Een nieuwe boerenoorlog?

trekkers

De massale protesten van boeren die op dinsdag 1 oktober op duizenden trekkers naar Den Haag reden, en die onderweg de grootste files ooit veroorzaakten, hebben alom geleid tot verbazing. Terwijl de klimaatprotesten de regerenden smeken – desnoods huilen – om alsjeblieft maatregelen te nemen om de vernietiging van het milieu tegen te gaan, stellen de boeren eisen aan de regering en ontwikkelen ze kracht. Is dit misschien een voorbeeld voor de strijd tegen de afbraak van voorzieningen, het verzwaren van de werkdruk en meer algemeen voor het ongedaan maken van de enorme achteruitgang van de levens- en arbeidsomstandigheden van het overgrote deel van de bevolking dat afhankelijk is van werk of uitkering?

Niet smeken maar eisen afdwingen

De heersende machten, en de enorme kapitaalsconcentraties die zij dienen, zijn niet gevoelig voor smeekbeden. Pas wanneer ze zien dat ze de steun van de bevolking verliezen en dat daarmee hun macht en privileges in gevaar komen, zullen ze tijdelijk toegeven aan de terechte verlangens in de maatschappij. Het boerenprotest heeft op meerdere vlakken een voorbeeldige druk op regering ontwikkeld. Op de eerste plaats hebben de boeren sympathie van de bevolking gewonnen door als producenten van voedsel hun productieve bijdrage aan de maatschappij naar voren te brengen. Alle werkenden in andere bedrijfstakken kunnen zich daarmee identificeren, van ouderenzorg tot industrie, van schoonmaak tot kantoor, van detailhandel tot bank en verzekering, van gezondheidszorg tot onderwijs. Zij scheppen de welvaart, maar wat zien ze daarvan terug? Wie strijken de winsten op die in de maatschappelijke arbeid worden geproduceerd? De boeren hebben op de tweede plaats hun isolement, ieder voor zich op zijn grond, doorbroken en ze hebben zich verenigd tot één doelgerichte kracht. Ze zijn de straat opgegaan om hun gezamenlijke eis te stellen. Dit in contrast tot de verdelingen van de arbeidersstrijd naar sector en beroep, naar soorten arbeidscontract (vaste medewerkers, oproep- en uitzendkrachten) die de vakbonden al tientallen jaren opleggen en die de arbeidersklasse machteloos hebben gemaakt tegen ontslagen en loonsverlagingen. Tot slot waren er in het boerenprotest vele voorbeelden waarin boeren door spontane acties de pogingen van de landbouworganisaties – en van de politie – hebben doorbroken om het aantal trekkers naar Den Haag en op het Malieveld te beperken. Op dezelfde manier is het mogelijk dat actievoerende arbeiders de belemmeringen doorbreken die de vakbond opwerpt om de strijd te beperken tot een sector, een bedrijf of een soort contract.

De boeren als klasse

De boeren hebben zich, zonder zich daarvan bewust te zijn, gemanifesteerd als één klasse, op basis van eenzelfde gemeenschappelijke sociaal-economische positie in de maatschappij, namelijk als klasse van landbezittende zelfwerkzame boeren, waarbij de ‘hereboeren’, de grote grondbezitters met landarbeiders in loondienst in de minderheid zijn. De loonafhankelijken en uitkeringsgerechtigden buiten de agrarische sector vormen evengoed een klasse, of ze zich daarvan bewust zijn of niet, de arbeidersklasse die staat tegenover het kapitaal, deze anonieme macht die heerst door de economische wetmatigheden van concurrentie, van de jacht naar winst ten koste van de arbeid, van vernietiging van de natuur, van concentratie van rijkdom tegenover armoede, van op- en neergaande conjunctuur, van crisis, recessie, handelsoorlogen en imperialistische oorlogen. Het gemeenschappelijke kenmerk van de arbeiders, dat maakt dat zij hun onderlinge concurrentie moeten opheffen om hun levensbelangen te verdedigen, is het gebrek aan productiemiddelen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien zodat zij afhankelijk zijn van loonarbeid of een ellendige uitkering. De boeren beschikken daarentegen over het bezit van de grond die ze bewerken tot gewassen of waarop ze vee houden.

