Trump, Trumpisme en anti-Trumpisme

Op internet verschijnen meer actuele bijdragen tot de zelfstandige arbeidersstrijd dan we kunnen vertalen in het Nederlands. In deze rubriek presenteren we de meest interessante van deze webteksten die over ons scherm rolden. Deze keer, februari 2017, een indruk hoe Trump, Trumpisme en anti-Trumpisme worden gezien.

showusyourtaxpapaers

Kapitalisme blijft kapitalisme

Internationalist Perspective was er als een der eersten bij. Op 22-11-2016 verscheen onder de titel ‘This is what democracy looks like’ een kritische beschouwing over de protestacties na de verkiezing van Trump. Terecht wijst IP op de voortgaande economische crisis en het politieke bedrog dat te grondslag ligt aan de onvrede. IP wijst er ook op dat de vakbonden en linkse figuren als Bernie Sanders het pad voor Trump hebben geëffend door de buitenlandse concurrentie en handelsakkoorden de schuld te geven van de economische problemen. IP ziet in de regering Trump niet de historische ommekeer die de demonstranten vrezen: “Zelfs een pro-revolutionaire groep als Marxistist Humanist Initiative (MHI) werd bevangen door de anti-Trump hysterie. ‘De hele wereld is op zijn kop gezet’, zegt ze op haar website, en maant haar lezers aan om strijd te voeren, niet tegen het kapitalisme, maar tegen het ‘Trumpisme’ . Laten we eens diep adem halen. (…) Armoede, oorlogen, ontwrichting, massale migratie zullen doorgaan, omdat zij de logische uitkomst zijn van de inherente dynamiek van het kapitalisme. Maar dat ze even nuttig blijven om de uitgebuiten en de onderdrukten te verdelen, is geen gegeven. De geschiedenis volgt geen rechtlijnige koers. We bevinden ons misschien ‘in de stilte voor de storm’, waarin de wil om te overleven de verdelingen te boven komt die tussen ons gelegd werden. Dat is geen zekerheid. Maar het is een mogelijkheid.” 

Trumpisme als buitengewoon gevaarlijk

De uitval van PI tegen Marxist Humanist Initiative  / With sober senses is opvallend genoeg om eens nader te kijken wat deze organisatie onder Trumpisme verstaat. Temeer daar PI geen aanknopingspunten biedt voor de strijd van de uitgebuiten en de onderdrukten tegen het kapitalisme, behalve de uitspraak ‘vanaf het balkon’ dat armoede, oorlogen, enz. misschien niet even nuttig zijn voor verdere verdeling van dezelfde uitgebuiten en de onderdrukten. Op 29-8-2016 wees MHI op ‘De buitengewone gevaren van Trump en het Trumpisme’. Trumpisme wordt daarbij gedefinieerd als een racistische en vreemdelingenhatende beweging. MHI verzet zich op dat moment tegen een niet nader genoemd deel van ‘links’ dat wel iets ziet in het ‘anti-elitisme’ van Trump en er zelfs iets ‘anti-imperialitisch’ in meent te zien. Maar tegelijkertijd waarschuwde MHI – nog in de verkiezingscampagne – om de keuzes af te wijzen die de heersende klasse voorschotelt, met name de keuze om dan maar voor Hillary Clinton te stemmen als een stem voor het kleinere gevaar, terwijl MHI de onvoorspelbare Trump beschouwt als het grootste gevaar vanwege de onbeperkte toegang tot kernwapens die hij als president zou krijgen.  MHI stelt tegenover de steun van sommige ‘linksen’ voor Trump: “Het positieve element is dat het links dat slap-tegenover-Trump staat resoluut wordt afgewezen door het echte links aan de basis in de VS – zwarten (vertaling van ‘Blacks’), Latino’s, jongeren, vrouwen, en anderen die heel goed de bedreiging van hun welzijn begrijpen die Trump en het Trumpisme vertegenwoordigen. Velen van hen hebben zich bezig gehouden met bijna continue protesten bij Trump’s campagnes.” Blijkbaar wil MHI een onderscheid maken tussen twee soorten ‘links’, waarbij het zich richt op het ’echte links’ om op te roepen tot “strijd en plannen voor een echt alternatief – zelfactiviteit van onderop, onafhankelijk van kapitalistische politiek en belangen, georiënteerd door een filosofie van de bevrijding.”

