Wetenschappelijke lobbies achter neo-liberalisme, rechts populisme en Trumpisme

Slobodian

Roufos interviewt Slobodian over zijn recente studie van het globalisme. We zijn het uiteraard niet eens met zijn pleidooien voor een sociaal-demokratisch links, maar Slobodian onthult meesterlijk de burgerlijk-wetenschappelijke lobbies achter neo-liberalisme, rechts populisme en Trumpisme en de grenzen van deze economische politiek.

Het aanboren van de onbereikte toekomsten uit het verleden

Quinn Slobodian geïnterviewd door Pavlos Roufos

Vertaald uit Brooklyn Rail.

Eerder in het Duitse Jungle.world verschenen.

Quinn Slobodian’s recente boek Globalists: The End of Empire and the Birth of Neoliberalism (Harvard University Press, 2018) is een briljante uiteenzetting van het alom omstreden concept van het “neoliberalisme”. Slobodian situeert het concept in zijn historische context en dringt aan op een heroverweging van de term, zowel bij degenen die de betekenis ervan afwijzen als bij degenen die hem nog steeds misbruiken. Ik ontmoette Quinn in juli van dit jaar in Berlijn voor een gesprek over het neoliberalisme, de hedendaagse populistische uitlopers en andere actuele ontwikkelingen.

Pavlos Roufos: U hebt het argument aangevoerd dat het vaak herhaalde verhaal dat hedendaagse populisten en zogenaamde “globalistische neoliberalen” tegenover elkaar stelt, historisch gezien onnauwkeurig is. Rechtspopulisme maakt geen gebruik van anti-immigratie/anti-islamistische tendensen om zijn in wezen neoliberale agenda te verbergen (zoals sommigen van links beweren), noch is sociaal conservatisme in strijd met het neoliberale beleid (zoals sommige ‘globalisten’ beweren). Om uw standpunt goed te plaatsen, zou het misschien goed zijn om te beginnen met uw definitie van “neoliberalisme”.

Quinn Slobodian: De manier waarop ik het neoliberalisme opvat is gebaseerd op het werk van de mensen die zichzelf neoliberaal noemden. De term zelf werd in 1938 bedacht door een groep economen, journalisten en politici die zich in Parijs verzamelden, mensen als Friedrich Hayek, Ludwig von Mises, Wilhelm Röpke, Walter Lippmann, Louis Rougier en anderen. Ze keken naar de Grote Depressie en vroegen zich af: hoe kan het kapitalisme overleven ondanks zijn interne tendens tot zelfvernietiging? En ze waren heel duidelijk dat als je de kapitalistische belangen alleen zou laten regeren, er uiteindelijk een tegenreactie zou komen en een in beweging gekomen bevolking zou het kapitalisme omver werpen. Een volledig ongereguleerd en een volledig ongetemd kapitalisme zou leiden tot een verzet dat onvermijdelijk communistisch of socialistisch van aard zou zijn. Daarom beseften ze dat het noodzakelijk was om opnieuw na te denken over de staat, en wel op een manier die het kapitalisme zou beschermen tegen de dreiging van omverwerping door de massa’s. Om te overleven, zo concludeerden ze, had het kapitalisme een sterke staat nodig.

Deze groep mensen kwam na de Tweede Wereldoorlog weer bij elkaar om de Mont Pèlerin Society te vormen. Door deze groep te volgen, kun je zien hoe een reeks discussies zich ontwikkelt die, van de jaren dertig tot de jaren negentig, draaide om het ontwerpen van instituties die soevereine natiestaten ervan weerhouden om dingen te doen die niet in het belang waren van de voortzetting van de kapitalistische wereldeconomie. Als je nadenkt over de manier waarop natiestaten ingebed werden in nieuwe instituties zoals de GATT (die in 1995 tot WTO werd omgedoopt), het IMF, de Europese Unie, dan zie je dat dit instellingen waren met vele doeleinden, maar een van de belangrijkste daarvan was het voorkomen van de omverwerping van de kapitalistische wisselwerking tussen natiestaten.

