USA: discussies over identiteitspolitiek en intersectionalisme

Identiteitspolitiek en intersectionalisme zij twee belangrijke ideologische producten die Amerikaans burgerlijk links exporteert naar Europa. Door de zieltogende sociaal-democratie en vakbeweging en hun ultralinkse helpers worden deze opvattingen dankbaar overgenomen als een manier om de linksburgerlijke politiek te vernieuwen en een progressief aanzien te geven. Maar identiteitspolitiek en intersectionalisme zijn in de Verenigde Staten onder marxisten omstreden, zoals blijkt uit onderstaande teksten.

arton1431-65ceb
Image from Pride

Albert L. Terry
“Enkele woorden over marxisme en identiteitspolitiek”

Het jaar 2016 zal worden herinnerd als het jaar waarin de identiteitspolitiek, zoals die over het algemeen wordt opgevat, begon aan haar lange afdaling naar betekenisloosheid.

Het feit dat in de afgelopen acht jaar onder de eerste zwarte president de omstandigheden objectief slechter werden voor Zwart [Black; verder vertaald als ‘Zwart’ in de Amerikaanse positieve betekenis] Amerika heeft het idee ondergraven dat een politicus – gewoon omdat hij de verdienste had om als Zwarte geboren zijn – van nature het beste de belangen van Zwarte mensen ter harte zou nemen. Dan was er natuurlijk de volledige mislukte presidentiële campagne van Hillary Clinton, waarin werd gepoogd om de geschiedenis letterlijk te herschrijven en Clinton naar voren te schuiven als een feministische voorstander van vrouwenrechten. Vierenvijftig procent van de vrouwelijke kiezers stemde op Clinton, bijna hetzelfde percentage dat in 2012 op Obama stemde. Ondanks het feit dat ze verkiezingscampagne voerde tegen een verwoede vrouwenhater, die beschuldigd is van meerdere seksuele aanvallen, en van de verkrachting van zijn toenmalige vrouw Ivana in 1989, deed Hillary het niet beter bij vrouwen dan Obama. Onnodig te zeggen dat niet veel mensen geloofden dat Hillary zou opkomen voor vrouwen, gewoon omdat ze een vrouw is.

Nu dit kritieke moment is bereikt, kan socialistisch links zich verheugen.
Identiteitspolitiek en ideeën die ervan zijn afgeleid, zoals de privilege-theorie en intersectionalisme, hebben als het gaat om klassenbewustzijn waarschijnlijk geleid tot het laagste niveau en het meest simplistische begrip in de geschiedenis van het moderne kapitalisme. Op dit moment hebben we sinds tientallen jaren de beste gelegenheid om de invloed van deze ideeën tegen te gaan en de marxistische klassenanalyse weer op de voorgrond te plaatsen. Het enige probleem daarbij ontstaat, waar we tegen identiteit in gaan.

Linksen die een analyse maken waarin politiek helemaal over klasse gaat en helemaal niet over ras, geslacht of seksualiteit, winnen niet veel harten en geesten, en daarvoor is één belangrijke reden : hun analyse is verkeerd.

Let wel, marxisten moeten absoluut die stroming van identiteitspolitiek bekritiseren die tot nu toe overheersend was. Laten we deze liberale [dit begrip staat in de USA voor ‘links’ in de zin van de Democratische Partij; vert.] of ondernemings identiteitspolitiek noemen. En wel hier om dat deze stroming, ondanks haar radicale begin in het voorbije tijdperk van de Burgerrechtenbeweging en van Black Power-organisaties, inmiddels in wezen is overgenomen door NGO-denktanks, die worden beheerst door ‘progressieve Democraten’. Liberale identiteitspolitiek verdient kritiek

  • omdat ze een klassenanalyse uitsluit in haar inschatting van de werking van onderdrukking,
  • omdat ze individualistische doelen nastreeft in haar wens om deel te worden van de burgerlijke klasse in plaats van deze te ontmantelen,
  • omdat ze zo blind is voor de geschiedenis en de aard van het kapitalisme, dat ze denkt dat dit neerkomt op “bevrijding”,
  • voor het ondergeschikt maken van bewegingen aan welke politicus van Democratische Partij dan ook, wanneer hij maar bereid is om lippendienst te bewijzen aan de ene of de andere minderheidsgroepering,
  • en voor het geven van geen krimp wanneer deze zelfde politicus de belangen van de groep opoffert op het altaar van een “tweepartijen overeenkomst” of een “compromis”. [bullets toegevoegd door de redactie]

Het probleem is dat er erg weinig kritiek lijkt te zijn die een analyse bevat zoals die hierboven (met opmerkelijke uitzonderingen zoals Adolph Reed’s essays over dit onderwerp), en dan meestal ook nog analyses die klinken als die van boze (meestal) blanken die hun gal spuwen op de bewering dat ze maatschappelijk bevoorrecht zijn, of dat ze is gezegd eens “naar hun privilege te kijken” door een snotneus die nieuw is in het linkse activisme.

