‘Voor’ en ‘tegen Zwarte Piet’: het huidige proletariaat bestaat niet

zwarte-klaas-en-witte-piet

Wie wordt niet geraakt door de verhitte debatten over Zwarte Piet? De kwestie trekt vaak een zwart-witte grenslijn tussen mensen die verder redelijk of goed met elkaar overweg kunnen … of konden. Deze discussies kunnen zo hevige emoties oproepen dat de meesten het onderwerp Zwarte Piet liever uit de weg gaan. Volgens Trouw van 15 november staat ongeveer de helft van de Nederlanders achter de ‘blokkeerfriezen’. Dat geeft te denken over het resultaat van de acties tegen Zwarte Piet. Dit artikel bekijkt Zwarte Piet vanuit de positie van de arbeidersklasse. De acties voor en tegen Zwarte Piet verschijnen dan in een totaal ander licht.

Een onschuldig kinderfeest

De naïeve geesten die Zwarte Piet verdedigen als deel van een onschuldig kinderfeest, gaan daarbij onnadenkend er aan voorbij dat een deel van de gekleurde kinderen speciaal in de periode voor Sinterklaas gepest wordt of anderszins het idee heeft ‘anders’ te zijn en ‘er niet bij te horen’. Dat lijkt me op zich al reden genoeg tot nadenken. De laffe polder-uitvlucht van ‘roetveeg’-Piet is misschien nog meer kwetsend. Hiermee wordt namelijk gesuggereerd dat een getinte huidskleur ‘ongewassen’ of ‘vies’ is.

Is het raar dat vele getinte mensen, of ze nu afkomstig zijn uit Suriname, de Antillen of bijvoorbeeld Ghana, zich storen aan de karikatuur van Zwarte Piet? Het herinnert hen aan de alledaagse discriminatie op straat, op het werk, in de buurt, vaak ontkend, want onbestaanbaar in het ‘tolerante’ en ‘ruimdenkende’ Nederland. Het roept ook herinneringen op aan de periode van slavernij, nog maar enkele generaties terug en waarvan nog steeds nawerkingen aanwezig zijn.

Het traditionele kinderfeest is dus niet zo onschuldig als het lijkt. Maar aan de andere kant, is het handig om de voorstanders van Zwarte Piet allen over één kam te scheren als racisten? De indruk dat een kinderfeest zou worden verstoord, heeft de rest gedaan. Inmiddels hebben bij de intochten van Sinterklaas op 17 november vcetbalhooligans de overhand en kan de politie zich opwerpen als beschermers van de traditie.

Antiracisten vragen zich af “Wat kunnen we anders dan demonstreren om nog om gehoord te worden?”. Ik heb hier geen alternatief voor te stellen, anders dan een andere oriëntatie dan die op geschiedenis, cultuur en traditie. In plaats daarvan stel ik dat de huidige discriminatie kenmerkend is voor de situatie van de arbeidersklasse binnen een context van bezuinigingen, internationalisering en verdeeldheid binnen het proletariaat. Dan valt meteen op dat in zowel het kamp van de voorstanders als in dat van de tegenstanders van Zwarte Piet arbeiders zijn te vinden die slachtoffer zijn van wat meestal neoliberale politiek wordt genoemd. Verder valt op dat beide kampen in alle talen zwijgen over arbeidersklasse en kapitalistische aanvallen.

Voor alle duidelijkheid: in sommige gevallen gaat het in de reacties op de acties tegen Zwarte Piet niet om gebrek aan nadenken, maar om een gebrek aan invoelend vermogen of zelfs een bewust gebrek aan respect en uitgesproken racisme. Door andere mensen ‘vies’ te maken, wordt discriminatie aanvaardbaar. Het scheldwoord ‘roetmop’ is een erfenis uit het tijdperk van het kolonialisme. De meeste mensen zijn zich daarvan niet bewust zijn, op een handjevol racisten na die er wel degelijk op uit zijn om anderen te ontmenselijken.

De koloniale geschiedenis

Maar betekent dat ook dat het zin heeft actie te voeren met bijvoorbeeld volgende leuzen?

