Proletarisch internationalisme en de oorlog in Syrië, deel 1

USA-English version

Een anti-kritiek van Fredo Corvo

Deel 1

De strijd om ‘Rojava’ als deel van de inter-imperialistische slachtpartijen

Bijna dagelijks verschijnen op TV hartverscheurende beelden van de verschrikkingen voor de burgerbevolking als gevolg van de botsingen in Syrië tussen verschillende imperialistische machten. Net als in twee wereldoorlogen en tijdens de Koude Oorlog in de talloze conflicten die de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie indirect met elkaar uitvochten via door hen gesteunde terreurregimes en nationale ‘bevrijdings’-bewegingen, is de burgerbevolking het weerloze slachtoffer. Naar het model van het massale bloedvergieten dat het kolonialisme onder de inheemse bevolking aanrichtte, zijn deze slachtpartijen onder weerloze burgers een geliefd strijdmiddel in de inmiddels ruim 100 jaar aandurende inter-imperialistische oorlogen tussen de imperialistische rovers onderling. 

Aleppo

De beelden van totaal verwoeste steden, van vluchtelingenstromen, van gewonde en dode kinderen herinneren de arbeidersklasse overal ter wereld aan de geschiedenis van de imperialistische oorlogen die zij zelf hebben meegemaakt, of die zij – zoals in Europa – kennen van hun ouders of grootouders. Velen is ook duidelijk dat niet alleen vluchtelingen een goed heenkomen zoeken in gebieden waar betrekkelijke vrede en welvaart heersen. Zij zien dat de plaatselijke inter-imperialistische oorlogen in strijd met alle beloftes van vrede en wederopbouw niet alleen voortduren, maar zich zelfs uitbreiden, en ook de rest van de wereld bedreigen. Dit inzicht dat we niet slechts toekijken naar anderen die slachtoffer zijn, maar dat wij als volgende aan de beurt kunnen zijn, is het uitgangspunt voor daadwerkelijke solidariteit.

De heersende klasse is zich inmiddels bewust van de oorzaak van deze oorlogen. De topmanagers van multinationals, de hoge militairen en de top van de geheime diensten die overal ter wereld aan de touwtjes trekken, de spelers in de politieke poppenkast, politici van het gehele politieke spectrum van uiterst rechtse tot uiterst linkse burgerlijke stromingen, zij allen weten het waarom van deze oorlogen. De oorzaak is het voortduren van de economische crisis. Deze crisis kan niet eindeloos verborgen worden achter de huidige groeicijfers, die met moeite bereikt worden door van een explosie van schulden die nooit meer afgelost kunnen worden. Het kapitaal begrijpt steeds meer dat het voor de economische crisis geen andere oplossing heeft dan verdere en grotere oorlogen. Op dit moment probeert Trump met openlijke handelsoorlogen het idee van de onvermijdelijkheid van een grote imperialistische oorlog geloofwaardig te maken onder de bevolking.

De werkloosheid is voor steeds grotere delen van de wereldbevolking permanent, ook in geïndustrialiseerde landen als de VS. De enorme massa’s boeren, ambachtslieden en handelaren die tot proletariërs zijn gemaakt door concurrentie met kapitalistische waren, zoniet door directe roof van hun productiemiddelen, vinden voor het merendeel geen arbeidsplaats in het kapitalistische productieproces. De werkloosheid kan niet langer verborgen blijven achter tijdelijke kleine baantjes en de daarop gebaseerde vervalsing van de werkloosheidscijfers. Door mechanisering, automatisering en robotisering wordt steeds meer geproduceerd in minder arbeidstijd. De resterende arbeid is intensiever en pleegt fysiek en psychisch roofbouw op de werkenden. Terwijl de uitbuiting toeneemt, neemt de welvaart voor steeds grotere delen van de arbeidersklasse af. Terwijl de wereld rijp is voor het socialisme, ontbreekt onder grotere delen van de arbeidersklasse het inzicht dat kapitalisme leidt tot crisis, dat crisis leidt tot oorlog, en dat crisis en oorlog alleen uitgebannen kunnen worden wanneer de internationale arbeidersklasse het kapitalisme omverwerpt. Machteloosheid is het gevolg.