Nogmaals, we hebben het volste recht om boos te zijn op het verkeerde idee dat onderdrukking volledig draait om ras / geslacht / seksualiteit, niet om klasse. Echter, het is een flagrante vergissing om die vergelijking gewoon op zijn kop te zetten en te beweren dat het allemaal om klasse gaat, en niet om ras, is gender of seksualiteit, vooral van ieder die beweert een materialistische analyse te geven. Dus om interpretaties van privilege-theorieën te bestrijden door te beweren dat er geen wit, mannelijk, cisgender, of hetero privileges bestaan, komt neer op het ontkennen van de materiële werkelijkheden van de kapitalistische maatschappij.


Tot zo ver het begin artikel van Albert L. Terry A Few Words on Marxism and Identity Politics, dat als gastbijdrage werd overgenomen door International Marxist-Humanist Organization. In een commentaar van een lezer bij het artikel wordt betreurd dat dit niet concreet ingaat op de politiek van Bernie Sanders en de Democratische Socialisten. Daarbij wordt ook de belangrijke opmerking gemaakt dat klasse verschilt van andere identiteiten door uitbuiting, met de mogelijkheid tot de ontwikkeling van specifieke vormen van bewustzijn, organisatie en strijd, de mogelijkheid de bedrijven over te nemen en daarmee die van een andere maatschappij.

Albert Terry is gericht op de “opbouw van een marxistische identiteitspolitiek die de bijzondere onderdrukking erkent die tot stand komt via ras en de daaruit voortvloeiende noodzaak om racisme frontaal te bestrijden.” Dat brengt hem tot de conclusie die we hieronder weergeven.


We moeten ons realiseren dat de worstelingen waarmee we worden geconfronteerd in feite intersectioneel zijn (ik weet dat je dat woord haat, waarschijnlijk ongeveer evenveel als ik een hekel heb aan witgekalkt marxisme). Wat we echter aan het licht moeten brengen, is dat het niet alleen gaat om de kruising tussen raciale, gender- en seksuele identiteit, maar om die tussen deze allemaal EN klasseidentiteit. We moeten een nieuwe, marxistische identiteitspolitiek naar voren brengen die de speciale onderdrukking erkent die hoort bij ras en het daaruit voortvloeiende belang van racismebestrijding, maar die ook de belangen van de gekleurde bourgeoisie en kleinburgerij benadrukt die net zo vijandig staan tegenover gekleurde mensen van de arbeidersklasse, als de belangen van de witte bourgeoisie, en dat de belangen van bourgeois vrouwen nog steeds vijandig staan ​tegenover de belangen van vrouwen uit de arbeidersklasse. Klasse en identiteit sluiten elkaar niet uit: de strijd van zwarte en bruine arbeiders is arbeidersstrijd; werkende vrouwenstrijd is arbeidersstrijd; strijd van LGBTQIA-arbeiders is arbeidersstrijd. Hoe eerder sommigen van jullie dat gaan beseffen, des te sneller kunnen we samen opstaan en deze waanzin van het kapitalisme definitief ten val brengen. Laten we het nu beter doen.

Albert L. Terry 8-1-2017


Tot zo ver Albert Terry’s conclusie. In aansluiting met het bovengenoemde commentaar kan daar de vraag aan toegevoegd worden wanneer kan worden gesproken van arbeidersstrijd in de zin van strijd van de arbeidersklasse. Niet alle strijd waaraan arbeiders deelnemen is strijd van de arbeidersklasse, een begrip dat wordt bepaald door de onmiddellijke belangen van de arbeidersklasse ‘op zich’ en haar historische belangen als ‘klasse voor zich’. De politieke wetenschapper en racisme-deskundige Adolph Reed – waarnaar Terry instemmend verwijst – gaat dieper op de klassekwestie in, en – misschien niet toevallig – verwerpt Reed de identiteitspolitiek, waar Terry deze lijkt deze te willen redden, nu steeds meer arbeiders zich er van afkeren. Hier volgen enkele citaten van Adolph Reed, in juni 2015 verzameld door de journalist Ben Norton. Let wel, deze uitspraken zijn dus van voor de periode Trump en hebben betrekking op wat Terry liberale identiteitspolitiek noemt.