Een ommekeer

In een artikel van 26 januari doet MHI zeer uitgebreid verslag van de protesten na de installatie van Trump als president en begroet deze als de massamobilisatie tegen Trump waarvoor ze in augustus had opgeroepen. Daarbij merkt MHI op:

  • De vrouwenmarsen waren de grootste eendaagse protesten ooit in de Amerikaanse geschiedenis, en zeker de meest verbreide, gezien ze alle delen van het land bereikten met miljoenen deelnemers;
  • Zij werden spontaan georganiseerd door vrouwen- en basisorganisaties,  door van-mond-tot-mondreclame en informele sociale-media-netwerken, in een poging om het programma van Trump vanaf het begin te stoppen;
  • Ze waren internationaal, met vrouwen over de hele wereld die opkomen voor de solidariteit en het in gebreke stellen van de politici hun land;
  • Ze waren veelzijdig, met inbegrip van vrouwen, mannen en kinderen van alle huidskleuren, etniciteiten, mogelijkheden en beperkingen, en seksuele geaardheden;
  • Zij brachten eisen naar namens alle vrouwen en alle mensen, en bood een glimp van een andere toekomst; en
  • Ze gaven er blijk van dat Amerikanen Trump’s vrouwenhaat, racisme, vreemdelingenhaat en autoritarisme zullen bestrijden.

MHI waarschuwt ook: “Hoewel er een reëel gevaar dat het verzet zal worden ingekapseld of gesmoord door haar ‘bondgenoten’, hebben we geen bewijs dat de meeste van de demonstranten zijn gericht op het opbouwen van de Democratische Partij in plaats van verzet tegen de partij aan de macht, of dat ze denken dat de verkiezing van de Democraten de enige manier is om het Trumpisme te bestrijden.” En over het wantrouwen tegen het ‘burgerlijke feminisme’: “(…) als onafhankelijke massabewegingen, zoals die van vrouwen en bewegingen van minderheden, streven naar vrijheid en ideeën over vrijheid naar voren brengen, dan hebben die een verbindende, dialectische relatie met de klassenstrijd die een weg naar de revolutie kan creëren.”

Kortom MHI ziet Trump en het Trumpisme als een ommekeer en geeft ook aanknopingpunten. Weliswaar op een verwarde wijze die voortkomt uit de Trotskistische oorsprongen van deze groep: onhelderheden over wat ze ‘links’ en ‘basis’ (grass roots) -organisaties noemt, en waarvan een deel gezien zijn opvattingen en praktijken behoort tot de linkervleugel van de burgerlijke politiek.

Nieuwe beweging?

