De situatie van de arbeidersklasse in Nederland (2017)

Miljarden

Arbeidsverhoudingen en politiek1 / door Fredo Corvo, 11-7-2017

Terwijl we dit schrijven (11-7-2017), is in Nederland nog geen regering gevormd. Dit kan grotendeels worden verklaard door de traditionele besluiteloosheid van de Nederlandse bourgeoisie als het gaat om haar buitenlandse betrekkingen en binnenlands beleid. Om deze redenen is er geen nieuwe regering die besluiten kan nemen over de besteding van de ’meevallers’ en andere miljarden Euro’s die zijn bezuinigd op het sociale loon (uitkeringen en sociale voorzieningen). Deze tekst legt uit hoe deze bezuinigingen tot stand zijn gekomen.


1. Nederland: een roofstaat aan de Noordzee

Onder arbeiders in Nederland bestaat het idee dat de betrekkelijk sterke positie van Nederland vooral het resultaat zou zijn van ‘hard werken’, en dat arbeiders in landen met een zwakkere economie ‘lui’ zouden zijn (Bloeden wij voor luie Grieken…?). Deze opvatting gaat niet alleen voorbij aan de verslechtering van de arbeids- en levensomstandigheden die in diverse landen heeft plaatsgevonden, maar verduistert ook het inzicht dat het kapitaal zijn aanvallen op de internationale arbeidersklasse land voor land uitvoert. De bezuinigingen, ontslagen en verlagingen van lonen en pensioenen die Dijsselbloem als schoothondje van Merkel via de regering Syriza aan de Griekse arbeiders heeft opgelegd, worden via de regering van Macron vandaag aan de Franse arbeiders opgelegd en morgen via toekomstige regeringen aan de Nederlandse en Duitse arbeiders.

Voor een beter inzicht in de betrekkelijk gunstige economische positie van het kapitalisme in Nederland is het belangrijk om zijn sterke graad van kapitaalsaccumulatie te zien en de hoge organische samenstelling van het kapitaal. Beide verklaren dat het Nederlandse kapitaal zich via de werking van het marktmechanisme grote delen van de arbeid kan toe-eigenen die is geleverd in andere regio’s waar het kapitaal minder efficiënt werkt.

Dit heeft ook gevolgen wanneer de communistische revolutie de uitbuiting van arbeid door het kapitaal beëindigt, onverschillig of deze meerwaarde werd gevormd door de werking van de markt of meer via de staat. Wanneer zegevierende proletariaat in naam van de maatschappij zich de productiemiddelen toe-eigent die het kapitaal geschapen heeft met de uitbuiting van de arbeid, zal het een einde maken aan de productie voor winst, aan geld dat als kapitaal circuleert, en dus ook alle kredieten ongeldig verklaren. Er komt een einde aan de verschillen tussen bedrijven, die eigen waren aan de werking het kapitalisme, en waardoor bedrijven die minder efficiënt de arbeid uitbuitten de poorten moesten sluiten. Met de verplettering van de burgerlijke staten zal de proletarische revolutie ook een einde maken aan de financiële verantwoording op basis van verschillen in handels- en betalingsbalans, die nu ertoe leiden dat de banken landen als Griekenland, Spanje, Portugal en Italië uitzuigen, terwijl in landen als Duitsland en Nederland de miljarden zich opstapelen, zonder winstgevende investeringen te vinden die de kapitalistische economie weer op gang zouden kunnen brengen.

Een andere succesfactor is de positie van Nederland in de logistieke keten die het verbindt met zijn grote buurland Duitsland en met de wereldmarkt (Rotterdamse zeehaven). Dit verklaart de dominantie in de export van de petrochemische sector (34,1% in 2014), machines en transportmiddelen (26,8%).2

Misschien verrassend, maar het grootse segment van zijn grote overschot op de handels- en betalingsbalansen, wordt geleverd door de agrarische sector van Nederland: €81,3 miljard euro in 20153, of 68% van de totale uitvoer van meer dan €120 miljard euro4. Het kleine Nederland is de tweede agrarische exporteur ter wereld (na de VS), terwijl het slechts 0,04% van de wereldwijde landbouwgrond bezit. Zo wordt bijvoorbeeld 92% van de 7.041 miljoen kg in Nederland geproduceerde aardappels geëxporteerd. Intensieve veeteelt produceert dagelijks meer dan 43.000 varkens en 1,5 miljoen kippen. Volgens CBS-cijfers telde Nederland in 2016 12,5 miljoen varkens, 105 miljoen kippen en 4,2 miljoen runderen (Trouw, 4-7-2017, blz. 23). Een groot deel van de werknemers in de productie van groenten en bloemen, en in de slachthuizen, zijn buitenlanders, die met tijdelijke contracten werken tegen lage lonen. Er wordt gezegd dat Nederland de wereld zou kunnen voeden. Natuurlijk alleen als de proletariërs van de wereld zich zouden kunnen veroorloven om zijn voedsel te kopen. De meeste mensen zonder productiemiddelen genieten immers niet niet het ‘voorrecht’ om hun arbeidskracht te laten uitbuiten. De landbouwproductie is zeer kapitaalintensief en produceert enorme hoeveelheden goedkoop voedsel van dubieuze kwaliteit (pesticiden, antibiotica, resistente bacteriën). Daarbij blijft de bevolking van Nederland achter met enorme hoeveelheden mest, residuen van (bio-) chemisch afval in de bodem en in drinkwater. De lucht wordt vervuild met CO2, methaangas en andere broeikasgassen. Een recent verschijnsel is dat de concentraties van dieren, die het aantal mensen op een klein grondgebied te boven gaat, leiden tot besmetting met ziekten die zich van dier tot mens verspreiden, zoals blijkt uit de Q-koortsbacterie die van geiten naar mensen overslaat, met vaak dodelijke gevolgen. De boeren krijgen minder dan wat ze nodig hebben om hun bedrijf voort te zetten. Een varkensboer krijgt bijvoorbeeld € 0,06 van elke verkochte Euro.5 De meeste boeren hebben hun eigendom aan ‘hun’ coöperatieve bank, Rabobank, in hypotheek gegeven, die zich gedraagt als een gewone handelsbank. Alle winsten zijn voor de grote agribusiness, die zich bezighoudt met chemicaliën, meststoffen, biochemische stoffen, zaden, het exploiteren van slachthuizen en functioneren als vlees-, bloemen- en groente-exporteurs, of die diensten aanbieden als logistiek, vervoer en natuurlijk bankwezen. (Meer over het agrarische vraagstuk).