In de meeste gevallen is de grond in feite het eigendom van het bankkapitaal dat massaal hypotheekleningen heeft verstrekt en net als via andere leningen zich de arbeid van de boeren gedeeltelijk toeëigent. De meeste boeren zijn op nog verschillende andere manieren totaal afhankelijk geworden van het grootkapitaal. De arbeid van de boeren maakt deel uit van de maatschappelijke arbeid die alle rijkdom produceert, maar ze worden misschien nog erger uitgebuit dan de arbeidersklasse. Terwijl het grootkapitaal de concurrentie op de markten voor zichzelf heeft opgeheven door concentratie van het kleinbedrijf tot groot-bedrijf en zelfs tot multinationale bedrijven, overheerst in de agrarische sector een veelvoud van elkaar beconcurrerende kleinbedrijven. De afzetmarkten van gewassen, vlees, melk en eieren worden beheerst door het grootwinkelbedrijf, de zuivel- en vleesbedrijven, zuivel-‘coöperaties’, graanhandelaren en andere grote opkopers. Op de inkoopmarkt nemen leveranciers van industriële producten zoals trekkers en machines, stallen, kunstmest, veevoer, bestrijdingsmiddelen, zaaigoed een dominante positie in1. De politiek van de staat, de EU en internationale handelsverdragen in het belang van hetzelfde grootkapitaal zijn gericht op goedkoop voedsel voor werkenden en uitkeringsgerechtigden. Goedkoop ten koste van de gezondheid van de boeren zelf, van consumenten, van dieren en ten koste van de natuurlijke omgeving van de mens.

De politiek van goedkoop voedsel

Goedkoop voedsel is onverbrekelijk verbonden met het voortbestaan van de kapitalistische klassenmaatschappij. In het belang van het kapitaal houdt goedkoop voedsel de lonen en uitkeringen laag en de winsten overeenkomstig hoog. Uiteraard schuift het kapitaal via de massamedia de nadelige gevolgen van deze politiek van goedkoop voedsel af op de ‘consumenten’ die niet meer zouden willen betalen voor gezond voedsel en vooral op de boeren. Daarbij gaan de media er aan voorbij dat op de arbeidsmarkt onder druk van de ondernemers de lonen zijn verlaagd en aan de werkelijkheid van de in- en verkoopmarkten waardoor de boeren nauwelijks keuze hebben voor een productie die gezonder is voor henzelf, hun dieren, de grond en natuurlijk de bevolking die zij van voedsel voorzien. De voorzichtige pogingen tot vermindering van de milieudruk, de verbetering van dierenwelzijn en de kwaliteit van voedsel die boeren in samenwerking met de agrarische wetenschap en industrie ondernemen, zullen pas op grote schaal toegepast kunnen worden als het bedrijfsleven door de arbeidersklasse uit de klauwen van het kapitaal gerukt wordt en de productie in plaats van op winst gericht wordt op het bevredigen van maatschappelijke behoeften. De geschiedenis van boerenopstanden toont echter aan dat de boeren op zichzelf gesteld niet in staat zijn om een dergelijk perspectief, dat van een socialistische of communistische maatschappij, te openen.

De beperkingen van boerenprotesten en een perspectief

De strijd van boeren kent een aantal beperkingen die met zich mee brengen dat zij op zichzelf gesteld hun eisen niet kunnen realiseren.