OpEr zijn in de Verenigde Staten meer organisaties die voortkomen uit het Trotskisme en die soms links-communistische standpunten lijken te benaderen. (Ik druk me voorzichtig uit, want ik ken het fijne niet van deze organisaties.) Insurgent Notes – een publicatie waaraan Loren Goldner meewerkt – heeft een initiatief  voor een conferentie genomen: “Wij zijn ervan overtuigd dat de enige uitweg uit de verschrikkelijke puinhoop waarin dit land en de wereld verkeren, bestaat in de ontwikkeling van een massale radicale beweging – een beweging die zal strijden tegen de fundamentele grondslagen en de kenmerken van de kapitalistische maatschappij met een programma voor de radicale reconstructie van deze maatschappij onder de directe democratische controle van de overgrote meerderheid van de mensen. Een dergelijke beweging kan zich niet beperken tot de deelname aan verkiezingscampagnes van welke aard ook. We moeten duidelijk zijn: we geloven niet dat een dergelijke beweging kan worden gebouwd op de erfenis en de tradities van het liberalisme, progressivisme, sociaal-democratie of het stalinisme-trotskisme-maoïsme. (…) ”  Het valt op dat deze oproep ondanks afwijzing van de erfenis van het Trotskisme deelname aan verkiezingen en verkiezingscampagnes niet uitdrukkelijk uitsluit. Op de agenda van de conferentie staan onderwerpen zoals racisme en mannelijke dominantie. Zodra een verslag van de conferentie (van 5-2–2017 in New York) beschikbaar is, zal ik op deze plaats daarnaar verwijzen. [Op 12-3-2017 verscheen in plaats van een verslag volgende tekst, die ik persoonlijk nog al teleurstellend vind. Maar het is niet verbazingwekkend, gezien de uiterst brede oproep, dat niet alleen overeenstemming over de bijdrages, maar zelfs een samenvating onmogelijk is gebleken].

Uit de artikelen die we tot nu toe hebben behandeld zien we dat onderwerpen die in de verkiezingscampagne naar voren zijn gekomen – racisme, vrouwenhaat, vreemdelingenhaat, homohaat – ook de demonstratieve bewegingen tegen Trump zijn blijven beheersen. In een eerder artikel – Na de verkiezing van Trump: wat is over van links? – heb ik er op gewezen: “Deze ideologische thema’s ontwijken klassevraagstukken door zich te richten op problemen van ras, geslacht, seksuele geaardheid en religie. Links verdedigt de verschillende ‘minderheden’ met liberale idealen en programma’s, en rechts wijst dit beleid aan als ‘oorzaak’ van de problemen van de ooit ‘bevoorrechte’ groepen. Abortus, homohuwelijk, angst voor de islam lokken dezelfde soort controverses uit, die geen van alle echt helpen om te begrijpen dat het ’t kapitalisme is dat goedkope arbeidskrachten importeert, dat armoede voortbrengt, met zijn kwade reuk van discriminatie, criminaliteit en repressie.”

Solidariteit met Latijns-Amerikaanse arbeiders

Op het Amerikaanse blog Anti-capital vond ik een interessante benadering van het Trumpisme, die het plaatst binnen de neo-liberale aanvallen op de arbeidersklasse, het neerslaan van uiteenlopende bewegingen, gevolgd door een ruk naar rechts, en de naderende open crisis, en waarin een klassevraagstuk centraal wordt gesteld: “Wat nu? Er zijn mensen die denken: ‘Laten we ons voorbereiden op de periode waarin Trump er niet in slaagt zich te houden aan zijn beloften, en de werkende blanke arbeidersklasse een oppositie zoekt, een samenhangende, socialistische oppositie. (…) Natuurlijk bereiden we onszelf voor, maar de ontwikkeling van klassenbewustzijn begint niet, zal niet beginnen wanneer blijkt dat Trump en Co niet ‘de mijnen openen’, niet ‘de banen terugbrengen’, niet ’35% invoerbelasting heffen op alles dat vanuit Mexico komt’, van airconditioners tot tomaten. De ontwikkeling van klassenbewustzijn is te vinden in de verdediging van migratie-arbeiders, migratie-studenten, migratie-kinderen. De roerselen van het klassenbewustzijn zijn te vinden in de verdediging van de toegang van vrouwen tot veilige medische voorzieningen. Klassenbewustzijn kan, al dan niet beginnen op de ‘plaats van de productie’. Het, wordt alleen bereikt door de strijd van de hele samenleving. (…) De beweging in de richting van klassenbewustzijn begint met de verdediging van allochtone arbeidskrachten. Geen invallen door ICE (Amerikaanse Immigratiedienst) op de werkplek, of scholen. Geen deportaties. Alle werknemers zijn ‘legaal’ . Geen ontslagen, geen loonsverlagingen, (…). Geen beperkingen op de toegang van vrouwen tot veilige medische voorzieningen. Dus, wie zijn wij? We zijn niets en niemand. Jullie zijn allemaal.”

