Proletarisch internationalisme en de oorlog in Syrië, deel 2

Een anti-kritiek door Fredo Corvo

Deel 2

Hoe kunnen we een einde maken aan de imperialistische conflicten in het Midden Oosten?

In het voorafgaande1 deel ben ik ingegaan op het gevoel van onmacht dat de meeste arbeiders overvalt bij het zien van de hartverscheurende beelden van de inter-imperialistische botsingen in Syrië. Velen zien ook dat de oorlogen zich uitbreiden en dat zij het volgende slachtoffer kunnen zijn. Daarmee is een belangrijk uitgangspunt voor daadwerkelijke solidariteit gegeven namelijk de strijd van arbeiders, ook die in uniform, tegen ‘de vijand in eigen land’ (Liebknecht) waarvan we de mogelijkheden hier nader onderzoeken.

Op een belangrijk punt zie ik overeenkomsten met de door CPRSJ en IHMO geplaatste kritieken2. Sethness merkt in de laatste alinea van zijn kritiek op dat hij het “ironisch genoeg” eens is met mijn opmerking dat pas een einde zal komen aan de oorlogen in het Midden Oosten wanneer de arbeidersstrijd boven het niveau van de stakingen en demonstraties in Iran rond de jaarwisseling 2017-2018 uit komt. Hij is het “in abstracto” met mijn opmerking eens en meent mijn standpunt aan te vullen door te zeggen dat het niet slechts aan de Koerdische arbeiders is om strijd te voeren, maar aan alle arbeiders in de gehele regio, en zelfs over de hele wereld, gezien de globale aard van het imperialisme. Wie de moeite neemt om mijn artikel te lezen kan zien dat dit in mijn artikel al naar voren kwam. Maar goed, we zijn het dus eens over het doorslaggevende belang van arbeidersstrijd om een einde te maken aan het imperialisme. Ik heb ook aangegeven dat deze strijd zich ontwikkelt van een strijd tegen de gevolgen van de crisis en van de oorlog, via uitbreiding over de verdelingen van de arbeidersklasse in verschillende naties, talen, godsdiensten en met name nationale grenzen heen. Door uitbreiding van hun strijd zijn de arbeiders in staat doelen op een hoger niveau te stellen, om zich tegen de oorlog te verklaren. Dit alles hebben we in Iran in aanzet zien gebeuren, uitgaande van stakingen om ‘economische’ eisen in Koerdisch Irak die zich uitbreidden naar bedrijven in Iran en die tenslotte werkloze arbeiders in talloze steden op straat bracht met leuzen tegen alle fracties van het regime en uiteindelijk tegen de oorlogen waaraan Iran deelneemt. 

Voor een verdere ontwikkeling van vergelijkbare arbeidersstrijd – onverschillig of deze nu zal uitgaan van werkende of van werkloze arbeiders of van de ‘arbeiders in uniform’ – zijn organisatie en bewustzijn nodig. Volgens de radencommunistische opvatting kan organisatie van de massa van de arbeiders zich slechts in de strijd zelf ontwikkelen, als massale vergaderingen op straat en in de bedrijven, met gekozen en herroepbare comités en uiteindelijk coördinaties daarvan in raden. Het bewustzijn dat bij uitbreiding en machtsontwikkeling van de massabewegingen naar voren komt als hoger gestelde strijddoelen, wordt door de arbeidersklasse voorbereid door massale reflexie vanuit haar situatie van onderdrukte en uitgebuite klasse (‘dialectisch’ als je wil) over de crisis, de oorlog en de ideologische verdraaiingen waarmee de heersende klassen en de burgerlijke staat de arbeiders in het gareel proberen te houden.

In deze reflexie ontstaan meerdere standpunten. Minderheidsorganisaties op basis van wat zij zien als de historische lessen uit de ontwikkeling van de maatschappij en de klassenstrijd, spelen een bescheiden maar belangrijke rol in het doorprikken van de ideologieën waarmee deelname door de onderdrukten en uitgebuiten aan de imperialistische oorlog wordt rechtgepraat. In het artikel “Is het verdedigen van Afrin proletarisch internationalisme?” heb ik gewezen op twee belangrijke imperialistische oorlogsideologieën die ik herken in de artikelen geplaatst door CPRSJ en IHMO: die van de ‘verdedigings’-oorlog3 en die van ‘onderdrukte volkeren’. Beide misleidingen spelen actueel een vitale rol in het overheersen van het ‘Koerdische’ proletariaat in het Midden-Oosten. Daarnaast zij gewezen op het inkaderen van Koerdische migratie-arbeiders (b.v. de V.S., massaal in Duitsland en Nederland) door de PKK, PYG en aanverwante burgerlijke organisaties. En ten slotte speelt het idee van ‘aanval’ en ‘verdediging’ een rol bij het ingang doen vinden van een deelname aan de imperialistische oorlog overal ter wereld.

