die hij het volgende jaar herhaalde, hij garandeerde het in 2015 en hij zei het weer eens vorig jaar: in Mexico zou de prijs van brandstof omlaag gaan, er is was geen ‘gasolinazos’ meer; energie zou goedkoper worden. Deze verklaringen van Peña Nieto zijn in de afgelopen dagen ingetrokken.

De prijsstijging bracht de regering in een lastige positie, en tastte in bepaalde delen van de maatschappij de geloofwaardigheid aan van de hervorming van de energiesector: een van de belangrijkste beleidspunten die de president in december 2013 heeft goedgekeurd en die de exploitatie van koolwaterstoffen en elektriciteit openstelde voor de vrije markt, en die leidde tot de specifieke verwachting van lagere brandstofprijzen.

De hervorming maakte een einde aan het aardoliemonopolie in handen van Pemex. Vanaf dit jaar kunnen tankstations inkopen bij andere bedrijven en de import van brandstof zal in 2018 worden vrijgegeven. ‘Er is verwarring’. De werkelijkheid is dat de meest gebruikte benzine tijdens de huidige regering met 48% in prijs is verhoogd.”

[2] Het Mexicaanse ‘gasolinazo’ betekent kunstmatig hoge benzineprijzen; vertaler.

[3] “Nieuwe schattingen tonen aan dat slechts acht mensen dezelfde rijkdom bezitten als de armste helft van de wereldbevolking. Aangezien de groei ten goede komt aan de rijksten, lijdt de rest van de maatschappij er onder – vooral de armsten. ” oxfam.org.

[4] bbc.com

[5] wsws.org

[6] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Bloedbad_van_Tlatelolco

[7] De Institutionele Revolutionaire Partij (het Spaans: Partido Revolucionario Institucional, PRI) is een Mexicaanse politieke partij opgericht in 1929. Ze was 71 jaar onafgebroken aan de macht in het land, van 1929 tot 2000, eerst als de Nationale Revolutionaire Partij, dan als de partij van de Mexicaanse Revolutie.

[8] Al deze welvaart eindigde toen het over-aanbod van olie in het begin van 1982 de olieprijs deed dalen en de nationale economie ernstig beschadigde. De rentetarieven schoten in 1981 omhoog en de buitenlandse schuld bereikte 86.000.000.000.000 dollar en wisselkoersen gingen van 26 naat 70 pesos per dollar en de inflatie was 100%. Deze situatie werd zo wanhopig dat López Portillo in overeenstemming met de socialistische doelstellingen van de PRI beval tot opschorting van de betalingen van de buitenlandse schuld en de nationalisatie van de banksector in 1982. Het kapitaal ontvluchtte Mexico met een snelheid die nooit eerder in de geschiedenis is vertoond. De Mexicaanse regering verstrekte subsidies op basisvoedingsproducten en reizen per trein. Dit verminderde de gevolgen van de crisis voor de bevolking. De banengroei stagneerde en miljoenen mensen emigreerden naar het noorden om aan de economische stagnatie te ontsnappen. López Portillo’s reputatie kelderde en zijn karakter werd het mikpunt van grappen in de pers.

Volledige overname van dit artikel is toegestaan bij vermelding van de bron:
https://arbeidersstemmen.wordpress.com/2017/01/26/mexico-2017-rellen-stakingen-massademonstraties/#more-4844

Advertenties
Mexico 2017: rellen, stakingen, massademonstraties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s