Op deze manier wordt inderdaad een perspectief geschetst waarin op basis van eisen van de arbeidersklasse vereniging van de strijd over de grenzen naar huidskleur en herkomst mogelijk wordt.

Het tot nu toe meest interessante standpunt over (anti-)Trump(isme) wordt door Paul Mattick ingenomen in het hier vertaalde Van de redactie in The Brooklyn Rail van februari 2017. Daarin verwijst hij naar het uitstekende artikel Elephant Blues van Pavlos Roufos, waarvan we hier vanwege de grote omvang slechts een samenvatting en enkele citaten in het Nederlands kunnen geven:

“Treurige olifanten” door Pavlos Roufos

elephantIeder kent wel het beeld van zoeken naar het onbekende in de vorm van een olifant in een donkere kamer: de slurf, de zachte huid, het staartje, dikke poten, een drol, enz.  Wat is het? Roufos wijst er op dat er al aankondigingen van de enorme olifant Trump waren in de vorm van kleine olifantjes, de regering Orban in Hongarije, de PiS (Wet en Rechtvaardigheids)- Partij in Polen, de Tjechische president Zeman, de grotere olifant Erdogan in Turkije, als je wil Putin en Duerte. Deze verschijnselen waren nog over het hoofd te zien maar de grote drollen die de Brexit en Trump op het tapijt legden, waren niet meer te ontkennen, twee gebeurtenissen die de komst van het huidige Rechts in het middelpunt van de wereldeconomie signaleren. Maar een Links-Rechts onderscheid kan geen helderheid verschaffen over de betekenis van de waarschijnlijke overwinning van LePen in de komende Franse verkiezingen van mei 2017, omdat men dan niet inziet dat de tegenstanders van Trump en de Brexit zich niet Links bevinden, maar in de gevestigde elites die over het algemeen neo-liberaal zijn ingesteld en die in de afgelopen tientallen jaren hebben toegestemd in de internationalisering van de handel, de deregulering van financiële instellingen en het vergroten van hun macht, de ontmanteling van de macht van de arbeidrsklasse, en – misschien wel het belangrijkste – de stelselmatige devaluaties na de crisis (van 2008).

Overal ter wereld verliezen deze zittende elites terrein en worden vervangen door zogenaamde ‘populisten’. En terwijl het economische beleid dat deze elites bijna dertig jaar hebben gesteund (vrijwel zonder verzet) nog steeds in staat zijn de wereld te bepalen, wijst de turbulentie van de huidige periode erop dat het niet lang zal duren voordat deze bepalende rol is uitgespeeld. Roufos noemt drie omstandigheden voor deze omslag:

  1. De voortzetting van een economische crisis en de onverschrokken weigering van degenen die nu klassemacht vertegenwoordigen, om ook maar te overwegen om het falen van hun beleid te erkennen.
  2. De belofte van een ‘terugkeer’ naar de nationale gemeenschap als een middel om de effecten van de verdere vertraging van de wereldeconomie bestrijden.
  3. Het onvermogen van recente sociale bewegingen om te profiteren van de ruimte die de crisis heeft geopend om een een emancipatorische richting in te slaan.