De jaren negentig leken een absolute triomf van het neoliberale project. Binnen een paar jaar had je de Eurozone, NAFTA, de WTO. Na het einde van de Koude Oorlog leek dit een totale overwinning van een visie op het kapitalisme die het vrije verkeer van goederen en geld ziet als basiswaarden die de mens moet beschermen. En toch, op datzelfde moment in de jaren negentig, toen het eruit zag alsof het neoliberalisme al zijn tegenstanders had verslagen en de supranationale instellingen ter bescherming van het kapitalisme waren geperfectioneerd, waren sommige van deze neoliberalen zelf (bv. bepaalde groep mensen rond de Mont Pèlerin Society, waaronder een nog levende Hayek  – hij stierf in 1992 – , Ralph Harris, Pascal Salin, Antonio Martino, Roland Vaubel, Gerard Radnitzky, en anderen), begonnen zich zorgen te maken dat juist deze instellingen een nieuw middel zouden worden om het socialisme naar een hoger niveau te tillen.

In plaats van het langverwachte neoliberale Europa ontpopte Europa zich aan de neoliberalen als een “sociaal Europa”, onder leiding van Jacques Delors. De vrees bestond dat de Fransen het daadwerkelijk zouden overnemen. In plaats van de sociale eisen te beteugelen, zou de EU zich gaan richten op het tegemoetkomen aan sociale eisen door middel van overhevelingen en structuurfondsen, enz. Op dat moment begonnen enkele belangrijke neoliberalen te beweren dat deze supranationale instellingen geen betrouwbare bewakers van de economische structuur zijn en dat we de grondslag voor de bescherming van het kapitalisme eigenlijk moeten heroverwegen. In deze context werd de natiestaat uiteindelijk als meer betrouwbaar beschouwd dan iets groters zoals de EU, de WTO of NAFTA. Er was dus sprake van een terugkeer naar de natie door zogenaamde extreem-rechtse populistische partijen zoals de Oostenrijkse Vrijheidspartij (FPÖ) en anderen.

Roufos: Voor velen is het duidelijk dat er een natuurlijke band bestaat tussen het neoliberalisme en de staat. In het typische linkse taalgebruik worden neoliberalen echter gezien als tegenstanders van de staat.

Slobodian: Ik weet niet waarom dat zo is. Vaak hoort men dit argument, op een verfijnde of minder verfijnde manier gesteld, namelijk dat het neoliberalisme ” tegen de staat” is. Maar de beste manier om deze misvatting te boven te komen is door om even te lezen wat is geschreven door echte neoliberalen. En men zal dan zien dat het expliciet een project is om de staat te herontwerpen. Het is het vinden van een “betere schil” voor het kapitalisme, zoals een deskundige het uitdrukte. Hayek wordt vaak genoemd als een goed voorbeeld voor deze misvatting, maar als je zijn boeken doorneemt, zul je zien dat hij een werk schreef onder de titel The Constitution of Liberty (1960), dat zich richt op het ontwerpen van een grondwet voor een nieuwe staat, en de Law, Legislation, Liberty- trilogie, die zeer duidelijke richtlijnen geeft voor het ontwerpen van een staat, enzovoort.

De vraag is er een van het bijstellen, repareren en aanpassen van wat de beste manier is om de democratie te ondersteunen, zonder dat de democratie het hoofddoel, namelijk het overleven van het kapitalisme, voorbijschiet. Vanuit het oogpunt van de neoliberalen zijn de jaren negentig een klassiek moment van een crisis van de staat.

Roufos: Zou u de koers van de extreem-rechtse AfD (Alternatief voor Duitsland), die recent verkiezingssucces heeft gekend, op een vergelijkbare wijze beschrijven?

Slobodian: Inderdaad. Sommige van de neoliberalen die de natie herontdekten, ook hier in Duitsland, begonnen in de jaren negentig van de vorige eeuw een uitgesproken oppositionele houding aan te nemen tegen de invoering van de Euro. De AfD begon als een anti-Europartij. En die mobilisatie begon al in het midden van de jaren negentig, toen er kleine splinterpartijen waren, waaronder Bund freier Bürger bijvoorbeeld, verbonden met hoogleraren economie, zoals Joachim Starbatty (later lid van de Mont Pèlerin Society), die in Karlsruhe een constitutionele klacht indiende tegen de invoering van de Euro. Onder sommige neoliberalen bestaat het reële gevoel dat Europa het probleem is en niet de oplossing, dat de Euro (de munt) zal worden overgenomen door links geleide centrale bankiers (met name uit Frankrijk) en dus geen middel is om bezuinigingen op te leggen. Er is dus sprake van een heropleving van nationalisme als positieve kracht.