  • Wanneer erkent wit Nederland dat kolonialisme altijd gewelddadig en onderdrukkend is?

  • Wanneer nemen we met z’n allen de verantwoordelijkheid om uit te spreken dat Nederland helemaal geen recht had om zich in Azië een enorm groot gebied toe te eigenen en de bevolking daar eeuwenlang te onderwerpen, via slavernij, dwangarbeid en andere terreur?

    Doorbraak-activisten in een Flyer van 13-9-2018 (door mij benadrukt).

Hiermee wordt een nationale collectieve nationale schuld verondersteld, die voorbijgaat aan de realiteit van de kapitalistische klassenmaatschappij, zowel vroeger als nu. Voor de ontwikkeling van het klassebewustzijn op het niveau van de grote massa’s arbeiders, is niet kennis van de geschiedenis maar de hedendaagse werkelijkheid van de klassentegenstellingen en met name van de arbeidersstrijd van doorslaggevende betekenis. In haar strijd voor de eigen klassebelangen verandert de arbeidersklasse de maatschappij en met name zichzelf van een onderdrukte en uitgebuite klasse in een revolutionaire klasse die de toekomst van de mensheid in zich draagt.

Slechts omwille van de volledigheid wijs ik er hier op dat de Gouden Eeuw slechts bestond voor een kleine toplaag van kooplieden, de heersende regenten in de grote steden van Holland en Zeeland, en niet voor het overgrote deel van de bevolking, het beginnende proletariaat. Een enorme onderlaag leefde van de bedeling, bijeengedreven in armenhuizen, bij het minste of geringste onderworpen aan dwangarbeid in het rasphuis. Wanneer door de Franse Revolutie duidelijk werd dat het ‘plebs’ tot oproer in staat was, stuurde de bourgeoisie massa’s paupers naar de veenkoloniën om daar dwangarbeid te verrichten in een toestand die dichtbij de slavernij stond. Steeds meer ‘witte Nederlanders’ ontdekken door archiefonderzoek dat hun voorouders naar de veenkoloniën zijn gestuurd. En familiegeschiedenissen waarin gedwongen uit huis plaatsing voorkomt, gaan soms terug tot in de jaren 1970 en 1980. Vooral bij de kolonisering van Indonesië (de Oost) en de West begint het racisme enorme vormen aan te nemen, tegelijk met een verdeling van de onderworpen in minder en meer bevoorrechten (met name halfbloeden, soms leden van bepaalde ethnische groepen). De Hollandse Marxistische School, met name Herman Gorter, bestreed dit kolonialistisch racisme als belemmering van de arbeidersstrijd en ontwikkelde een theorie van de arbeidersaristocratie die in ruil voor enkele kruimels van de koloniale winsten hun klassegenoten aan het kapitaal verkochten.

Discriminatie is een probleem van de arbeidersklasse. Maar wat gebeurt wanneer anti-racisme niet uitgaat van het standpunt van de arbeiders als uitgebuite en onderdrukte klasse? Dan blijft het deel uitmaken van de burgerlijke ideologie van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Dan versterkt het juist de tendens naar nationalisme en discriminatie. Laat me dit nader verklaren.

Discriminatie naar huidskleur, land van herkomst, godsdienst of levensbeschouwing, geslacht, seksuele voorkeur komen voor in alle uitbuitersmaatschappijen uit het verleden die een verdeling kenden in bezittende en bezitsloze klassen. Het kapitalisme is evengoed een klassenmaatschappij en het heeft herhaaldelijk bewezen dat het – ondanks zijn fraai klinkende idealen zoals ’gelijkheid van alle burgers’ en ‘mensenrechten’ – geen einde maakt aan deze aloude vormen van discriminatie. Integendeel, zowel waar het democratische kapitalisme de formele gelijkheid voor de wet verkondigt, waar het openlijk zijn diktatoriale aard vertoont, drijft het kapitalisme allerlei vormen van discriminatie nog verder op de spits. Dat komt met name duidelijk naar voren in tijden van economische crisis en van oorlog, zoals nu. Daarbij verdelen zowel allerlei vormen van discriminatie, als het zich daartegen beroepen op formele rechten de arbeidersklasse in machteloze groepen naar huidskleur, geslacht, seksuele voorkeur, geloof, naast die in bedrijfstakken, in werkenden en werklozen, naar opleidingsniveau, enz. Dat is dus precies de ontwikkeling die heeft geleid tot tot de huidige machteloosheid van de versplintering in machteloze en met elkaar concurrerende individuen.

