Vol, met lood graag 

Gretig zoog ik de indrukken in mij op van koeien die door flarden nevel over de groene vlakten dwaalden. Op een mooie zomerdag ergens in de jaren zeventig, begon ik aan een vakantiebaantje. ’s-Ochtends vroeg was ik op NS-station Arnhem in een bus gestapt die in oostelijke richting de uiterwaarden langs de Rijn inreed.  Bij de roep van de buschauffeur “Billiton”, wierp ik nog snel een blik op de rijnaken die traag richting Rotterdam of Ruhrgebied door het water ploegden. Aan de andere kant van de weg rees een grauw, beter gezegd loodgrijs, fabriekscomplex op, bestaande uit smeltovens, hoog opgestapelde voorraden oud metaal en een kantoorgebouw. Nadat de portier het papiertje van het uitzendbureau had geïnspecteerd, mocht ik door naar personeelszaken. Vanaf nu was Koninklijke Shell mij de baas.

BillitonIngang

Elke benzinemaatschappij in die tijd – zo begreep ik – had lood nodig als toevoeging aan benzine om deze ‘klopvast’ te maken. Billiton produceerde als dochtermaatschappij van Shell deze toevoeging op basis van lood uit voornamelijk afgedankte accu’s, afkomstig van de handel in oud metalen. Dat lood uiterst giftig is, en zowel in de verwerking als door verspreiding via uitlaatgassen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaakt, werd in die tijd niet als probleem gezien, maar als statistiek.

Het werd gezien als een eigen keuze om in het loodstof te werken. Een eigen keuze die ook ik blijkbaar had gemaakt, nadat ik meerdere ochtenden tevergeefs had geprobeerd me te verhuren aan één van de koppelbazen die elke vroege ochtend op het plein voor het station van Nijmegen in busjes rondreden op zoek naar bouwvakkers die aan de slag wilden in Duitsland. Ik viel door de mand als student. Maar voor het lood werd ik goed genoeg bevonden.

Loodovens

In een vijftien meter hoge hal stonden zo’n zes loodovens opgesteld. In het donker van de hal viel het alomtegenwoordige stof niet meteen op. De aandacht werd getrokken door het geloei vanuit de roodgloeiende ovenmonden. Mijn eerste taak was het om de sintels die zich in het smeltproces voor de opening vormden met een rakel in het vuur te stoten. Daarbij drong de hitte van de oven door de overall heen en gloeide op handen en gezicht. Als de ovenopeningen vrij gerakeld waren, veegde ik met een bezem de afgekoelde sintels weg die zich rond elke oven ophoopten.

Behalve mijn chef, die ergens op een kantoortje bezig was met papieren en telefoon, en die mij grotendeels met rust liet, zag ik slechts af en toe een collega met een kruiwagen of steekwagentje spullen van de ene naar de andere afdeling verplaatsen. Hij was altijd onverklaarbaar gejaagd. In gebroken Nederlands, met een Italiaanse tongval, antwoordde hij lichtelijk geïrriteerd op de ongetwijfeld rare vragen die ik als student stelde. Over Italië wilde hij weinig anders kwijt dan een vermoeid armgebaar. Eén keer per jaar ging hij terug. Op een vrijdag na het werk kreeg ik van hem gedaan dat ik met de bus mee mocht naar de buurt waar hij woonde. Het stonk naar rode kool tussen de vervallen jaren dertig arbeidershuisjes. Zijn woning kwam ik niet in. “Mijn vrouw wil geen bezoek” kreeg ik te horen voordat hij naar binnen verdween.

Ik wist niet dat het de laatste dag zou zijn dat ik aan de ovens werkte, maar het tafereel dat zich die ochtend voor mijn ogen afspeelde, heeft zich diep in mijn ziel gekerfd.

Zo’n vijf mannen vegen in een wijde kring uiterst traag het loodstof van de vloer naar het midden van de fabriekshal. De hen ooit passende overals fladderen als blauwe vogelverschrikkers rond de broodmagere lijven. Betekenisloos staren ogen uit de grauwe ingevallen gezichten. Een bleek zonlicht valt uit de hoge ramen op wat ik onmiddellijk herken als een dodendans van geraamtes. Ze bewegen traag hun bezems, solidair in hetzelfde ritme, in jarenlange ervaring bepaald door de langzaamste makker. Wanneer hun steeds kleiner wordende kring in het midden een hoop loodstof heeft gevormd, verdwijnen ze. Op één na, degene met nog de meeste kracht. In slow motion schept hij de hoop stof in een ton, alvorens eveneens van de afdeling te verdwijnen.