De kritiek komt in de eerste plaats vanuit een monetair perspectief, maar tegelijkertijd zie je het argument dat je, om monetaire soevereiniteit te laten functioneren, een bepaalde combinatie van culturele kwaliteiten en waarden nodig hebt. En daarbij komt nog het idee dat dergelijke deugden misschien alleen in bepaalde volkeren geworteld zijn, dat Duitsers weliswaar geen monopolie op deze deugden hebben, maar in ieder geval beschikken een forse hoeveelheid van zulke deugden als voorzichtigheid, langetermijnvisie en discipline. Een zeer dubieuze culturele antropologie en psychologie wordt daarmee een aanvulling op het monetaire beleidsperspectief.


“Tijdens de eurocrisis hebben de noordelijke eurolanden zich solidair getoond met de crisislanden. Als sociaal-democraat vind ik die solidariteit heel belangrijk. Maar wie daarom vraagt, heeft ook plichten. Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven en vervolgens bij u om hulp aankloppen. Dat principe geldt op persoonlijk, lokaal, nationaal en ook op Europees vlak.” Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem tijdens een interview in 2017. [van de redactie]


Dit gezegd hebbende, moet men er echter aan toevoegen dat de AfD eind juni 2018 een nieuw programma aankondigde waarin ze zich expliciet hebben gedistantieerd van heel wat van de duidelijk neoliberale beleidsmaatregelen die deel uitmaakten van het vorige programma. Hun huidige tactiek is om zich nog meer te richten op gepersonaliseerde aanvallen op de vermeende criminaliteit van migranten, oproepen tot versnelde uitzettingsprocedures en het benadrukken van de noodzaak om in 2017 maatregelen te nemen ter ondersteuning van de sociale staat. Of dit een standpunt voor de lange termijn is, valt nog te bezien. Hun voortdurende roep om begrotingsdiscipline en bezuinigingen, terwijl ze zich ook verzetten tegen nieuwe belastingen, suggereert dat, als ze een zekere mate van macht krijgen, veel van de “sociale” beloften zullen worden opgeofferd. Maar andere rechtse nationalistische partijen met neoliberale wortels (bijvoorbeeld het Front National in Frankrijk) zijn in de loop der tijd veranderd in meer nationale “sociale” groeperingen, dat is dus niet uitgesloten.

Roufos: Hoe verklaart u deze “culturele wending” die sommige economen destijds namen?

Slobodian: In zekere zin volgden de opnieuw nationaal gezinde neoliberalen de trend van dat moment. Versneld door het einde van het communisme is er sprake van de opkomst van vergelijking van economische systemen als een vakgebied binnen de economie. Veel economen vroegen zich af wat de noodzakelijke culturele voorwaarden waren voor een verantwoorde activiteit binnen de markt. Misschien wel de bekendste daarvan is Douglass North, die in 1993 de Nobelprijs voor economische wetenschappen won. Hij was een pionier in wat men de Nieuwe Institutionele Economie noemde, die de vraag stelde: waarom lijkt het kapitalisme in sommige delen van de wereld beter te functioneren dan in andere delen van de wereld, en in sommige periodes van de geschiedenis meer dan in andere? Wat waren de geheimen van het economisch succes in West-Europa en later Noord-Amerika? Vaak waren deze mensen historici, dus gingen ze terug naar de Middeleeuwen en vroegen ze zich verder af hoe instellingen als de rechtsstaat, contractvormen en ruilhandel zich in de loop der eeuwen hebben ontwikkeld. Hun conclusies waren dat de ontwikkeling van instellingen erg lang duurt en dat het vrij moeilijk is om van de ene op de andere dag een bepaalde organisatievorm van een economie te “importeren” in de Sovjet-Unie of Botswana of waar dan ook. Dit perspectief past goed bij een ruimer pessimisme over ontwikkelingseconomie, een pessimisme over de post-communistische overgang en een terugkeer naar het idee dat economische veranderingen heel langzaam moeten gebeuren. Het zet de cultuur weer in de schijnwerpers als sleutel tot welvaart of armoede – sommige maatschappijen hebben de juiste cultuur, andere niet. De neoliberale intellectuelen die sceptisch begonnen te staan tegenover de Europese integratie en internationale instellingen zoals de WTO, gaven aan dat bepaalde culturen wellicht meer moeite hebben om zich aan economische regels en rationaliteit te houden dan andere. Zij hebben de inzichten van Nieuwe Institutionele Economie omgezet in het politieke recht om de noodzaak te erkennen van de natie en de zinloosheid van zowel buitenlandse hulp aan het Zuiden, zowel als van pogingen om culturen te integreren die zij als zeer verschillend zagen, zoals Noord- en Zuid-Europa onder de eenheidsmunt van de Euro.