Ten slotte is het goed om te weten dat, terwijl Nederland de nummer 9 van de landen in Europa is die werkgevers het zwaarst belasten6, terwijl het zijn inwoners zwaar belast, met name de lagere inkomens, het een belastingparadijs is voor buitenlands kapitaal, met name voor multinationals. Internationale druk op Minister van Financiën Dijsselbloem (Partij van de Arbeid) om deze ‘piraten’-praktijken te beëindigen, groeit. Onlangs voelde de regering zich verplicht toe te geven door informatie over een deel van zijn belastingovereenkomsten met buitenlandse bedrijven over te dragen. De voor multinationals fiscaal gunstige wetgeving met betrekking tot intellectuele eigendom7 blijft echter voorlopig gehandhaafd.

2. Bezuinigingen door de centrale overheid

Net als in andere landen zijn sinds de jaren tachtig de meeste aanvallen op het loon gericht op het ‘sociale’ loon, dat wil zeggen op uitkeringen en sociale voorzieningen. Arbeiders vinden het moeilijk zich hier tegen te verdedigen op dezelfde manier die zij in de jaren 1960 en 1970 hebben gedaan, met stakingsbewegingen die vaak de door de staat erkende vakbonden verrasten met wilde stakingen. Van de meest recente aanvallen op het ‘sociale’ loon door de centrale staat vermelden we hier de huren in de sociale sector, ziektekostenverzekeringen en de pensioenen.

Sociale sector huurwoningen

De woningbouwverenigingen die verantwoordelijk zijn voor goedkope huurwoningen, hebben nog steeds geen winstdoel. Maar in feite hebben verschillende regeringen hen niet alleen in de positie gelaten, maar zelfs aangezet om hun ‘business’ voor winst te managen, dat wil zeggen dat ze investeren voor het binnenharken van hogere inkomsten door goedkope huizen te slopen en te vervangen door woningen voor de hogere inkomens. Als ze hun miljoenen niet gewoon op de bank laten staan of speculeren in derivaten. Sommige van hun topmanagers ontvingen als beloning voor hun speculaties frauduleuze betalingen van banken. Als gevolg van deze inbreuk op de sociale sector door de mechanismen van de kapitaalmarkt, is er een gebrek aan huizen met lage huurprijzen. Ondertussen kunnen steeds meer lage en onzekere inkomens geen hypotheek van de banken krijgen. Daarom zijn deze groepen genoodzaakt betrekkelijk hoge huren in de particuliere sector te betalen. Deze huren komen ten goeden aan parasitair kapitaal, waarvan een deel verband houdt met drugscriminaliteit, een andere substantiële maar verborgen exportgerelateerde sector van de Nederlandse economie (zie Teeven lid van de Raad van Narcostate).

Ziektekostenverzekeringen

Nu is de verplichte ziektekostenverzekering al een aantal jaren overgedragen van non-profit ziekenfondsen naar particuliere verzekeringsbedrijven die dividend mogen uitbetalen. Op de achtergrond bestaat er een uiterst kosteneffectief toezicht door het staatskapitalisme, dat werkt met ‘eigen risico’ en bepalingen van wat wel en wat niet vergoed mag worden. De verzekeringsmaatschappijen mogen van de staat bezuinigen door onvoldoende zorg in te kopen, terwijl ze hun verplichtingen ten opzichte van hun ‘consumenten’ slechts op papier nakomen. Dit heeft geleid tot dramatische situaties in bepaalde sectoren, zoals de zorg aan ouderen en in de jeugdpsychiatrie. Om een voorbeeld te geven, na zelfmoordpogingen worden jonge mensen door de Eerste Hulp naar huis gestuurd wegens gebrek aan bedden. Slechts enkele van deze dramatische situaties komen uiteindelijk in publiciteit, waarna politici plechtig verklaren dat ze niet kunnen begrijpen hoe dit kan gebeuren …

Pensioenen

Na de ontmanteling van de belastingvoordelen voor vervroegde pensionering (vanaf 55 jaar) is deze vorm van pensioen (VUT) volledig verdwenen. Vervolgens is de leeftijd voor het ontvangen van AOW, die gekoppeld is aan het minimumloon, en die wordt gefinancierd uit belastingen), gestegen van 65 naar 67 jaar. Deze leeftijdsgrens wordt in de toekomst nog verder opgerekt wanneer de levensverwachting stijgt. In overeenstemming met deze verhogingen van de leeftijdsgrens, zijn de aanvullende bedrijfs- en bedrijfstakpensioenen voor werknemers aangepast. Deze pensioenen worden gefinancierd door verplichte premiebetalingen door werkgevers en werknemers. Miljarden aan pensioenen zijn inmiddels geïnvesteerd in effecten, beheerd door vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden. Volgens de pensioenwetten die na het Tweede Wereldoorlog zijn aangenomen, zijn pensioenniveaus nog steeds gebaseerd op de rentetarieven, terwijl die voor een aantal jaren historisch laag zijn. Dit betekent dat pensioenuitkeringen niet langer de inflatie volgen, terwijl de pensioen-‘reserves’ in waarde zijn gestegen met de aandelenprijzen. De miljarden die de werknemers zijn beloofd als broodnodige aanvulling op de karige AOW-uitkeringen, staan hen als kapitaal tegenover, beheerd door o.a. ‘hun’ vakbonden.

3. Bezuinigingen door decentralisatie van “sociale” taken naar de gemeenten

Sinds januari 2015 heeft de centrale regering haar taken op onder andere het gebied van jeugdzorg, werk en inkomen, en zorg voor langdurige zieken en ouderen gedecentraliseerd naar de gemeenten. Het openlijk verkondigde hoofddoel van deze operatie is efficiëntie. Na 2,5 jaar kunnen we zien dat deze ‘sociale’ taken van de staat op geringere niveaus zijn vervuld met catastrofale gevolgen voor haar ‘klanten’, met name de armere delen van de bevolking.