De heersende klasse manipuleert deze gevoelens van machteloosheid en woede via haar beheersing van de massamedia. De schuld voor de toenemende ellende wordt geschoven op de meest zichtbare slachtoffers zelf, de vluchtelingen. ‘Het is hun eigen schuld, het is de schuld van de islam’. De slachtoffers worden afgeschilderd als minderwaardig in moreel en menselijk opzicht. Op dezelfde manier schildert de ideologie van het kapitaal de concurrenten van het ‘eigen’ nationale kapitaal in de handelsoorlogen en militaire tegenstanders in de huidige en komende imperialistische conflicten af als barbaarse aanvallers. Men rechtvaardigt de oorlogsinspanningen als verdediging van waarden zoals de natie, of het volk, de vrede, beschaving, democratie, menselijkheid. Op deze manier valt elk nationale kapitaal terug op zijn eigen specifieke misleidingen om steun te verwerven van de bevolking, met name van de arbeidersklasse in de ontberingen die te verwachten zijn in de komende grote oorlogen. Noodzakelijk voor deze oorlogen zijn een door arbeidsonrust ongestoorde productie, en een enthousiaste inzet aan het front om te voorkomen dat zich desertie op grote schaal voordoet, of – nog erger voor het nationale kapitaal – dat de soldaten en matrozen de wapens richten tegen ‘de vijand in eigen land’ (Karl Liebknecht), de ‘eigen‘ uitbuiters en onderdrukkers.

Aan de huidige fronten zien we aan de kant van de machtigste imperialismes, zoals de VS en Rusland, de inzet van hooggespecialiseerde militairen als personeel voor hun technologisch hoogwaardige en geavanceerde vernietigingswapens: bommenwerpers, jachtvliegtuigen, duikboten en vliegdekschepen, raketinstallaties, nucleaire, chemische, biologische en conventionele wapens – die steeds meer moorddadig worden – drones, spionagesattelieten, hacktechnieken voor het bespioneren en lamleggen van de infrastructuur van de tegenstander. Ook minder machtige imperialismes zoals China, Israël, Iran, Saoudi-Arabië, Turkije, Pakistan en India, zijn steeds minder afhankelijk van buitenlandse leveringen van hoogwaardige militaire technologie. Deze wapens worden over het algemeen bediend door beroepsmilitairen die in technologisch opzicht hetzelfde werk verrichten als de hooggeschoolde arbeiders in high-tech bedrijfstakken. Deze militairen zijn in feite arbeiders in uniform, ook al zijn ze zich dat nog niet bewust. In de Russische revoluties van 1905 en 1917, in de Duitse revolutionaire woelingen van 1918-1923 hebben de soldaten en matrozen, de ‘arbeiders (en boeren) in uniform’ naast de bedrijfsarbeiders een belangrijke rol gespeeld.

Voor de inzet voor het vuile moordwerk op de grond vertrouwt men op in kadaverdisciplie gedrilde beroepsmilitairen zoals de traditionele mariniers en commando’s. Rusland bedient zich deels van zogenaamde huurlingen om de inzet van het eigen leger buiten de grenzen te verhullen. Landen als Turkije, Saoedi-Arabië en de VS zetten in tijdelijke dienst ‘strijders’ in als voetvolk, ingekaderd op basis van religie – met name diverse schakeringen van de Islam – en/of natie. In het door de Islam beheerste deel van deze strijdgroepen zien we het gebruik van terroristische ‘wapens van de arme man’, voornamelijk bomaanslagen.1 Wat ook de overige verschillen mogen zijn, alle groepen van ‘strijders’ komen overeen in hun inzet als voetvolk en kanonnenvoer in de imperialistische oorlog. Dit geldt zowel voor het internationaal samenraapsel dat vecht voor Islamitische Staat (feitelijk in dienst van de fractie van het Iraakse kapitaal rond Saddam Hussein), als voor de Koerdische strijders van Barzani in dienst van de VS, zowel voor het o.a. door Turkije gesteunde Al Nusra Front, een Syrische al Qaeda’ franchise, als voor de Koerdische YPG in VS-dienst. Ook deze strijders zijn arbeiders in uniform, grotendeels laaggeschoold, vaak in krijgsdienst gedwongen door permanente werkloosheid, gedeeltelijk met het geweer in de rug, altijd ideologisch beheerst door levensbeschouwelijke bijzonderheden van het eigen land of de eigen regio. In het Midden Oosten en Afrika zijn de specifieke ideologieën ter beheersing van het voetvolk van het imperialisme gebonden aan een van de vele etnische en religieuze groepen waarin de talloze burgeroorlogen de toch al weinig samenhangende bevolkingen van de veelal kunstmatige naties hebben opgesplitst. Het embrigaderen van Koerdische proletariërs door de YPG tot strijders in dienst van de VS vormt hierop volgens mij geen uitzondering.