Roufos: Zou u een soortgelijke benadering gebruiken om Trump of Brexit te verklaren?

Slobodian: Je kunt inderdaad het argument dat ik heb aangevoerd over de opkomst van de AfD of de FPÖ om de intellectuele oorsprong van Brexit te achterhalen. Margaret Thatcher hield in 1988 in Brugge een beroemde toespraak, waarin ze zei dat “we de grenzen van de staat in Groot-Brittannië niet met succes hebben teruggedraaid, om ze op Europees niveau opnieuw te zien herinvoeren met een Europese superstaat die een nieuwe dominantie vanuit Brussel uitoefent”. Onmiddellijk daarna startte Ralph Harris, algemeen directeur van het Instituut voor Economische Zaken [1957-1988] (de eerste neoliberale denktank), de Bruges Group, die de eerste Eurosceptische denktank werd. Dit was op zijn beurt weer de kiem voor het Centrum voor het Nieuwe Europa, gevestigd in Brussel. Deze werden uitsluitend gerund door de Mont Pèlerin Society neoliberalen. En ze vreesden precies hetzelfde als de neoliberalen die de kleine Eurosceptische partijen in de jaren ’90 begonnen, namelijk dat Europa een verkeerde wending nam in de richting van een grotere herverdeling tussen rijkere naar armere landen, gecentraliseerde controle en sociale transfers.

De eerste persoon die stelde dat het recht op afscheiding moet worden toegevoegd aan het Verdrag van Maastricht van de E.U. was James M. Buchananan, de Nobelprijswinnende econoom uit de VS. In de jaren negentig verzamelden zich neoliberalen rond iets wat hier in Berlijn de European Constitutional Group heet, die steevast pleitte voor hetzelfde. Eind jaren negentig begonnen de mensen in deze groep in feite te zeggen dat de EU zichzelf zou moeten ontbinden – niet alleen de Euro moet verdwijnen, maar ook de Europese Unie zelf. Het is moeilijk uit te leggen waarom ze denken dat de Euro door de socialisten is overgenomen, maar dat is wat ze dachten. Het Institute of Economic Affairs in Londen publiceerde drie maanden voor Brexit een hoofdredactioneel artikel dat beweerde dat “Hayek een Brexiteer zou zijn geweest”. Nigel Farage van de UKIP was ook betrokken bij de Bruges Group en publiceerde met hen een artikel waarin de “Volksrepubliek Europa” werd veroordeeld. De website van de Bruges Group klopt zich tegenwoordig op de borst dat ze “vooraan stond in de intellectuele strijd om een stemming te winnen om de Europese Unie te verlaten”.

Als je kijkt naar het expliciete programma van de Brexiteers, dan was het geen economisch isolationisme, noch was het echt economisch nationalisme. Het was een afkeer van de gereguleerde Europese markt, terug naar een wereldmarkt; dit is wat bedoeld werd met het geklets over het wereldwijde Brittannië.

Roufos: Dit klinkt heel toepasselijk ten aanzien van de Brexit, maar kan men iets soortgelijks zeggen over Trump?

Slobodian: Ik zie die als heel verschillend. Ik denk dat de Brexit vrij gemakkelijk in het patroon van “de populistische klootzakken van het neoliberalisme” valt, zoals ik het fenomeen elders heb genoemd, vooral omdat de koplopers daarvan een soortgelijke benadering voorstaan: “vrij verkeer van kapitaal: ja; vrij verkeer van goederen: ja; vrij verkeer van personen: nee”. Het is hetzelfde specifieke kenmerk van het AfD. Trump is wat anders.