Wanneer ik me omdraai, zie ik de chef een notitieblok in zijn bruine jas stoppen. Tamelijk verbijsterd moet ik gevraagd hebben wie die mannen waren en wat ze deden. Ik kreeg te horen dat zij eens per maand “uit de ziektewet komen om te werken” zodat ze niet “afgekeurd” zouden worden. Hun “werk” zat er nu weer op. Deze uitleg was verhelderend in de zin dat ik begon te begrijpen wat het “goede sociale beleid” betekende dat volgens verhalen heerste bij bedrijven als Staatsmijnen, Philips en Shell. Het is waarschijnlijk aan mijn niet-begrijpende blik te danken, dat ergens in de hiërarchie van Billiton besloten werd dat ik voortaan “buiten” zou werken.

De pijp uit

“Buiten” bleek de afzuiginstallatie te zijn, die een deel van het terrein van Billiton besloeg in de vorm van buizen, die het loodstof vanuit de schoorstenen van de loodovens via een zuiger en filters naar een pijpleiding van anderhalve meter doorsnee en zo’n vijftig meter lang brachten. De pijpleiding verdween in een klein gebouw. Ik werkte samen met Piet, die al tientallen jaren hier werkte. We waren beiden groot, of beter, klein genoeg om in de buis te passen. Eén van ons, meestal ik als ‘helper, kroop in de buis om gebukt het loodstof dat als geel poeder in de pijpleiding neersloeg, naar buiten te brengen met een schuiver in de vorm van een achtste van de ronding van de pijpleiding. Het gele stof schoven we naar openingen die op regelmatige afstand in pijp waren aangebracht. Aldaar viel het stof in een wagentje om door de ander te worden afgevoerd. Uren brachten we zittend in de pijpleiding door, vlakbij de opening; de bazen mochten niet weten dat we weinig te doen hadden.

We hadden vele gesprekken. Piet als oudere man had het vaak over “vroeger”, waarschijnlijk de jaren dertig, toen hij als voerman op paard en wagen vrachtjes transporteerde over de dijken van het Rivierenland en de Betuwe. Piet stelde “buiten” werken duidelijk op prijs.

Tijdens een van de gesprekken in de pijpleiding bleek dat in de installatie nog twee mannen werkten. “Homo’s, maar ze doen je niks”. Piet en ik dus op bezoek bij de “homo’s”. Ze bleken ook een naam te hebben en stelden zich enigszins deftig met een handdruk voor, nadat we de ladder in de afzuiginstallatie hadden beklommen die leidde naar een hokje van drie bij drie dat door ramen aan alle kanten uitzicht bood over Arnhem, de polder en de Rijn. Ik kon ook zien hoe een afvoerpijp van Billiton onbekende vloeistoffen in de Rijn loosde. Ik informeerde nieuwsgierig wat de mannen – notabene in kantoorkledij – de hele dag in hun aquarium uitvoerden. Ze maakten me duidelijk dat wanneer op een tegen de wand van het hok gemonteerde meter de wijzer tot 3 uitsloeg, ze een kraan moesten dichtdraaien. Anders zou bij oostenwind “half Arnhem vergiftigd worden.” Daarbij wees de meest spraakzame van de mannen met een breed gebaar over de stad. Mijn respect voor “de homo’s” groeide aanzienlijk na het aanhoren van dit “afbraakrisico”.

Afgedankt

Op het einde van de laatste dag van mijn vakantiebaantje, zei Piet, terwijl hij me op een vreemde manier aankeek, ”Vandaag is een bijzondere dag”. Omdat ik een hekel aan afscheid heb, mompelde ik iets van ”Ja, het collegejaar begint weer”. Maar Piet ging onverstoorbaar verder: ”Vandaag ga ik met pensioen, dus ik denk dat ze me naar kantoor roepen voor een dankjewel en een gouden horloge.” En inderdaad, een uur voor het einde van de werktijd werden we naar kantoor geroepen. Aldaar kreeg ik te horen ”Neem hier maar even afscheid.” Mijn aanwezigheid werd duidelijk niet langer op prijs gesteld.

-.-

Over Billiton Arnhem

Bezwaar tegen Billiton, Ravage, 15 december 1988

Ex-Billiton niet zó saneren, Trouw, 3 augustus 1995

Vol, met lood graag 

2 gedachtes over “Vol, met lood graag 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s