Ouderenzorg

Veel bejaardentehuizen zijn gesloten, wat nog open is, is onderbemensd, de werkende in deze sector totaal overbelast, de opgenomen ouderen vaak verwaarloosd. Ouderen die langer in hun eigen woningen verblijven, komen er achter dat thuishulp moeilijk is te krijgen, omdat de gemeente – door gebrek aan budget van de centrale staat – ook op deze hulp heeft bezuinigd.

Jeugdzorg

Jongeren met psychische problemen wordt door gemeenten poliklinische hulp geweigerd, waardoor hun situatie verslechtert en het aantal (duurdere) plaatsen in psychiatrische instellingen is gestegen tot een niveau dat deze patiënten … moeten weigeren.

Bijstand

Een aloude ‘sociale’ taak van gemeenten is het regelen van de laagste sociale uitkeringen voor werklozen. Iedere werkloze of werker met te weinig werk om van rond te komen, is uiteindelijk afhankelijk van deze dienstverlening door de gemeente. En hun aantallen nemen toe. De gemeentelijke begroting is beperkt (en recent geïntegreerd met de budgetten voor de nieuwe gemeentelijke taken als gevolg van decentralisatie) en anderzijds worden de uitkeringsniveaus voor diverse soorten huishoudens bepaald door … de centrale staat.

Veel gemeenten zoeken een uitweg door het lastig vallen van de werklozen onder hun verantwoordelijkheid. Een beruchte bureaucratische aanpak tot bezuinigen bestaat uit het opleggen van strafkortingen wegens ongemeld samenwonen, zwart werk, weigering om onbetaald “vrijwilligerswerk” te doen (bijvoorbeeld straten vegen in dezelfde hesjes als tot taakstraffen veroordeelde wetsovertreders), weigering nep-cursussen volgen, bijvoorbeeld sollicitatietrainingen, ondanks dat deze bewezen contraproductief zijn. In feite bevinden zelfs de ongekorte bijstandsuitkeringen zich meer op het niveau van biologische overleving dan op een niveau dat de participatie in de maatschappij waarborgt. Hetzelfde geldt voor de AOW-uitkeringen.

4. Bureaucratie, ondoorzichtigheid en administratieve chaos

Naast de decentralisering naar gemeenten en het afschuiven van sociale taken van de staat naar andere organisaties, leidt grote aantal regelingen en instanties tot een onoverzichtelijke chaos, waar zelfs professionele hulpverleners miet meer uit komen. Alles ten nadele van de ‘uitkeringsgerechtigden’.

Toeslagen voor de lagere inkomens

Voor degenen die van de laagste inkomens moeten rondkomen, heeft de staat een aantal negatieve belastingen voorzien, in de vorm van toeslagen voor kinderopvang, voor ziektekostenverzekering, huur, enz. Nu werklozen wat extra geld mogen verdienen zonder dat hun uitkering wordt verlaagd, proberen velen hun situatie te verbeteren door deeltijd- of tijdelijk werk. Een deel van hen, – evenals de lagere inkomens zonder uitkering – worden vervolgens slachtoffer van de ‘armoedeval’. Dit betekent dat wanneer de belastingdienst ontdekt dat deze ijverige burgers erin slaagden hun inkomsten te verhogen boven de niveaus waaronder ze recht hadden op toeslagen, verhaalt zij de inmiddels opgehoopte onterecht uitgekeerde bedragen op de uitkeringsgerechtigden. Maar vaak hebben deze nijvere lieden het geld dat zij verdiend hebben door extra te werken al opgemaakt om hun schulden te betalen of b.v. de al lang defecte wasmachine eindelijk te vervangen. In dat geval toont het belastingkantoor dezelfde weerzinwekkende bureaucratische houding als andere onderdelen van de centrale staat, van gemeenten en zorgverzekeringen, en natuurlijk krediet- en hypotheekbanken, of particuliere huiseigenaren en zelfs woningcorporaties en energiebedrijven wanneer ze achterstallige betalingen proberen in te vorderen met beslag op lonen en uitkeringen, deurwaarders en huisuitzettingen. Steeds meer mensen komen door boetes en invorderingskosten van deurwaarders (die steeds terugvallen op illegale procedures en intimidatie tegen debiteuren) in een situatie waarin de schulden stijgen tot een niveau dat ze nooit meer kunnen terugbetalen. Geen verrassing dat de aantallen daklozen groeien en dat kringloopwinkels, gaarkeukens en voedselbanken voor de armen zijn te vinden in alle regio’s van wat een van de rijkste landen van de EU is.

Strijd van werklozen en mensen met te weinig werk

Deze strijd behoort tot de zeldzame uitzonderingen. Met name is strijd ontwikkeld tegen dwangarbeid (onbetaald ‘vrijwilligerswerk’). De meeste van de weinige organisaties voor werklozen, ouderen en huurders zijn aanhangsels van burgerlijke politieke organisaties en de door de staat erkende vakbeweging. De organisaties met een ultra-linkse oriëntatie (anarcho-syndicalistisch en / of trotskistisch), laten zich niet weerhouden van ‘kritische’ frontvorming met linksburgerlijke organisaties en de staatsvakbeweging, zoals in 2017 door deel te nemen aan de staart van de 1 mei demonstratie, georganiseerd door de FNV (Basisinkomen of werklozenstrijd?).

Basisinkomen

Veel werklozen hopen dat de burgerlijk politiek een basisinkomen tot stand zal brengen voor bepaalde categorieën (ouder dan 55), of voor iedereen. Op die manier hopen zij verlost te worden van de huidige nutteloze verplichtingen en bureaucratische pesterijen. Maar zonder klassestrijd, zal het kapitaal het basisinkomen gebruiken om het inkomen van de werklozen verder te verlagen, bijvoorbeeld door de toeslagen voor lagere inkomens af te schaffen. De laatste voorziening wordt in toenemende mate bekritiseerd vanwege ingewikkelde procedures en de bureaucratische aanpak van onterechte uitkeringen door de belastingdienst. Miljarden kunnen worden bespaard, niet alleen door het schrappen van de toeslagen en de daarbij behoren bureaucratie bij de belastingdienst, evenals de bedragen voor allerlei totaal nutteloze ‘herintegratietrajecten’ en controlemaatregelen bij de gemeentelijke Bijstand. Zonder strijd als arbeiders met gebrek aan betaald werk, zal slechts een minimaal deel van deze besparingen ten goede komen aan de uitkeringen. Bij gebrek aan inkomen, verscherpt zich de noodzaak bij uitkeringsgerechtigden om werk te vinden … tegen elke prijs. Dan kunnen de lonen weer verder worden verlaagd.