De beste manier om over het handelsbeleid van Trump te debatteren is om niet naar Trump te kijken, maar naar zijn handelsvertegenwoordiger, die veel macht heeft. Zijn naam is Robert Lighthizer. Er is niet veel over hem gesproken, al vind ik hem interessant, deels omdat hij al sinds het eind van de jaren zeventig deel uitmaakt van het wereldje in Washington. In de jaren tachtig was hij Deputy US Trade Representative onder Reagan. Dat is veelzeggend omdat Reagan in het midden van de jaren tachtig veel van dezelfde dingen deed met Japan als Trump nu met China. Destijds werd het “agressief unilateralisme” genoemd, wat betekent – om het sterk te vereenvoudigen – dat de VS bijvoorbeeld zei: “exporteer alstublieft niet zoveel auto’s naar de VS,” en eiste iets dat Vrijwillige exportbeperkingen werden genoemd. En Japan stemde ermee in om Amerika tevreden te houden door niet zoveel auto’s te exporteren. Op dezelfde manier gebruikten de VS zogenaamde Section 301-gevallen, door deze of gene handel als oneerlijk te bestempelen en daarom gebruik te maken van de uitvoerende macht, die de GATT passeerde, om Amerikaanse producten te beschermen. Je hoeft dus niet terug te gaan naar de jaren dertig van de vorige eeuw om te zien hoe Trump handelt, ze deden dat in de jaren tachtig onder Reagan. Dat is het eerste wat opvalt.

Het tweede punt dat ik wil maken is dat Trump een beleid van zowel als/en, en niet van ofwel/of. Op dezelfde dag dat je ziet dat hij de WTO als instelling in twijfel trekt, spant zijn eigen regering een rechtszaak aan bij de WTO. Het idee dat hij de instelling zonder meer afwijst, is dus gewoonweg niet waar. Hij gebruikt haar in zijn eigen voordeel terwijl hij de legitimiteit ervan in twijfel trekt. Dat gezegd hebbende, zou ik hem nog steeds in een andere categorie plaatsen dan de neoliberale populistische partijen in Europa. Het feit dat de VS zo groot zijn als ze zijn, betekent dat er ruimte is voor een soort anti-status-quo-beleid die je in andere landen niet hebt. Het grillige karakter van Trump is dus min of meer aanvaardbaar, niet alleen omdat het gebaseerd is op het feit dat de Amerikaanse economie het op zijn minst oppervlakkig gezien op dit moment zo goed doet, iets wat hem veel vrijheid heeft gegeven voor een ontwrichtend economisch beleid. Het is ook gebaseerd op de afhankelijkheid van een land als China van de VS, wat betekent dat er veel misbruik voor nodig is voordat het een echt probleem wordt. Je ziet dat nu. Tijdens een recente bijeenkomst van China met Europese vertegenwoordigers hebben de Chinezen daadwerkelijk gesteld “misschien heeft Amerika gelijk, we moeten de WTO hervormen, we moeten meer intellectuele eigendomsrechten opnemen”. Reagan nam harde maatregelen tegen Japan om de GATT om te vormen tot de WTO, wat toen goed was voor Amerika. Het is waarschijnlijk dat Trump deze harde actie tegen China nu gebruikt om een nieuwe WTO te krijgen die ook goed is voor de VS. In dit geval krijgen we geen vernietiging van het internationale systeem, we krijgen gewoon (geen verrassing) een hervorming van het internationale systeem om de economische belangen van de VS te bevorderen.

Roufos: Sommige mensen hebben betoogd dat zijn beleid van handelsoorlog niet zo krankzinnig is, als je het bekijkt vanuit het perspectief van een anticiperende zet in de richting van een onvermijdelijke of verwachte ontwikkeling. Als Amerika geleidelijk aan zijn hegemoniale macht in de wereldorde verliest en China opstaat om zijn plaats in te nemen, is aangevoerd dat Trump en zijn regering proberen om de VS preventief voor te bereiden op een situatie waarover het geen controle heeft.

Slobodian: Ik denk dat dat zeker de manier is waarop iemand als Lighthizer het ziet. Hij was er voor de strijd met Japan, en Japan gaf zich over, want Japan is op geen enkel vlak groot genoeg om zelfvoorzienend te zijn, het kan zijn eigen vraag naar zijn eigen producten niet opbouwen. Terwijl China dat wel kan. En dat is ook de angst die China in de hoofden van sommige Amerikaanse beleidsmakers heeft gewekt met zijn toekomstvisie van “Made in China 2025”. En dit is absoluut een punt waar het, op een of ander realistisch niveau, zinvol is om net zo agressief te zijn als de Amerikaanse regering nu is, omdat ze niet willen dat China die weg opgaat – dit is een poging tot beteugeling. Ze proberen de Chinese en Amerikaanse productie met elkaar te verweven door bijvoorbeeld een bedrijf dat gewoonlijk in China actief is, Foxconn, naar Wisconsin te brengen. Als je de productieketens terug kunt brengen naar de VS, dan creëer je misschien een soort van onderlinge afhankelijkheid waaraan het moeilijk te ontkomen is. Dat is de grootste ironie: door dit agressieve economische nationalisme te gebruiken, wordt een grotere onderlinge afhankelijkheid gecreëerd.