Beperkingen van het neoliberalisme

“Vanaf de late jaren 1970 tot in de vroege jaren 1980 vond een monetaristische/markt-vriendelijke ‘opstand’ plaats, die de vloer veegde met het Keynesiaans beleid van gesloten economieën, volledige werkgelegenheid, en een softe aanpak van de inflatie. Wat later ‘neoliberalisme’ werd genoemd ging op de eerste plaats vooral tewerk door de ontmanteling van het vermogen van de Arbeid om een groter deel van de rijkdom tot zich te nemen die ze creëert. Maar het is goed om zich te realiseren dat, afgezien van de aanvallen op de belangen van de arbeidersklasse, het ‘neoliberalisme’ (in zijn eerste jaren) weinig anders presteerde. Het veronderstelde fiscaal conservatisme van Reagan vergrootte zelfs het begrotingstekort, terwijl Thatcher’s ‘revolutie’ pas opging in de late jaren ’80 toen een aantal bancaire regelgevingen werden verwijderd. De lokroep van het ‘neoliberalisme’ was voornamelijk gebaseerd op zijn vaste daadkracht om de arbeidersklasse te verslaan die zich had verschanst achter haar belangen, en om private belangen tot elke prijs te beschermen. Dit was tot voor kort genoeg voor degenen die het kapitaal vertegenwoordigden.”

Dit was echer niet voldoende om de winstgevendheid van het kapitaal te herstellen.

“Maar een nieuwe kijk op economische groei werd dominant en, zij mystificeerde een lange periode de levenskracht van de kapitalistische economie en haar fundamentele structuur. De uitbreiding van de internationale handel en markten, het verhoogde  in- en uit-stromen van kapitaal en de mogelijkheden van een hefboomeffect dat de nieuwe spelers (banken, financiële instellingen, hedge funds en verzekeringsmaatschappijen) zouden kunnen bewerkstelligen werden alle ontdekt toen deze nieuwe kijk prompt op het toneel verscheen, en gaf de indruk dat het kapitaal zijn patstelling had overwonnen (behalve een niet-erkende: arbeid tegen kapitaal) en vernieuwde zijn proces van winst en accumulatie buiten het eigenlijke productieproces.”

Zelfs de oude critici van het kapitaal geloofden in dit sprookje en begonnen te flirten met het idee dat de problematische cycli van het bedrijfsleven waren overwonnen en dat het ‘einde van de geschiedenis’ was aangebroken. Totdat het spel uit was.

nvv-poster-vreugde-en-arbeid_1942Voordat de credietcrisis van 2008 een inkijkje bood in de onhandelbaar gigantische schulden waarmee het economische wonder van de jaren 1990 en 2000 was gefinancieerd, waren kernlanden van de wereldeconomie al gede-industrialiseerd door verplaatsing of uitbesteding naar lage loonlanden. Dat paste ook goed in de strategie om de arbeidersklasse uit de loopgraven te halen waarin ze zich had ingegraven om haar belangen te verdedigen. Met de de-industrialisering werden grote delen van de arbeidersklasse in de oude kernlanden van het kapitalisme beroofd van hun identiteit, die bestond uit het aanvaarden van hun vervreemding als bron van hun zelfbeeld.  Werkloos waren zij voortaan nog maar de schim van de trotse proletariërs die ze ooit geweest waren.

Een andere reden die wel wordt gegeven voor het onzichtbaar worden van de arbeidersklasse, is automatisering en robotisering. Roufos geeft toe dat deze ontwikkelingen plaatsvonden in bedrijfstakken waar hoge vervoerskosten het uitbesteden en verplaatsen van productie bemoeilijkten. Innovaties hebben echter de neiging om meer arbeidsplaatsen te scheppen dan ze vernietigen, weliswaar gaat het om lagerbetaalde banen. Massaal verlies van arbeidsplaatsen door robotisering acht hij pas mogelijk op langere termijn. Het gaat hier echter ook om de houding van de zittende elites ten opzichte van de werkelijke of veronderstelde effecten van automatisering en robotisering – evenals die van de-industrialisering, handelsaccoorden, verplaatsingen van bedrijven: ze ontkennen domweg dat deze verschijnselen ook maar iets te maken hebben met globalisering of internationalisering van de handel.