Alleen wanneer arbeiderseisen in open strijd worden gesteld, wanneer deze strijd zich uitbreidt naar meer en meer sectoren van het proletariaat, met inbegrip van de werkende arbeiders, ook naar de beter betaalde en hoger gekwalificeerde arbeiders die eveneens hun levenspeil en hun arbeidsomstandigheden zien achteruitgaan, kunnen tijdelijke resultaten worden behaald. Belangrijker en blijvender dan deze materiële resultaten die op den duur door b.v. inflatie ongedaan worden gemaakt, is het toenemen van de solidariteit, het begrip van de noodzaak om zich te verenigen in zelfstandige organisatie en het bewustzijn dat de arbeiders als klasse de loonslavernij van zich af kunnen schudden en dat zij als associatie van vrije en gelijke mensen het kapitalisme te boven kunnen komen.

De decentralisatie van sociale taken van de landelijke naar de gemeentelijke overheid, laat een duidelijke parallel zien met de afschuiven van bezuinigingen door de staat naar ziektekostenverzekeraars, het toestaan van een beleid van woningbouwcorporaties dat de huren opdrijft en het onder druk zetten van pensioenfondsen. In al deze gevallen delegeert de centrale staat zijn verantwoordelijkheid en verantwoording aan andere organen, terwijl hij een stevige financiële greep handhaaft. Op deze manier leidt de centrale staat de aandacht af van zijn klassekarakter, namelijk een instrument te zijn voor de uitpersing en herverdeling van meerwaarde in het belang van het kapitaal.

Wanneer de arbeidersklasse deze maskerade doorziet, zal zij alle daarin betrokken organen, van gemeenten tot belastingdienst, van ziektekostenverzekeraars tot pensioenfondsen herkennen als staatsorganen en deze op dezelfde manier bestrijden als de centrale staat, door ze met proletarische machtsuitoefening (stakingen, manifestaties, bezettingen) te dwingen om te voldoen aan de eisen van de werkende en/of werkloze arbeiders. Na de revolutie zal de zegevierde arbeiderklasse wat er overblijft van de sociale functies van deze organisaties inpassen de organisatie van productie en dienstverlening door de arbeidersraden, waarbij hun huidige functie van onderdrukking en hun bureaucratische en ondoorzichtige mechanismen worden beëindigd.


5. Werkloosheid en armoede

Volgens de meest recente cijfers (2015) leefden 626.000 huishoudens – of 8,8% van alle huishoudens – onder de armoedegrens, van wie 221.000 vier jaar of langer. Vooral eenoudergezinnen bevinden zich in armoede8. Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau konden in 2014 bijna 800.000 mensen niet voldoen aan hun meest fundamentele behoeften. De verdeling van rijkdom in Nederland is bijzonder ongelijk. De rijkste 10% van alle huishoudens bezit 60% van de geproduceerde rijkdom, 8% van de bevolking wordt beschouwd als arm9.

Als het gaat om de lagere inkomens, dan pleit geen enkele burgerlijke instantie voor de verhoging van hun schamele inkomsten. Het is tekenend voor de ‘goede bedoelingen’ van de bourgeoisie dat wel gewaarschuwd wordt voor de penibele situatie van de groep boven de ‘lagere inkomens’, de zogenaamde ‘middeninkomens’. Een studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelt dat deze groep er weliswaar in inkomen en werkgelegenheid niet op achteruit zou zijn gegaan, maar dat beide partners hard moeten werken om hun situatie te handhaven en dat er vaak geen reserves zijn bij tegenslagen. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat vroeger 1 gemiddeld inkomen voldoende was op een heel gezin op ‘middenklasse’-niveau te laten leven, tegenover nu 2 of meer inkomens. Met name degenen met routinematig en laagbetaald werk, b.v. in de zorg of met administratief werk wacht werkloosheid. Wat betreft het vertrouwen in de politiek, bestaat de kans op dezelfde ‘radicalisering’ als bij de ‘lagere inkomens’10. In de gegeven voorbeelden wordt rechtse radicalisering bedoeld, maar in bepaalde omstandigheden kan natuurlijk ook een radicalisering optreden waarin delen van de ‘middeninkomens’ zich opstellen overeenkomstig hun klassepositie: tot dan toe wat beter betaalde arbeiders.

Sinds juli 2015 moeten werklozen elke baan (onder hun beroepsniveau) accepteren na 6 maanden (in plaats van 12). Volgens plan zal de looptijd van de werkloosheidsuitkeringen geleidelijk worden verminderd van 38 tot 24 maanden tussen januari 2016 en juli 201911. Het effect kan al gezien worden bij werklozen van 55 jaar en ouder, die bijna geen kans hebben (3%) om ooit weer werk te vinden. Steeds meer van deze langdurige werklozen (3% van de beroepsbevolking) zien hun inkomen afnemen naar het Bijstandsniveau.

Vervalsing van werkloosheidscijfers

Geen wonder dat er inspanningen worden gedaan om deze ‘schande’ te verbergen van een kapitalisme dat steeds meer werklozen voortbrengt. Aan de ene kant wordt steeds meer welvaart geproduceerd in steeds minder arbeidstijd, anderzijds zijn steeds minder arbeiders aan het werken, die dan ook een voortdurend kleiner deel krijgen van de welvaart die zij scheppen, terwijl de werkloze arbeiders steeds verder wegzakken in armoede. Wanneer deze absurde situatie doordringt tot in het bewustzijn van de arbeidersklasse, dreigen sociale uitbarstingen. Om die reden worden over de hele wereld, de werkloosheidscijfers vervalst. In Nederland gebeurde dat in de verkiezingscampagne van 2017 door een aangepassing aan internationale normen die voorschrijven dat werklozen alleen in de statistieken verschijnen wanneer ze minder dan één uur per week werken. Volgens de officiële statistieken daalde de werkloosheid – op papier – in april 2017 tot 5,1% of 456,000. Rutte en de regeringspartijen VVD en PvdA konden daarmee mooi weer spelen. Maar een raming van de Nederlandse Bank spreekt over 500.000 mensen die op zoek zijn naar een baan. Volgens de Bank moet dit aantal werkzoekenden aan officiële cijfers worden toegevoegd, plus 1 miljoen mensen die minder werken dan zij zouden willen. Dit brengt de totale werkloosheid op 3,5 keer de officiële cijfers. (Trouw 10-6-2017).