In deze context is het waarschijnlijk verstandig om de hele discussie over Trump los te koppelen van een discussie over de intellectuele oorsprong van het neoliberalisme, omdat ik denk dat hij in een andere denkruimte opereert. Bij Trump moet je altijd rekening houden met de manier van onderhandelen, dat is hoe hij de wereld ziet. In de onderhandelingen is er ruimte voor overdreven dreigingen, vergeldingsacties en zelfs de dreiging van terugtrekking uit de NAVO. Als hij een coherente visie heeft, dan is het wel dat je mensen kunt intimideren zodat ze zich beter inzetten voor je belangen. En Trump intimideert iedereen. Maar als je dit vergelijkt met hoe neoliberale intellectuelen economisch beleid hebben opgevat, althans in hun eigen termen, ziet dit er heel anders uit. Eerder dan onderhandeling, is het verklaarde neoliberale doel altijd “depolitisering” geweest. Trump daarentegen gebruikt een tactiek van politisering. Hij zegt dat alle economische beslissingen politiek zijn, dat er geen objectief iets is dat “de wereldeconomie” of “globalisering” wordt genoemd en ons dwingt dit of dat te doen. Zijn argument is dat Amerika bepaalde belangen heeft en dat Amerika zal negeren wat “de wereldeconomie” zegt. Hij steekt de politiek weer terug in de politieke economie op een manier die op gespannen voet staat met de hoofdlijn van het mondiale neoliberale project.

En dat komt op een merkwaardige manier overeen met de kritiek van links. Mensen van links zeggen al tientallen jaren dat we de politiek weer in de politieke economie moeten stoppen. Ook zij beweren dat er niet zoiets bestaat als depolitisering, alles wat er apolitiek uitziet is altijd politiek, enz. Dat is een essentieel punt. In 2016 bevond de VS zich op een kruispunt: of we zouden de politiek weer in de politieke economie krijgen door de benadering van Bernie Sanders, of door de manier waarop Donald Trump er naar kijkt. Beiden waren de economie aan het herpolitiseren – met verschillende aannames natuurlijk – over sociale doelen, de menselijke aard, het goede leven, enz. Dat is nu de uitdaging, als men er intellectueel of politiek naar wil kijken. Nu de depolitisering met succes in twijfel is getrokken, denk ik dat het (helaas via Trump) tegelijkertijd een opening creëert, waar als je een andere politiek hebt dan Trump, dan is het een moment om op overtuigende wijze een andere manier van denken over politiek  naar voren te brengen. De verwijzing naar Gramsci’s idee van de crisis als interregnum is overdadig gebruikt, maar nog steeds nuttig om het eigenaardige van het huidige moment te doorgronden: een oude orde is aan het sterven, maar een nieuwe kan nog niet geboren worden.

Roufos: De verwijzing naar de overeenkomst tussen links en rechts is een interessant punt. In zekere zin was het idee dat de staat zich zo moest opstellen dat zijn burgers beschermd werden tegen de abstracte krachten van de economie een belangrijk argument van links in het verleden. Het heeft een belangrijk deel van de antiglobaliseringsbeweging en haar roep om een grotere nationale soevereiniteit tegen speculatieve financiering, enz. geïnspireerd. Deze ruimte lijkt nu te zijn overgenomen door rechts, die er een hardere en meer vastberaden houding aan toevoegde ten aanzien van het migratievraagstuk. Maar het is moeilijk te overzien dat er in de afgelopen jaren een belangrijke stap is gezet van links (ik denk hier aan Corbyn in het Verenigd Koninkrijk of Aufstehen in Duitsland) in de richting van migratiebeheersing en wat u onlangs “welvaartschauvinisme” noemde. Ik zie dat als een logisch gevolg van het terugwinnen van nationale soevereiniteit. Bent u het daarmee eens?