Adolph Reed
Identiteitspolitiek is links neo-liberalisme

adolph-reed
Adolph Reed

“[Identiteits]politiek is geen alternatief voor klassepolitiek, het is een klassepolitiek, de politiek van de linkervleugel van het neoliberalisme, het is de uitdrukking en actieve werking van een politieke orde en een morele economie waarin kapitalistische marktkrachten worden afgeschilderd als onvermijdelijk.

Een integraal onderdeel van die morele economie is de verplaatsing van de kritiek op de afschuwelijke uitkomsten van de kapitalistische klassenmacht op even schijnbaar natuurlijke begrippen van toegeschreven identiteit die ons verdelen in groepen die zogenaamd worden gedefinieerd door wat we in wezen zouden zijn in plaats van wat we doen. Zoals ik heb betoogd, in navolging van Walter Michaels en anderen, in die morele economie zou een samenleving waarin de 1% van de bevolking die 90% van de productiemiddelen beheert, rechtvaardig kunnen zijn, op voorwaarde dat ruwweg 12% van die 1% Zwart was, 12% Latino , 50% vrouwen en op dezelfde wijze de juiste proporties LHBT-mensen.

Het zou moeilijk zijn om een ​​normatief ideaal voor te stellen dat nog ondubbelzinniger de sociale positie tot uitdrukking brengt van mensen die zichzelf beschouwen als kandidaten voor opname in de heersende klasse, of op zijn minst belangrijke staffuncties ten dienste van de heersende klasse.”

“Antiracisme is tegenwoordig een geliefd concept bij Links Amerika. Natuurlijk willen alle goede mensen tegen racisme zijn, maar wat betekent het woord precies?

Het hedendaagse discours van ‘antiracisme’ [en identiteitspolitiek in het algemeen] is veel meer gericht op taxonomie [wetenschappelijke indeling van begrippen] dan op politiek. Het benadrukt het woord dat we op sommige spanningen van ongelijkheid zouden moeten plakken – van het streven deze spanningen alom te erkennen als bewijs van ‘racisme’ – via het specificeren van de mechanismen waardoor ze worden voortgebracht of zelfs de stappen die kunnen worden genomen om ze te bestrijden. En nee, noch “het te boven komen van racisme”, noch ” het afwijzen van witheid” maakt dat een dergelijke benadering meer betekent dan het wachten op de ‘revolutie’ of aandringen op Gods hemelse interventie. Als het organiseren van een rally tegen racisme momenteel een meer substantiële politieke daad lijkt dan het bijwonen van een gebedswake voor wereldvrede, is dat alleen omdat hedendaagse antiracistische activisten zich verbeelden dat ze dezelfde tactiek hanteren en dezelfde doelen nastreven als hun voorgangers in de periode van grote opstandigheid in de strijd tegen rassenscheiding [in de jaren 1960; vert.].

Deze zienswijze is echter onjuist. Het naoorlogse activisme dat zijn hoogtepunt in het Zuiden bereikte als de ‘burgerrechtenbeweging’ was geen beweging tegen een algemeen ‘racisme’, het was specifiek en expliciet gericht op volledige burgerschapsrechten voor zwarte Amerikanen en tegen het systeem van rassensegregatie dat een specifiek regime van expliciete raciale ondergeschiktheid in het Zuiden tot stand had gebracht. De Beweging van de Mars op Washington van 1940 was ook gericht tegen specifieke punten, zoals discriminatie op de arbeidsmarkt in de wapenindustrie. In het Black Power-tijdperk en tijdperk daarna streed men op dezelfde manier gericht tegen het specifieke ongelijkheden en het nastreven van specifieke doelen zoals de effectieve uitoefening van stemrechten en specifieke programma’s voor herverdeling.