Naast vervalsing van cijfers zijn er nog twee belangrijke redenen voor de relatief lage werkloosheidscijfers (en ook lage werkgelegenheid!): De opkomst van de zelfstandigen zonder personeel (ZZP) en de ‘flexibilisering’ van contracten.

Zelfstandig werk’

Op een enorme schaal (1 miljoen werknemers of 17% van de werkgelegenheid in het midden van 201512 zijn werknemers onder druk gezet door hun bazen (en worden nog steeds onder druk gezet) om te gaan met werken als ZZP-ers, waardoor ze allerlei rechten, met name op sociale uitkeringen missen. De staat stimuleerde deze vorm van ‘zelfstandig’ werk met fiscale middelen13.

Selfempl

Flexibele contracten

Flexibele contracten (gestegen van ongeveer 16% in 2006 tot 22% van de beroepsbevolking in 2016)14, worden eveneens gestimuleerd met het excuus daarmee de werkgelegenheid zou toenemen. In feite is 1 van de 2 flexwerkers binnen drie jaar zonder werk. Dit geldt met name voor de minder hoog opgeleide arbeiders. Nederland staat op het punt van tijdelijke werkgelegenheid aan de top, terwijl de overgang van een flexbaan naar een permanente fulltime banen in vergelijking met andere landen zeer beperkt voorkomt. Nederland scoort het beste op dit aspect (dat wil zeggen voor de werkgevers), zoals de volgende drie grafieken aangeven15.

TempEmplCommon

FewtempWorkers

Zwart werk

Volgens professor Schneider bestaat in 2016 8,8% of € 62 miljard van het Nederlandse BBP uit zwart werk. Schoonmakers werken veel zwart in gezinshuishoudingen tegen ongeveer € 12,50 per uur16. Waarschijnlijk zet de bouwsector de meeste zwartwerkers in – veel van hen zijn Oost-Europeanen – door toepassing van een voor de belastingdienst ondoorzichtige piramidestructuur van onderaannemers. Net als in andere sectoren waar veel arbeiders uit Oost-Europa werken (logistiek, voedsel en landbouw), blijven ze geïsoleerd van Nederlandse arbeiders en aan beide kanten van deze kloof binnen het proletariaat lijkt geen enkele belangstelling te bestaan voor onderlinge solidariteit. Men ziet alleen onderlinge concurrentie. Uiteraard zijn de enigen die daarvan profiteren de werkgevers. De lonen zijn afgenomen door dit gebrek aan strijdbare solidariteit tussen buitenlandse en Nederlandse arbeiders, tussen arbeiders met vaste en met flexibele contracten, door de angst om ook werkloos te worden. Andere factoren hangen ook samen met de globalisering, zoals het sluiten van bedrijven of het verplaatsen van werkgelegenheid naar landen met lagere lonen. Goedkoop voedsel uit intensieve landbouw en veeteelt en goedkope consumptiegoederen uit Azië, van electronica tot kleding en schoeisel, maakten het ook mogelijk om de lonen te drukken. In andere gevallen hebben automatisering en robotisering arbeidsplaatsen laten verdwijnen, maar robotisering is beperkt gebleven, terwijl deze volgens sommige economen tot nieuwe economisch groei zou kunnen leiden.

Teveel kapitaal en te weinig winstgevende investeringsmogelijkheden

Hiermee komen we op een belangrijke oorzaak van de recessie: de arbeidsproductiviteit is sinds 2006 in Nederland ongeveer gelijk gebleven (zoals in andere landen) door gebrek aan investeringen in innovatie17. Dit heeft deels te maken met het feit dat de meeste MKB’s (midden- en kleinbedrijven) sinds 2008 nauwelijks nog leningen van banken kunnen krijgen18. Sinds het midden van de jaren negentig zijn aan de andere kant de netto besparingen van ondernemingen (behalve die in de financiële sector) dramatisch gestegen, in 2014 tot meer dan 7% van het BBP.19 Dus er is genoeg kapitaal in geldvorm beschikbaar, maar waarom zijn er geen investeringen? In een artikel dat in twee afleveringen verscheen in Arbeidersstemmen, werd dit probleem geanalyseerd. Kort samengevat: “wanneer de heropleving niet heeft plaatsgevonden, ondanks een verhoogde winstvoet, een massale injectie van liquiditeit, ondanks dat de krediet- kranen wijd open staan en de rente laag staat, dan dit is omdat bedrijven niet investeren bij gebrek aan productiviteitswinsten en aan zowel afzetmogelijkheden voor meer kapitaalgoederen als voldoende afzetmogelijkheden voor massaconsumptiegoederen.“20


6. Arbeiders aan het werk, soms te veel werk en vaak te weinig om van rond te komen

De lonen hebben zo’n achterstand opgelopen ten opzichte van het kapitaal dat de Nederlandse Bank, de Wereldbank en het Centraal Bureau voor de Statistiek herhaaldelijk gewaarschuwd hebben voor de gevolgen daarvan. In een redactioneel commentaar noemt de krant Trouw twee gevolgen van het achterblijven van de lonen: dreigende sociale onrust en een gebrek aan inkomsten van de staat via de loonbelasting21. Andere burgerlijke stemmen hebben aangevoerd dat een meer stabiele vraag en een stijging van de inflatie in het belang van het kapitaal zouden zijn en lonen zouden om deze reden best kunnen stijgen. Inderdaad is de achteruitgang van de lonen ten opzicht van het kapitaal een van onevenwichtigheden in de kapitalistische economie. Dit speelt ook een rol in de stagnatie van de economische groei sinds de jaren 1980. Maar dat wil niet zeggen dat loonsverhogingen de crisis zouden kunnen oplossen22, zoals sommige linkse neo-keynesianen beweren.