‘Tegen Zwarte Piet’ en het multiculti-kamp

Dat is exact de reden waarom met name multinationals en hun neoliberale aanhangers van D’66 tot PvdA en FNV, hun de mond vol hebben van diversiteit, kosmopolitisme, van de multiculturele samenleving en de formele gelijkheid van burgers. De ‘wereldburgers’-campagne van de FNV past naadloos in deze politiek van inkadering. Arbeiders krijgen aangepraat dat ze geen proletariërs zijn maar staatsburgers in een wereldwijd opererende economie. Deze multinationale en multiculturele beschermheren kanaliseren de ontevredenheid van de gediscrimineerden in de richting van belangengroepen die met name proletariërs ketenen aan hun ‘eigen’ kleine of grote burgerij. ‘Eigen’ wordt dan niet bepaald door de klassewerkelijkheid van het loonafhankelijk zijn. Arbeiders zien zichzelf niet op de eerste plaats als leden van de arbeidersklasse. Ze laten zich een gekleurde, of islamitische, of welke andere ‘identiteit’ dan ook, opdringen door de burgerlijke ideologie.

Black Lives Matter in de Verenigde Staten is het voorbeeld dat school heeft gemaakt bij de PvdA, FNV en hun trotskistische aanhangsels met hun linkse identiteitspolitiek (zie b.v. Jorein Versteege). De kleinburgerlijke carrièremakers van Black Lives Matter binnen de Democratische Partij surfen op de golf demonstraties van proletariërs, zowel ‘zwart’ als ‘wit’ en ‘latino’, in arme wijken tegen het politieoptreden dat Obama en Democratische burgemeesters tegen hen heeft ontketend onder het voorwendsel van ‘de strijd tegen drugs’. Het doel is overduidelijk: de armen in deze wijken weer vastketenen aan de Burgerrechtenbeweging en de Democratische Partij. Op deze manier wordt gepoogd om wat begon als het proletarisch verzet tegen discriminatie om te keren in een beweging die de onderdrukten bindt aan hun ‘eigen’ onderdrukkers.

Dat daarbij die arbeiders die zich hebben laten inpalmen door de tegenovergestelde kant van het burgerlijk-politieke spectrum (Trump, Wilders, ‘Blokker-Friezen’ – let wel: Friezen) worden gezien als de hoofdvijand, maakt de verdeling van de arbeidersklasse compleet. De verschillende actiegroepen ‘tegen Zwarte Piet’ passen prima binnen het multiculti-kamp van de genoemde verdeel-en-heers politiek, met het beroep op het recht op demonstratie – de ene groep binnen de kaders van de wet, de andere daar buiten – het aanspannen van rechtszaken en klagen bij het Europees Hof van de Rechten van de mens en bij organen van de Verenigde Naties.

‘Voor Zwarte Piet’ en het kamp van de traditie en de reactionaire utopie

Maar wie kanaliseren de onvrede met de door neoliberale regeringspolitiek aangewakkerde concurrentie op delen van de arbeidsmarkt. B.v. in de bouw door de komst van Oost-Europese arbeiders. Niemand heeft er op gewezen dat er slechts één manier is om concurrentie met migranten tegen te gaan: onderlinge solidariteit in strijd tegen de bazen. Dat veronderstelt een oriëntatie op klassenstrijd die ‘links’ en de vakbeweging al lang totaal vreemd is. Wie neemt het zogenaamd op voor de slachtoffers van het verplaatsen van arbeidsplaatsen naar Azië, het wegbezuinigen van voorzieningen en het pesten van werklozen? Het kapitaal – niet gebonden aan enige ‘politiek correctheid’ – kan dat niet overlaten aan de zelfde multiculturalisten die overduidelijk het neoliberale beleid hebben gesteund. Kleinburgerlijke middenstanders en de meest achtergebleven delen van de arbeidersklasse weten immers al lang wie hun concurrenten zijn: de ‘anderen’, de nieuwkomers, de migranten (al dan niet inclusief de derde generatie), met hun andere huidskleur, geloof en wat al niet. Voor alle duidelijkheid, ik zie niet alleen onder ‘witte’ of laaggeschoolde arbeiders een uiterst laag klassenbewustzijn, maar evengoed onder gekleurde, geschoolde of migratie-arbeiders.