Slobodian: Het is eerlijk om te wijzen op de kloof tussen de sociaal-democratische aanspraak op kosmopolitisme en multiculturalisme aan de ene kant, en de praktijk van het vrij hard zijn op het gebied van grensbeveiliging aan de andere kant. Obama, met enige rechtvaardiging bekend als de ‘deporter-in-chief’, is het schoolvoorbeeld. Belangrijker dan het migratiebeleid is de kwestie van de mensen die hier al aanwezig zijn. In het geval van de rechtervleugel in Duitsland is de angst natuurlijk meer migratie, maar de reeds aanwezige niet-etnische Duitsers worden ook gezien als een bedreiging voor de Duitse welvaart en overleving. Een van de belangrijkste intellectuele inspiratiebronnen voor een groot deel van de nieuwe Duitse rechtse heropleving, Thilo Sarrazin, zegt: “Ja, snijd migratie uit bepaalde landen af, maar de mensen uit moslimmeerderheidslanden die hier al zijn, veroorzaken ook een crisis van de welvaartsstaat”. Hier is een duidelijk verschil tussen de sociaal-democratische standpunten en die van rechts. De eerste groep stelt dat de reeds bestaande multiculturele bevolking niet moet worden gezien als een bedreiging voor de stabiliteit, maar als een aanwinst, dat tolerantie moet worden gezien als een deugd, enz. Het argument wordt niet alleen aangevoerd omdat het moreel, abstract goed is om zo te handelen, maar ook in economische opzicht – Duitsland heeft arbeiders nodig, Amerika heeft een vergrijzende blanke bevolking, enz. Dus ondanks interne schijnheiligheid en tegenstrijdigheden denk ik nog steeds dat de twee standpunten op een zinvolle manier als verschillend moeten worden gezien.

Roufos: Ziet u een verband tussen deze discussie en de zogenaamde Keynesiaanse heropleving? Wat vertellen deze ideologische ontwikkelingen ons over toekomstige mogelijkheden?

Slobodian: Het is duidelijk dat de liberale Keynesiaanse orde na 1945 niet ging over de-globalisering of het zich terugtrekken uit de wereldeconomie, maar over kapitaalcontroles. Het grootste verschil tussen toen en nu is de kapitaalcontrole. De Bretton Woods-orde is gebouwd op het principe van vrije handel, gereguleerd door internationale instellingen, zoals dat nu het geval is. Op het gebied van migratie was het in wezen hetzelfde als nu, d.w.z. landen hadden het recht om hun eigen migratiebeleid te bepalen. Het grootste verschil had te maken met verhitte geldstromen en het voortdurende verkeer van kapitaal over de grenzen heen, dat destijds werd beschouwd als iets dat mogelijk schadelijk is voor de economie en dat moet worden voorkomen. En dat is natuurlijk waar het IMF voor is opgericht: het reguleren van een financiële orde die uitgaat van het idee van kapitaalcontrole. Dat veranderde in de jaren zeventig. En dat heeft geleid tot de andere wereld waarin we nu leven. De vraag is dus: kun je de geest weer in de fles stoppen? Het systeem van kapitaalcontrole is niet alleen doorbroken door de ideologische verandering van de mensen die het IMF runnen, maar ook omdat mensen beter in staat waren om geld uit landen te krijgen, offshore-rekeningen te openen, leningen te verstrekken op de Eurodollarmarkten, etc. Dus het argument (dat natuurlijk aanvechtbaar is) tegen de terugkeer naar kapitaalcontrole is dat het onmogelijk is: “Het is onmogelijk”. De mensen zullen uitvogelen hoe ze geld naar buiten kunnen krijgen. De financiële stromen zijn nu te groot.

Voor een deel is het neoliberale argument dat het Keynesiaanse model niet in staat is om uit te maken hoe economieën te beheren wanneer geld zo gemakkelijk grenzen kan overschrijden. Dit is een argument dat mensen die meer in de wereld van de economie zitten vaak maken, en mensen die meer in de wereld van de cultuurgeschiedenis en de politieke geschiedenis zitten, niet vaak aan de kaak stellen. Met andere woorden, het argument van de economen is dat “links in de jaren zeventig geen oplossing had”. Het was niet alleen dat iedereen besloot dat nu neoliberaal te worden, maar ook dat het bestaande beleid massaal faalde en dat de nieuwe beleidsmaatregelen (tegen hoge kosten) in staat waren om de crisis te stabiliseren door een beheersbare crisis te veroorzaken.