Reële loonsverhogingen, dat wil zeggen loonstijgingen die niet alleen de inflatie te boven gaan maar die ook rekening houden met de toegenomen arbeidsproductiviteit, blijven echter uit. De lonen hebben zelfs de officiële inflatiecijfers niet kunnen bijhouden. En dat terwijl de statistieken voor de kosten van levensonderhoud bovendien al tientallen jaren geleden naar beneden ‘aangepast’, om precies te zijn, toen Zalm – de huidige kabinetsformateur – aan het hoofd stond van het CBS. Waarom zou het kapitaal ook maar welke loonconcessie dan ook doen, als er geen sprake is van arbeidersstrijd die wat verder gaat dan de sporadische slappe vakbonds-‘acties’?

Vakbonden en stakingen

De meeste vakbonden in Nederland, met name die zijn aangesloten bij de twee centrales FNV (een fusie van sociaal-democratische en katholieke vakbonden) en het kleinere CNV (christelijk), worden erkend door de staat en gedragen zich als ‘verantwoordelijke’ partners van het kapitaal. Het zijn staatsvakbonden. In de jaren zeventig zijn de laatste overblijfselen van ‘onafhankelijke’ vakbonden verdwenen.

De betekenis van stakingsstatistieken komt het meest duidelijk naar voren in een vergelijking met de situatie in de jaren 1960, toen een arbeidsmarkt in het voordeel van de werknemers gemiddeld leidde tot zo’n 39 stakingen per jaar, waarbij 182.500 werknemers betrokken waren, die slechts 75.040 dagen het werk hoefden neer te leggen om hogere lonen te krijgen. Een groter deel van deze strijd bestond uit wilde stakingen, dat wil zeggen buiten de blijkbaar tamme vakbonden om. In de jaren 1970, toen een ernstige economische crisis het einde van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog aankondigde, verzette het kapitaal zich heviger tegen stakingen, waardoor het jaarlijks gemiddelde van verloren arbeidsdagen sterk opliep tot 172.000. Sinds de jaren 1980 opende het kapitaal de aanval op het sociale loon, met name op de werkloosheidsuitkeringen. De groei van de werkloosheid (door automatisering, robotisering, uitbesteding en verplaatsing naar landen met lage lonen), heeft de angst van de arbeiders die nog aan het werk waren, aangewakkerd. Zo slaagde het neoliberalisme erin om het totaal aan arbeidsdagen dat voor het kapitaal verloren ging te doen dalen van 172.000 in de ‘hete’ jaren 1970 tot 61.000 uur in de jaren 2010.

gemiddelden per jaar Aantallen stakingen Verloren arbeidsdagen x 1000 Betrokken arbeiders x 1000
Jaren 1960 39 75,04 182,5
Jaren 1970 36 172 35
Jaren 1980 24 66 21
Jaren 1990 20 130 32
Jaren 2000 21 59 31
Jaren 2010 22 61 31

Gebaseerd op CBS “Historie werkstaking”.

StakingenDecennia

Het neoliberale offensief heeft objectief de kloof tussen arbeid en kapitaal vergroot en tegelijkertijd de arbeidersklasse verdeeld in werknemers met vaste contracten, werknemers met flexibele contracten, ZZP-ers en werkloze arbeiders. Binnen het proletariaat ontstond vooral onder de oudere arbeiders een verlangen om te willen terugkeren naar de ‘welvaartsstaat’ van de jaren 1960 en 1970. Het rechtse populisme heeft gebruik gemaakt van deze ‘reactionaire utopie’ om het bewustzijn van delen van de arbeidersklasse te vergiftigen met vreemdelingenhaat en nationalisme. Het is van belang om in te zien dat dit racisme en nationalisme binnen de klasse mede door links en zijn vakbonden is bevorderd door de nationale neo-Keynesiaanse oplossingen die het heeft voorgesteld, door de verdediging van het ‘nationale’ kapitaal tegen bedrijfsovernames en door het afmatten van arbeiders in valse strijd zonder perspectief op uitbreiding en veralgemening.

Het vakbondslidmaatschap neemt sinds de jaren 1990 af, tot 1,7 miljoen leden in 201623. In 2011 was slechts 20% van de werkenden lid van een vakbond24. Deze achteruitgang van de vakbeweging weerspiegelt het afnemende belang van laaggeschoold werk en het lage aantal arbeidsconflicten in Nederland. Meer recent, na decennia van steun aan het neoliberale beleid, doet FNV alsof ze zich verzet tegen de flexibilisering van contracten. In feite zien we dat in conflicten waar flexibilisering en / of migratiearbeid een rol speelt, de vakbonden slechts voor een fractie van de arbeidersklasse opkomt (en dat dus slechts in schijn): werknemers met vaste contracten in het ene geval, werknemers met flexcontracten in het andere geval. Soms betrekt ze Nederlandse, soms buitenlandse werknemers in vakbondsacties. Het voor de hand liggende doel is om te voorkomen dat in de strijd een eenwording ontstaat over de grenzen van deze categorieën heen (Drechtsteden en Waddinxveen: flexwerk en vast werk).


7. Staat en regering

De huidige (10-7-2017) regering is vanaf 2012 aan de macht in Nederland en ‘Rutte II’ zal dit blijven tot de huidige onderhandelingen hebben geleid tot de vorming van een nieuwe regering. ‘Rutte II’ werd gevormd door twee partijen, de rechtsliberale VVD (41 zetels) en de sociaal-democratische Partij van de Arbeid (PvdA), met 38 zetels. Het hoofddoel van deze regering was om het enorme tekort in de overheidsfinanciën te verminderen dat het gevolg was van de wereldwijde economische crisis. Hiertoe werden harde bezuinigingen geïntroduceerd, die de welvaartsstaat die na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd, verder verwoestte. De welvaartsstaat werd opgericht als een Nederlandse variant van de Amerikaanse New Deal tussen de regering (waarbij de sociaal-democraten een zeer belangrijke rol speelden) en de vakbonden die deden alsof ze de arbeiders ‘vertegenwoordigen’. Uit de vele wilde stakingen in de jaren 1950 en 1960 tegen de politiek van loonmatiging, blijkt dat de arbeidersklasse de vakbeweging niet erkende als haar vertegenwoordiger.

Maart 2017 parlementsverkiezingen

Het misleidende thema van de Nederlandse algemene verkiezingen op 15 maart 2017 – na de stemming van Brexit in de Verenigde Staten en de overwinning van Donald Trump in de Verenigde Staten – was de veronderstelde keuze tussen ‘democratie’ en (rechts) ‘populisme’.