Dit standpunt bracht ik naar voren in het artikel “Is het verdedigen van Afrin proletarisch internationalisme?” Dit leidde over het algemeen tot sterk afkeurende reacties2. Deze afkeuring is volgens mij over het algemeen terug te voeren op de specifieke anarchistische en feministische ideologie en de specifieke communalistische vorm die de staat aanneemt in Syrisch Koerdistan, ook wel Rojava genoemd. Hierover zijn jarenlang discussies gevoerd, waaruit ik niet zal herhalen. Mijn standpunt is dat Rojava een klassenmaatschappij is, compleet met arbeid, kapitaal en andere klassen, dat de Democratic Federation of Northern Syria (DFNS) een burgerlijke staat is die wordt beheerst door de burgerlijke partij PYD en haar leger YPG. Koerdische strijders, grotendeels proletariërs in uniform, worden door DFNS ingezet als kanonnenvoer3 in de botsingen tussen verschillende imperialistische belangen in de regio. Ook hier geldt dus dat wanneer de soldaten en arbeiders begrijpen dat de vijand in eigen land staat, een eind van de imperialistische oorlog nabij is.

In het vervolg op deze tekst zal ik antwoorden op de meest interessante van de kritieken die mijn artikel ontving, namelijk de twee artikelen verschenen in de publicatie van de CPRSJ (Coalition for Peace, Revolution, and Social Justice), later overnomen op de website van IHMO (International Marxist-Humanist Organization).

Vervolg: Deel 2 

 

Terroristische strijders kunnen ook in ‘eigen land’ worden ingezet zoals Erdogan in Turkije lijkt te hebben gedaan om zich te presenteren als ‘sterke man’ ten opzichte van op bestelling geleverde chaos. Ook het machtigste imperialisme schuwt dergelijke scenario’s niet; 9/11 vervulde voor Bush eenzelfde functie.

Is het verdedigen van Afrin proletarisch internationalisme?, in het Duits verschenen als Ist die Verteidigung Afrins proletarischer internationalismus? Op Libcom verscheen onder de titel Is the defense of Afrin proletarian internationalism? een Engelse vertaling van een ingekorte versie. In de Engelse versie zijn de kritieken op twee Duitstalige groepen, Kosmoprolet en de Rätekommunistische ArbeiterInnenbund (RKAB) niet overgenomen, met behoud van de kritiek op individuele stellingnames geplaatst door het marxistisch-humanistische IHMO. Kosmoprolet mailde een rechtzetting en IHMO plaatste twee artikelen in antwoord op mijn artikel. Zie onderaan de Nederlandse of Duitse versies voor deze reacties. Voor reacties op Libcom zie onderaan mijn artikel aldaar. Van de RKAB is tot op heden geen antwoord ontvangen en er zijn ook geen aanwijzingen dat hun standpunt is gewijzigd.

De inzet van Koerdische vrouwen als kanonnenvoer voor het imperialisme beschouw ik als een uiterst wrange verdienste van het burgerlijke feminisme, geheel in de traditie van oorlogsdeelname door de burgerlijke vrouwenbeweging sinds de Eerste Wereldoorlog. Overigens hebben Zweden en Nederland inmiddels de dienstplicht over vrouwen uitgestrekt.

Advertenties
Proletarisch internationalisme en de oorlog in Syrië, deel 1

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s