De onverwachte ‘krediet’-crisis van 2008 leidde tot opschudding. The Economist sprak zelfs van een mogelijk einde van het kapitalisme. Maar desondanks werd het economisch monetaristische beleid niet ter discussie gesteld. Men dacht dat het voldoende was om met enorme geldbedragen de banken, verzekeringsmaatschappijen en andere financiële conglomeraten overeind te houden. Hoe kon dit niet leiden tot een enorme inflate? Het antwoord is simpel. Omdat deze enome ballonnen gebakken lucht terecht kwamen in dezelfde sectoren van de economie die eerder al voorrang hadden gekregen: die van de denkbeeldige winstscheppingen, ten koste van de werkelijke  meerwaardescheppende sectoren.

Van landen als Griekenland en Spanje waar de verruiming van het krediet was gebruikt om economische herstructurering uit te stellen, werden harde bezuinigingen afgedwongen. Men verbeeldde zich dat deze bezuinigingen deze economieën weer in de pas zouden laten lopen met de pincipes van het monetarisme. Deze landen kregen verdere leningen tegen voorwaarden die hen verder de recessie in joegen, met als gevolg massawerkloosheid en achteruitgang van sociale voorzieningen en lonen.

Deze dubbele strategie stuit op twee problemen:

  1. In de landen die gevangen zitten in de val van de bezuinigingen en recessie, heeft een voordurende deflatie drastisch de lonen (en dus de vraag) verminderd – terwijl de hoogte van de schuld (een schuld die consequent wordt verhoogd bij elke ‘bailout’-overeenkomst) -ervoor zorgt dat elke kans op terugbetalen volledig uitgesloten is.
  2. Aan de andere kant zijn zelfs die landen die de harde bezuinigingsmaatregelen hebben vermeden die de economische groei in de weg staan, er niet in geslaagd om de economische groei te doen herstellen. Ondanks alle onorthodoxe maatregelen die door opeenvolgende regeringen zijn bedacht, zoals negatieve rente of kwantitatieve versoepeling , houdt de dreiging van deflatie aan, terwijl de gestage daling van de investeringen (omdat grote ondernemingen momenteel geen mogelijjkheden voor een aantrekkelijk rendement zien)  de trage ‘groei’ bestendigt.

De aantrekkelijkheid van het neoliberalisme had meer te maken met zijn vermogen om het naoorlogse klassecompromis af te breken en het proletarische verzet te verslaan dan met ideologische coherentie. De crisis-strategie voor het besturen van de periode na 2007 zal waarschijnlijk niet zozeer als verdienstelijk beschouwd worden vanwege herstel van de economische groei, maar vawege de mogelijkheid om de sociale bewegingen in te kapselen die ertegen opkwamen. (Einde citaat Roufos). 

Het falen van de rellen en opstanden van 2010-2012

De rellen tegen bezuinigingen in Athene, Madrid en Lissabon vielen samen met de opstanden in de Arabische en Noord-Afrikaanse landen, die voortkwamen uit een stijging van de voedselprijzen, een bijproduct van kapitaalvlucht in de grondstoffenmarkten. Op zijn beurt werd de VS ruw ontwaakt uit zijn sociale slaap door de Occupy-beweging, die de inhoud en het eindresultaat van het ‘bailout’-beleid ter discussie stelde. Het leek er een tijdje op dat een wereldwijde mobilisatie gaande was, maar de beweging was niet internationalistisch van aard en slaagde er niet in om uit de nationale begrenzingen te stappen. Links deed met succes een gezamenlijke inspanning om de economische ineenstorting voor te stellen als nationale vernedering en nationalistische oplossingen naar voren te schuiven. Delen van de bevolking zagen daarin een mogelijkheid tot heropleving van de staat als bemiddelaar tussen klassentegenstellingen, vooral na wat werd gezien als een nederlaag op straat. Daarmee vond echter ook een theoretische herschikking plaats: de opkomst van ‘ons land terug’, parlementaire verantwoording, economische herverdeling (een terugkeer naar een door de staat aangestuurde nationale economie). Van Griekenland tot Egypte, en van Spanje tot Tunesië, maakte zelfactiviteit plaats voor delegatie van macht aan een stel vertegenwoordigers die de staatsmachine zouden overnemen en die zouden gaan onderhandelen over een nationale exit-strategie. Geen van deze ‘oplossingen’ van nationalistische sprookjes brak echer met het devaluatiebeleid. Waar ze wel in slaagden was het zetten van de agenda voor nationalistische oplossingen van de crisis.