In termen van opties voor het heden, kan en moet men zeker spreken over een beheerste globalisering. Hoewel men zich bewust is van het fundamentele centralisme en het verzet tegen de transformerende politieke economie, is het nog steeds de moeite waard om de standpunten van Thomas Piketty te bespreken, namelijk dat men offshoregeld onder controle kan brengen, dat men kleine financiële belastingen op financiële transacties kan heffen, dat men de grensoverschrijdende activiteiten die plaatsvinden kan vastleggen, zonder de verbanden te verbreken en “terug te keren naar de jaren 30”. Dat is een bescheiden voorstel voor sociaal-democratisch links, maar het zou zeker een beginpunt zijn. Op dit moment lijkt het erop dat een bescheiden vooruitgang een zegen zou zijn in vergelijking met de snelle achteruitgang die we zien.

Roufos: Het is waar dat er een gevoel van onderliggende paniek heerst. Maar men kan wel zeggen dat terwijl het Keynesianisme zijn beloften niet kon waarmaken en vervangen werd door een systeem dat de vrije handel op mondiaal niveau beter kan faciliteren, we nu zien dat juist dit systeem een kritiek moment doormaakt. Maar er is nog geen alternatief naar voren gekomen. Sommigen zijn vastbesloten om het systeem in stand te houden zoals het is, terwijl anderen experimenteren met nieuwe richtingen, en misschien is dit wat we op dit moment zien met populistisch rechts, Trump, enzovoort.

Slobodian: Ik denk dat u gelijk hebt. Er is overal rampspoed – het gevoel dat elke dag een nieuwe crisis kan brengen. Dit lijkt natuurlijk op reality televisie, waar Trump vandaan komt. Het is politiek als topvermaak. Je ziet het zelfs nog meer in het Verenigd Koninkrijk, waar mensen de dagelijkse activiteiten in het parlement minutieus volgen, volgen wie vandaag ontslag heeft genomen en wie wat morgen zal voorstellen, enzovoort. Als u een jong Brits persoon bent, of zelfs een oud Brits persoon, zullen de microbeslissingen rond Brexit een groot effect hebben op uw toekomst. Ze kunnen van invloed zijn op wie u verliefd kunt worden, of u kunt blijven werken waar u werkt, hoe uw pensioen eruit zal zien.

Het gevaar van deze korte termijn paniek is dat we de vraag uit het oog verliezen: wat is het hoogst mogelijke niveau van vooruitgang waarop we hopen? En dat is een van de dingen die het jaar 2016 zo’n stormloop hebben bezorgd. De campagne van Bernie Sanders sprak in deze zeer grote bewoordingen. Zeg wat je wilt over de haalbaarheid, laat je verbeelding spreken over de manier waarop Amerika getransformeerd zou kunnen worden, dat was eigenlijk enorm. En vanuit deze grote dromerige aspiratie zijn we terechtgekomen in de voortdurende paniek van het laatste nieuws. En het is politiek gezien essentieel om een stap terug te kunnen doen van die tredmolen van moment tot moment, en in grotere termen te kunnen denken. Dat betekent dat je historisch moet denken. Je moet zien door welke tradities we ons kunnen laten inspireren, wat de doelen en waarden zijn die iets voor ons betekenen als we terugkijken naar de laatste honderd of tweehonderd jaar geschiedenis. En wat een nieuwe beweging zou kunnen inspireren. En dat is natuurlijk nog maar het prille begin, maar ik denk dat in het groot denken een doel heeft. We worden niet alleen geconfronteerd met een probleem van het verfijnen van een betere technocratie (hoewel dat essentieel zal zijn), maar ook met het aanboren van reservoirs van politieke verbeelding en het herontdekken van de ongerealiseerde toekomst van de vorige eeuw.

Interview met Quinn Slobodian over zijn recente boek Globalists: The End of Empire and the Birth of Neoliberalism (Harvard University Press, 2018)

Interviewer: Pavlos Roufos. Pavlos Roufos woont en schrijft in Berlijn. Zijn boek, A Happy Future is a Thing of the Past, werd dit jaar gepubliceerd door Reaktion.

Meer van Pavlos Roufos in het Nederlands, in het Engels.

Advertenties
Wetenschappelijke lobbies achter neo-liberalisme, rechts populisme en Trumpisme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s