Het zijn de populisten van rechts (van De Telegraaf tot Geen Stijl en van de VVD via Wilders tot wit-Identitairen), en niet te vergeten de populisten van links (SP, Die Linke in Duitsland) die om het hardst schreeuwen tegen immigratie, voor gedwongen terugkeer van steeds meer groepen, respectievelijk tegen economische vluchtelingen en voor ‘opvang’ (in ware concentratiekampen) in Afrika. In dit milieu passen de actiegroepen ‘voor Zwarte Piet’. Ongeacht of het linkse of rechtse populisten betreft, en de mate waarin ze vreemdelingenhaat omarmen en bevorderen, treffen we op sociaal-economisch vlak zowel neoliberale, als neokeynesiaanse of sociaal-demokratische programma’s aan en alles daar tussenin. Ook hier treffen we kleinburgerlijke politici en ondernemers aan als leiders, b.v. Jenny Douwes, het blonde brein achter de ‘blokkeerfriezen’.

Terwijl de neoliberalen – met steeds meer moeite – de huidige zegeningen verdedigen van de wereldhandel, de internationale arbeidsverdeling en b.v. de Europese Unie, gaan de populisten van links en rechts mee in een binnen de arbeidersklasse (en de kleinburgerij) breed gedragen terugverlangen naar de Gouden Jaren van de heropbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog en de welvaart die in de jaren 1970 werd afgedwongen door arbeidersstrijd. Hierbij past perfect de ‘identitaire’ verheerlijking – om een hedendaagse term te gebruiken – van de Vaderlandse Arbeider, die met zijn eeltige knuisten het raderwerk draaiende houdt, een mythe die werd opgeklopt door uiteenlopende stromingen als het sociaal-democratisch reformisme, het stalinisme en het nationaal-socialisme. Deze reactionaire utopie is de manier waarop met name oudere arbeiders reageren op de neoliberale politiek.

De toekomst

Het kapitaal heeft inderdaad – ook in zijn neo-keynesiaanse variant – geen welvaart meer in het vooruitzicht. Niemand anders neemt het op voor de arbeiders; we kunnen alleen vertrouwen op eigen kracht, op zelforganisatie, op klassebewustzijn, op groeiende eenheid in de arbeidersstrijd. Het enige vooruitzicht is de omverwerping van dit systeem dat steeds verder wegzakt in economische crisis en imperialistische oorlogen. De omverwerping van het kapitalisme, deze oorlog van de internationale arbeidersklasse tegen het wereldkapitaal, begint in het klein. In de kleine alledaagse oorlog wordt beslist over solidariteit of verdeeldheid binnen de arbeidersklasse, binnen de gezinnen, onder vrienden, op de werkplek, in de buurt. Wie hebben dezelfde belangen? Wie valt ons aan, en waar kunnen we zoeken naar solidariteit? In die kleine oorlog zijn ze allebei belemmerend, zowel het beroep op tradities uit een voorbij kleinburgerlijk of boerenverleden, als dat op een formele gelijkheid, en een burgerlijke democratie die slechts het kapitaal beschermt. Wat in het belang is van de arbeidersklasse, en wat niet, lijkt me niet moeilijk uit te leggen voor wie ziet dat we in een klassenmaatschappij leven. Dus misschien kan je op die manier het gesprek  nog eens aangaan.

Fredo Corvo, 17 november 2018

 

Over aanverwante onderwerpen:

Advertenties
‘Voor’ en ‘tegen Zwarte Piet’: het huidige proletariaat bestaat niet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s