Van beginnende kritiek op globalisering naar nationalisme

Trump, de Brexit en andere olifanten lopen onder andere te hoop tegen de globalisering en de neoliberale rechtvaardiging daarvan. Daarbij beroepen zich niet op de lang voorbije activistische beweging tegen globalisering, maar ze vinden weerklank bij een deel van de managers van het kapitaal dat ook wanhopig op zoek is naar een uitweg uit de huidige impasse. Daaronder bevinden zich ook voormalige felle verdedigers van de globalisering. Roufis noemt een uitlating van de onderzoeksafdeling van het IMF en een opzienbarende grafiek van de World Bank over de wereldwijde inkomensverdeling, die eerder werd gebruikt ter verdediging van de globalisering, maar tegenwoordig als kritiek daarop.

Ik kan daaraan toevoegen de erkenning door het G20-overleg van Shanghai van 27/8-4-2016 “dat eerdere gemeenschappelijke maatregelen tot geen enkel ander resultaat hebben geleid dan … het verergeren van de crisis. Men heeft in de afgelopen jaren de bankbiljettenpers laten draaien en de staatsschulden laten oplopen. De geldhoeveelheid is enorm toegenomen ten opzichte van de geproduceerde goederen. Kapitaal was nog nooit zo goedkoop, maar winstgevende productieve investeringen waren niet te vinden. De enorme bedragen die in de wereldeconomie zijn gepompt, kwamen terecht in de speculatie op de beurzen, met name speculatie in … dezelfde staatsschulden waar het goedkope geld vandaan kwam” (Na G-20 overleg…).

Roufos ziet een groeiend besef van de kant van veel van de economische adviseurs en strategen dat de kapitalistische winstgevendheid voortdurend afneemt, terwijl een nieuw productieve paradigma om de patstelling te doorbreken die het oude beleid schiep, tot nu toe nergens is te bekennen. Het falen van bovengenoemde sociale bewegingen, en de verwarring die de parlementaire pogingen van Links hebben opgeroepen, hebben ertoe geleid dat velen geloven dat dit ruimte heeft geschapen voor de opkomst van rechtse, xenofobe en racistische ideeën. Er zit natuurlijk een element van waarheid in, maar Roufos ziet geen coherentie in de verschillende racistische ideeën die de uiteenlopende populistische partijen, van Gouden Dageraad tot Wilders, naar voren brengen.  De zoektocht naar een meer geschikte analytische categorie brengt hem, niet toevallig, terug naar het kader van de politieke economie. Vanuit dit perspectief, wat al de bovenstaande populisten verenigt, is niet een zwaar opgerekte  definitie van ras, maar de vraag naar de herconfiguratie van het post-crisis, post-globaliserings economische landschap binnen het nationale kader, of (om een bruikbare term te lenen), een terugkeer naar de “nationale welvaart”. De rechtse populisten verstaan onder globalisering niet zozeer een vrij verkeer van kapitaal maar ze richten hun pijlen op het vrije verkeer van arbeid. Dit verergerde de (ongelukkige maar echte) structurele tegenstellingen tussen arbeiders die onderling strijden voor een betere positie van de arbeidsmarkt. Dit ‘rechtse’ programma is bijna identiek aan het programma van het officiële Links, aan de macht of niet. Het openlijke anti-immigrant beleid van Rechts heeft misschien linksen over de hele wereld de gelegenheid gegeven om hun afschuw te uiten, maar bijna niemand leek gestoord toen links opriep tot het herstel van de ‘nationale soevereiniteit’ of ‘nationale wederopbouw’, begrippen die alle diep geworteld zijn in het altijd onbetwiste kader van de kapitalistische sociale verhoudingen: de natie. Trump, de Brexit-campagne, en anderen konden gewoon deze voorstellen overnemen en tot hun logische conclusie brengen: als de staat zich echt opnieuw richt op zijn eigen burgers, zijn dan niet al degenen die niet geen staatsburgers zijn, automatisch uitgesloten?