Of iemand nu die doelen al dan niet als correct of geschikt beschouwt, ze waren duidelijk en strategisch op een manier dat ‘antiracisme’ [identiteitspolitiek] dit simpelweg niet is. Zeker, die eerdere strijd was gebaseerd op een discours van raciale gerechtigheid, maar hun doelen waren concreet en strategisch. Pas in een periode van politieke demobilisatie zijn de historische eigenaardigheden van die worstelingen weggemoffeld in een romantisch idealisme dat hen over een kam scheert tot tijdloze abstracties als ‘de zwarte bevrijdingsbeweging’ – een begrip dat, net als Brigadoon [naam van een dorpje dat volgens een verhaal een keer in de honderd jaar verschijnt; vert.], sporadisch opkomt en weer verdwijnt gedreven door haar eigen logica.

Ironisch genoeg, wanneer we antiracisme [identiteitspolitiek] beschouwen als als basis voor een politiek, dan lijkt dit al meerdere generaties de overwinning te weerspiegelen van naoorlogse psychologen in het depolitiseren van de kritiek op raciale ongelijkheid door de focus te verleggen van de sociale structuren die raciale ongelijkheid genereren en reproduceren, naar een uiteindelijk individueel, en ahistorisch, domein van ‘vooroordelen’ of ‘onverdraagzaamheid’. (Deze verschuiving werd ongetwijfeld mede bevorderd door politieke vereisten in verband met de Koude Oorlog en binnenlands anticommunisme.)

Ik ben getroffen door de hevigheid van het verwoed en bijtend anti-marxisme dat ik heb gezien van deze soort van verdedigers van antiracisme als politiek. Het is mij niet duidelijk wat het drijft, omdat het meer de vorm aanneemt van snoevende afwijzingen dan van directe argumenten. Bovendien bevatten hun weerleggingen meestal de typerende betekenisloze erkenning dat ‘we natuurlijk tegen kapitalisme moeten zijn’, wat dat dan ook zou kunnen betekenen. In elk geval doet de strekking van dit anti-marxisme denken aan die rechtse verhandelingen, waarvan velen zich voordeden als liberaal, waarin alleen al het bestempelen van iemand of iets als ‘marxistisch’ voldoende was om een tegengesteld argument of standpunt als ongeldig te verklaren.

Dit soort zaken verdiept alleen maar mijn wantrouwen over de positie van antiracisme [identiteitspolitiek] binnen de comfortzone van neoliberale discoursen over ‘hervorming’. Sterker nog, ik vermoed ook dat dit vitriool tegen radicalisme deels is geworteld in de overtuiging dat een linkse politiek gebaseerd op klassenanalyse en die zich richt tegen raciale onrechtvaardigheid Manicheese alternatieven [tegenstellingen tussen Goed en Kwaad, of Fout; vert.] zijn.”

“Een marxistisch perspectief kan zeer nuttig zijn voor het begrijpen van ras en racisme, voor zover het het kapitalisme dialectisch waarneemt, als een sociale totaliteit die productiewijzen, productieverhoudingen en het pragmatisch evoluerende geheel van instellingen en ideologieën omvat die de reproductie versoepelen en voortstuwen. Vanuit dit perspectief kan de belangrijkste bijdrage van het marxisme aan het begrijpen van ras en racisme in de Verenigde Staten demystificatie zijn. Een historisch materialistisch perspectief zou moeten benadrukken dat ‘ras’ – wat ‘racisme’ bevat, de een is ondenkbaar zonder de ander – een historisch specifieke ideologie is, die is ontstaan, vorm heeft gekregen en zich heeft ontwikkeld als een vormend element binnen een welbepaalde reeks sociale relaties verankerd aan een bepaald productiesysteem. ”


Tot zo ver Adolph Reed.

Meer lezen:

  1. The Communist Left and Marxist Humanism – Part 1 On Trump and Neo-Fascism.
  2. The Communist Left and Marxist Humanism – Part 2 The ‘Unfinished American Revolution’.

  3. Curaçao: de algemene staking van 15 september 2016, een herhaling van Trinta di Mei?.

Studie- en discussiebijeenkomst

voor de lezers van Arbeidersstemmen over

GIC ‘Grondbeginselen der communistische productie en distributie’
deel I. Het politieke kader van de economische oplossing

zaterdag 25 november 2017, 13:00 – 17:00 uur, stad Utrecht

Aankondiging van eerdere bijeenkomst over dit onderwerp:
Russische Revolutie 1917-2017: Wat in plaats van staatskapitalisme?
Vooraf te bestuderen: tekstbundel.

Aanmelden via FredoCorvo@gmail.com  uiterlijk 24-11-2017 is noodzakelijk.

Advertenties
USA: discussies over identiteitspolitiek en intersectionalisme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s