De kritische artikelen ten aanzien van mijn standpunt wijzen er op dat de acties van de CPRSJ in Californië ter verdediging van Afrin geen onvoorwaardelijke steun voor de PYG inhouden, dat men kritisch staat tegenover sommige aspecten van wat zij de Rojava Revolutie noemen. Sethness noemt vele voorbeelden van deze kritische houding, waarbij ik me kan aansluiten. Daarvan is waarschijnlijk voor de CPRSJ het afwijzen van de eis van het instellen van een ‘no-fly zone’ van groot belang, omdat deze eis kan worden gebruikt als aanleiding voor Amerikaans ingrijpen. Maar ik was me bij het schrijven van mijn artikel er wel degelijk van bewust dat het gaat om kritische of voorwaardelijke steun aan de YPG. Mede daarom heb gewezen op de parallellen tussen deze opstelling en de ‘kritische steun’ aan bepaalde naties of staten van zowel de trotskisten nu, als in de periode voor de Tweede Wereldoorlog, in algemeen van de Communistische Internationale. Daartegenover maakt de lof van Lenin’s ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’, waarvoor Kiani een citaat van professor Anderson aanhaalt, weinig indruk wanneer niet wordt ingegaan op de rampzalige gevolgen van die politiek (al voor Stalin !) voor de arbeiders in Litouwen, Turkije en China, om maar te zwijgen van Duitsland en de VS.

Ik wijs daarentegen elke steun aan de YPG af, en roep integendeel de proletariërs op tot strijd tegen de gevolgen van de crisis en de oorlog, voor de uitbreiding van die strijd over alle grenzen heen die de arbeidersklasse verdelen, tot verbroedering van de arbeiders in uniform van alle legers en strijdgroepen, uiteindelijk tot omverwerping van alle staten, inclusief de Democratic Federation of Northern Syria, die men ook wel Rojava noemt. Mij lijkt dat dit een betere bijdrage is aan het beëindigen van de imperialistische oorlogen. Ik zie daarentegen niets in het samen met burgerlijke groeperingen demonstreren voor de ambassades van een van de oorlogvoerende imperialismes, of het marcheren achter PYD-vlaggen zoals de kameraden van de RKAB in Duitsland hebben gedaan, of de volledige of kritische steun aan oorlogvoerende burgerlijke fracties. Historisch is ook gebleken dat dit de enige weg is: met de Oktoberrevolutie tegen de ‘democratische’ regering van een Rusland dat werd aangevallen door Duitsland, met de Novemberrevolutie in een Duitsland dat werd aangevallen door Frankrijk, Engeland en de VS. Lenins frase van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren heeft daarentegen in zijn praktische toepassing altijd rampzalig uitgepakt tegen de arbeidersklasse omdat het deze vastketende aan zijn eigen overheersers en uitbuiters.

Fredo Corvo, 9-4-2018.

Ali Kiani
 In Defense of Freedom and Humanity in Afrin!

 en Javier Sethness Internationalists for Afrin and Ghouta

.

Beide artikelen bevatten nogal wat valse weergaves van mijn standpunten, zelfs verdachtmakingen en regelrechte valse beschuldigingen die de nietsvermoedende lezer kunnen ontmoedigen kennis te nemen van mijn artikelEen ding wil ik hier rechtzetten: In tegenstelling tot wat Kiani schrijft heb ik niet IHMO aangevallen maar uitdrukkelijk verklaard dat ik aanneem dat zijn artikel op persoonlijke titel is geplaatst. Ik neem aan dat deze valse weergaves geen boze opzet zijn. Wat ik zie is een gebrek van kennis van linkscommunistische standpunten. Zoals ik eerder heb aangegeven, aan mijn kant is ook sprake van gebrek van kennis van de maxistisch-humanistische stroming. Een verhelderende discussie tussen marxistisch-humanisten en linkscommunisten is van groot belang omdat beide stromingen in de Tweede Wereldoorlog een proletarisch internationalistisch standpunt hebben ingenomen, dat wil zeggen door de arbeidersstrijd tegen alle oorlogvoerende kampen voorop te stellen, dit in tegenstelling tot de stalinisten en de meerderheid van de trotskisten. In de VS betekende dit steun aan stakingen van b.v. mijnwerkers en aan acties tegen discriminatie van Afro-Amerikaanse proletariërs. Beide stromingen verschillen echter ook aanzienlijk omdat met name de Communistische Linkerzijde zich al in de jaren 1920 losmaakte van de bolsjewistische ideologie die Communistische Internationale begon te ontwikkelen in dienst van de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie. Daarentegen bevat het Marxistisch-Humanisme vele ‘leninistische’ en ‘trotskistische’ opvattingen omdat het zich pas vlak voor en in de Tweede Wereldoorlog losmaakte van de verdediging van de Sovjet-Unie. Het is uiterst jammer dat beide kritieken op mijn artikel niet ingaan op de gemeenschappelijke geschiedenis die marxistisch-humanisme en de communistische linkerzijde delen, noch op trotskistische tendenzen binnen het Marxisme-Humanisme. Niet alleen zijn daardoor vele historische en theoretische misverstanden en regelrecht onbegrip blijven voortbestaan, de kwestie van de verdediging van Afrin blijft daardoor in duister gehuld. Ik ga in deze tekst over tot een andere aanpak door uit te gaan van gemeenschappelijke standpunten in de actualiteit van de conflicten in het Midden Oosten.

 

3 Ik heb de indruk dat Kiani en Sethness niet goed op de hoogte zijn van de strijd van de revolutionaire marxisten tegen de ‘verdedigings’-oorlog. Aanbevolen is het tweede artikel van:
From the 2nd to the 3rd Internationale – Three articles by Anton Pannekoek“. The New Review, New York, 1914-1916.

Advertenties
Proletarisch internationalisme en de oorlog in Syrië, deel 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s