De toekomst van het Trumpisme

Er zijn geen tekenen van economisch herstel. Zelfs Morgan Stanley moet toegeven dat de verwachte effecten van Trumps voorgestelde beleid op werkgelegenheid en inflatie minimaal zullen zijn. Ook de terugkeer van de buitenlandse reserves van de grote bedrihven zal waarschijnlijk even weinig effect hebben als een soortgelijke poging van Bush in 2004. Van de uitgaven aan infrastructuur is onduidelijk waarom deze meer resultaat zouden hebben dan die in Japan (een flop dus), dat al enige tijd een ‘neoliberale keynisiaanse’ politiek volgt. En protectionisme? Dit past geheel in de terugkeer binnen het kader van de natie, maar economisch gezien pakt het extreem destabiliserend uit, al was het maar vanwege de verwoestende gevolgen van de handelsoorlogen die eruit zullen volgen. Allereerst zouden de verhoogde kosten van de verhuizing naar de VS moeten worden opgehoest.

Het is echter voorstelbaar dat het zogenaamde nationale protectionistisch beleid de situatie boven water kan houden, al was het maar door middel van wensdenken in plaats van concrete resultaten. In ieder geval hebben we al ervaren hoe het neoliberale wensdenken de ‘markten’ al geruime tijd in de lucht houdt, laat staan de mensen die echt willen geloven dat de dingen zullen verbeteren. Wanneer Trump zijn vrouwenhatende en racistische toon aanzienlijk matigt, stopt met buitenlandse politiek te voeren via Twitter, zich concentreert op infrastructurele uitgaven en zo wat banen schept, zijn verhaaltje voeding geeft dat hij banen in de productie beschermt (door de ondernemingen belastingvoordelen te bieden), de banken verder dereguleert en met belastingvoordelen de geldstromen van Amerikaanse multinationals terug lokt, dan kan hij erin slagen steun te krijgen uit meerdere klassen, opnieuw het kapitalisme te rechtvaardigen en de kloof binnen de bevolking te sluiten die door de crisis is ontstaan.

“Het enige dat een zekere bedreiging lijkt voor de voortzetting van ‘business as usual’ draagt een nationalistische vlag en verheerlijkt meedogenloze staatsmechanismen. De onzekerheid die door de wereldwijde vertraging van de economische groei is ontstaan, heeft de kaarten opnieuw geschud. Maar het overduidelijke ‘verlies van het gevoel voor het geheel’ door de heersende klasse heeft niet geleid tot een nieuw inzicht in het geheel door degenen die geen materiële belangen hebben om deze ramp die kapitalisme heet, verder te laten voortduren. In ieder geval, is de vraag niet of de vertegenwoordigers van het kapitaal een strategie hebben of niet. Er zijn redenen om te denken dat ze die wel hebben en voldoende aanwijzingen dat ze die niet hebben. Het probleem is het ontbreken van een revolutionaire sociale beweging. Dat betekent dat wat ook de uitkomst is, deze per definitie schadelijk zal zijn voor de emancipatie van de mensheid. De afschaffing van de materiële voorwaarden die ons opsluiten in een neerwaartse spiraal gaat niet per ongeluk of automatisch gebeuren.”

-.-

Overname van deze pagina is toegestaan bij vermelding van de bron:
https://arbeidersstemmen.wordpress.com/2017/02/08/trump-trumpisme-en-anti-trumpisme/

 

 

Advertenties
Trump, Trumpisme en anti-Trumpisme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s