In navolging van Duitsland heeft premier Rutte Turkse politici verhinderd in Nederland campagne te voeren voor het referendum in Turkije. Daarbij aanvaardde hij een diplomatiek incident om het hogere doel te bereiken van het winnen van stemmen van de rechtse populisten en zo een overwinning van Wilders’ PVV te voorkomen (Turkije – Nederland: zowel Rutte als Erdogan profiteren ten koste van de arbeiders). Geen wonder dat Rutte’s regerende VVD de meeste stemmen bleek te behalen, ook al verloor ze 8 zetels en daalde ze tot 33 zetels. Geert Wilders’ rechtspopulistische PVV won – zonder campagne te voeren! – slechts 5 zetels, en klom naar 20.

Een coalitie van meerdere partijen is nodig om een ​​meerderheid (76 zetels) in het parlement te krijgen. Nederland heeft altijd coalitie-regeringen, bestaande uit twee of meer partijen25. De Nederlandse bourgeoisie wil de Wilders-partij in oppositie houden, zogenaamd omdat het een instabiele en onbetrouwbare partij is, in werkelijkheid zodat het rechtse populisme en vreemdelingenhaat zich in de ogen van het proletarische deel van de PVV-kiezers zich niet zou ontmaskeren door regeringsdeelname. Daarom zijn de grotere partijen het er allemaal mee eens dat Wilders’ PVV niet in een coalitieregering welkom is. Wilders zelf is het daar ook mee eens; dat is de reden waarom zijn partij totaal geen verkiezingscampagne heeft gevoerd. Er wordt nu al maanden geprobeerd een regering te vormen met VVD, CDA (christen-democratische oppositiepartij) met 19 zetels en D66 (links-liberale partij) met 19 zetels. Deze drie partijen – het ‘motorblok’ – verdedigen neoliberale beleidsmaatregelen, maar vormen net geen meerderheid in het nieuw gekozen parlement. De PvdA werd ernstig gestraft door haar traditionele kiezers voor haar enthousiaste deelname aan de huidige neoliberale regering en verloor 29 van zijn 38 zetels. Om geloofwaardigheid te herwinnen, onthoudt PvdA zich van deelname aan de volgende regering.

Pieter-Bas-Elskamp-De-stille-kracht-1495451500-251x151
Motorblok op zoek naar accessoire.

Waar zijn de 29 zetels die PvdA heeft verloren heet door deel te nemen aan de regering Rutte? Groen Links (voornamelijk een fusie van de voormalige communistische en pacifistische partijen, nu een milieupartij met een vaag links-burgerlijk programma en ‘middenklasse’-achterban), won 10 zetels en bezet als de grootste winnaar nu 14 kamerzetels. Twee pogingen om Groen Links te laten deelnemen aan de regering, mislukten, zogenaamd vanwege meningsverschillen over de vluchtelingenkwestie. Dit ondanks het feit dat lijsttrekker Jesse Klaver (in vele opzichten de Hollandse Macron) bereid was om een soort Turkije-deal te sluiten met b.v. Lybië26.

Hoe dan ook, de resterende ‘linkse’ stemmen die de PvdA verloren is geraakt en die 19 zetels vertegenwoordigen, gingen ook niet naar SP – een ex-maoïstische en links-populistische partij die zich steeds meer ontwikkelt tot bestuurderspartij – die zelfs 1 van zijn 15 zetels verloor, waarschijnlijk omdat het duidelijk is geworden dat ze met ‘dubbele tong’ spreekt over het probleem van migratiearbeid en vluchtelingen. Zonder twijfel hebben delen van de arbeidersklasse gestemd op Wilders’ PVV, geïnfecteerd zoals ze zijn door het virus van vreemdelingenhaat en racisme, dat een kans heeft gekregen om aan te slaan bij gebrek aan begrip in de arbeidersklasse dat het het kapitalisme is dat onomkeerbaar het sociale en het reële loon aanvalt, fabrieken sluit of overbrengt naar lage loonlanden, arbeid door kapitaal vervangt en arbeidscontracten flexibilisering en onzeker maakt.

Trage regeringsformatie

Tot nu toe (11-7-2017) is er geen regering gevormd. Dit kan grotendeels worden verklaard door de traditionele besluiteloosheid van de Nederlandse bourgeoisie als het gaat om haar buitenlandse betrekkingen en binnenlands beleid. Het onstabiele gedrag van Trump en de Brexit betekenen voor het Nederlandse kapitaal een verlies van twee belangrijke partners die tot nu toe gebruikt werden om de Duitse en Franse invloed in Europa tegen te gaan. Rutte heeft geprobeerd vervangende bondgenoten te vinden in … Oost-Europa. In zijn toernee door Oost-Europa liep Rutte vooruit op de gesprekken tussen Trump en Polen vlak voor het G20-overleg in Hamburg. Aan de andere kant is het niet duidelijk welke partijen Duitsland na de verkiezingen van september zullen regeren. Dit is behalve vanwege het economisch gewicht van Duitsland van belang, waarbij Nederland zich tot nu toe in financieel-monetair opzicht bij aansluit, ook belangrijk om binnenlands politieke redenen omdat de arbeidsverhoudingen in Nederland voornamelijk zijn gemodelleerd naar het Duitse Rijnlandse systeem. Om deze redenen is er geen nieuwe regering die besluiten kan nemen over de besteding van de ’meevallers’ en andere miljarden Euro’s die zijn bezuinigd op het sociale loon (uitkeringen en sociale voorzieningen).

Ondanks de decentralisatie van bezuinigingsmaatregelen (zie hierboven), beschikt de centrale staat feitelijk over deze miljarden Euro’s. De staat kan enorme bedragen over ondernemingen verdelen als belastingverlagingen of ‘groene’ investeringen, naast natuurlijk de ’investeringen’ in leger, luchtmacht, marine (al dan niet binnen NAVO of EU-verband) en repressie. In de onderhandelingen die tot een nieuwe regering moeten leiden, is deze herverdeling van miljarden aan bezuinigingen op ‘sociale lonen’ een belangrijk punt van strijd binnen de heersende klasse.

Het proletariaat heeft geen kant te kiezen in deze inter-kapitalistische strijd. Het heeft geen alternatief dan in zelfstandige strijd op te komen voor de eigen belangen van de arbeidersklasse. In die strijd zal het de staat ontmoeten als zijn vijand die het kapitaal verdedigt. Het zal geen keuze hebben dan de staat te vernietigen – deze parasitaire monstruositeit – en te vervangen door de klassemacht van de arbeidersraden.

    • De roof die loonslavernij is, kan alleen maar worden beëindigd als arbeiders hun weg terugvinden naar een eengemaakte strijd tegen dalende lonen, uitkeringen en verslechtering van arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen.

    • Eengemaakte strijd betekent het doorbreken van de grenzen die het proletariaat nu verdelen en machteloos maken: die tussen afdelingen binnen het bedrijf, tussen bedrijfstakken en sectoren, tussen verschillende niveau’s van vaardigheden en opleiding, tussen soorten arbeidscontract, tussen werkenden en werklozen, verdelingen naar herkomst en religie.

    • Eengemaakte strijd kan alleen worden gerealiseerd door zelfstandige organisatie in algemene vergaderingen die alle beslissingen nemen en het grootste deel van de actie uitvoeren. Waar de grenzen van deze massaorganisaties worden bereikt (niveau van de afdeling, het bedrijf, de buurt, de stad of het industriegebied) kiezen zij permanent herroepbare afgevaardigden op basis van een duidelijk mandaat.

    • Alleen wanneer arbeiders voldoende vermogen op internationaal niveau ontwikkelen om de maatschappij te beheersen door hun arbeidersraden, om kapitaal en de staat te breken, kunnen arbeiders de transformatie van de maatschappij beginnen door productie en diensten re richten op het voldoen aan de behoeften van de mens.

11-7-2017 Fredo Corvo

Dit artikel mag in zijn geheel worden overgenomen met vermelding van de bron:
https://arbeidersstemmen.wordpress.com/2017/07/11/de-situatie-van-de-arbeidersklasse-in-nederland-2017/#more-8761

Aanvullingen en opmerkingen zijn welkom!

Noten

Deze tekst over arbeidsverhoudingen, verkiezingen en de daarop volgende regeringsformatie in Nederland is oorspronkelijk in het Engels geschreven ten behoeve van een internationale vergelijking van de arbeidsverhoudingen in EU-landen en andere geïndustrialiseerde landen. Hierin wordt geen volledigheid nagestreefd, maar aanvullingen en actualiseringen door lezers zijn natuurlijk welkom. De informatie is voornamelijk gebaseerd op het OESO-landenrapport van 2016 over Nederland, cijfers van het CBS en diverse krantenartikelen. Alles wordt gepresenteerd binnen het analytische kader van de bijdragen die eerder verscheen in Arbeidersstemmen (radencommunistisch, geïnspireerd door KAPD, Arbeiterunionen en G.I.C.) of in discussies met sympathisanten. Waar het artikel uitdrukkelijk stelling neemt, is de tekst gecursiveerd. De tekst plaatst af en toe de sociaal-economische en politieke situatie in Nederland binnen de internationale verhoudingen. Maar een analyse van de positie van Nederland ten opzichte van grootmachten zoals China en de Verenigde Staten, binnen internationale bondgenootschappen en de enorme veranderingen die daarin nu plaatsvinden onder invloed van de tendenzen tot economische crisis en naar veralgemeende oorlogen, vraagt om een andere tekst. (Zie b.v. Stellingen over het Trumpisme).

OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online).

3 CBS, 6-6-2016.

5 Kees Kooman in Trouw 20-6-2017, blz. 18.

6 PWC en Wereldbank Paying taxes 2016‘.

8 CBS, 8-2-2017.

9 OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online), blz. 15.

10 Obbink ’Middengroep werkt hard om overeind te blijven’, Trouw 6-7-2017.

11 OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online), blz. 43/44.

12 OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online), blz. 27/30.

13 OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online), blz. 28.

14 CBS (samen met TNO) “Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt: de focus op ongelijkheid“, juni 2017, p. 12.

15Bron: OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online) blz. 40, 41.

16 NRC, 24-6-17.

17 OECD (2016), OECD Economic Surveys: Netherlands 2016, OECD Publishing, Paris (online), blz. 18 en 29).

18 Idem, blz. 33.

19 Ibidem, blz. 20.

21 Trouw, 27-6-2017.

23 CBS, 27-10-2016.

24 CBS, 17-9-2012.

25 Gedeeltelijk gebaseerd op Nick Vos Dutch Treat: The General Election of March 2017 and the Populist Vote, een artikel met deels andere inschattingen.

26 Klaver beweerde ook (valselijk) dat 90% van de bootvluchtelingen in de Middellandse Zee ‘economische’ vluchtelingen zouden zijn. Zie voor meer Grutjes.

Advertenties
De situatie van de arbeidersklasse in Nederland (2017)

2 gedachtes over “De situatie van de arbeidersklasse in Nederland (2017)

  1. Jan Cornelis Romijn zegt:

    Met betrekking tot de demonstraties tijdens de G20-top. Aan de ene kant begrijp ik het als u de stelling verkondigt dat de heersende klasse een veel hardere klap zou moeten worden toegebracht dan nu het geval is geweest. Maar ik hoop dat u het met mij eens zal zijn met de stelling dat thuis blijven en niets doen geenszins oplossingen biedt op dit moment in het streven naar een betere wereld. Opstanden verlopen zelden vreedzaam. Het nadeel was klaarblijkelijk dat de politie goed voorbereid was op de rellen die uit zouden gaan breken. Hier staat dan weer tegenover dat demonstreren tijdens de G20 -top een unieke gelegenheid bood om een signaal af te geven ( in de vorm van geweldloze en gewelddadige demonstraties, plunderingen en het in de fik steken van auto’s ). Laten we het dan zo stellen: wanneer grootvader een kwade dronk had, liet hij zijn handjes ook wapperen.

    Like

    1. Hoi Jan, Je hebt je reactie geplaatst bij het verkeerde artikel, bij “De situatie van de arbeidersklasse in Nederland” in plaats van bij het artikel over de G-20 top. Plaats je reactie opnieuw en op de juiste plaatst, en ik haal ze weg van de verkeerde plek.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s