Boeren strijden alleen voor het behoud van werk en van de zeggenschap over hun eigen werk binnen de agrarische sector. Het productiemiddel bij uitstek is de grond die zij bezitten, ook al is de bank – ‘coöperatief’ zoals de Rabobank of niet – via hypotheekleningen de daadwerkelijke eigenaar. De boeren kunnen, versplinterd als ze zijn in talloze kleinbedrijven, hun onderlinge concurrentie niet opheffen om van het grootkapitaal voordelen af te dwingen. Pogingen daartoe via het oprichten coöperatieve bedrijven zoals banken, veilingen, verwerkende bedrijven en inkoopverenigingen zijn alle gestuit op de onverbiddelijke wetmatigheden van het kapitalisme.

Daarom zoeken de boeren toevlucht tot de burgerlijke staat, die immers diepgaand ingrijpt in hun bedrijfsvoering, maar die tegelijkertijd de democratische illusie probeert te handhaven dat zij als agrariërs via ‘hun eigen’ landbouworganisaties en als burgers via parlementaire politieke partijen en verkiezingen het beleid van de staat kunnen beïnvloeden. Het vertrouwen in de politiek is bij de boeren net als bij de arbeiders zwaar aangetast, maar zolang er geen alternatief is voor de burgerlijke staat van het grootkapitaal, blijft het bij smeekbeden richting ‘politiek’ zoals in de milieuprotesten, of eisen en krachtsontwikkeling zoals nu in het boerenprotest. De regering en de burgerlijke politieke partijen spelen de boeren en hun sector uit tegen andere sectoren zoals de petrochemie, staal en bouw, tegenover de ‘burgers’ in de vorm van afwenteling van kosten via belastingen en bezuinigingen op voorzieningen die in de afgelopen decennia steeds meer de arbeidersklasse treffen.

Nieuwe ultrarechtse partijen zoals de PVV en FvD die zich nog niet door deelname aan de regering hebben ontmaskerd, spelen handig in op nationalistische sentimenten en conservatieve en zelfs reactionaire onderbuikgevoelens tegen minderheden en milieuactivisten die ook onder boeren aanwezig zijn. Zoals altijd vullen links-identitaire politiek (b.v. anti Zwarte Piet) en rechts-identitaire politiek (vreemdelingenhaat) elkaar ook hier perfect aan en versterken elkaar. Er werd op en rond het Malieveld driftig met Nederlandse vlaggen gezwaaid en Wilders liet zich toejuichen.

Moeten we strijden voor het veilig stellen van de voedselproductie in eigen land, zoals in de protesten naar voren kwam? Nederland kan als klein en hoogontwikkeld kapitalistisch land geen drie dagen op zichzelf bestaan. De agrarische sector levert het grootse deel van de export van Nederland. De Nederlandse landbouw kan in de behoefte aan voedsel van de hele wereldbevolking voorzien (als die dat zou kunnen betalen)2. De arbeidsverdeling tussen landen is door het kapitalisme tot in het krankzinnige doorgedreven, ten koste van gezondheid en milieu. Onder andere de politiek van goedkoop voedsel heeft daartoe geleid. Nu dreigt voor de agrarische sector in Nederland (en andere EU-landen) een ommezwaai door het Mercosur handelsverdrag. Hierdoor zullen goedkope agrarische producten uit vier Zuid-Amerikaanse landen, Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, de Europese markt overspoelen3. Dat betekent dat een sterk ingekrompen agrarische productie in ‘eigen land’ voldoende zal zijn om de voedselvoorziening in Nederland veilig te stellen. De leuze voor het veilig stellen van de voedselproductie in eigen land speelt dus alleen maar het Mercosur handelsverdrag in de kaart, waarop D66 het voorstel baseerde om de Nederlandse landbouw te halveren. Daarnaast, onder oudere Nederlanders roept deze leuze herinneringen op aan de Hongerwinter van 1944/1945 toen sommige boeren uit winstbejag veel te hoge prijzen vroegen voor het voedsel.

Op zich gesteld hebben de boeren geen ander perspectief dan met gewelddadige blokkade-acties zoals geregeld in Frankrijk plaatsvinden, aandacht te vragen van de burgerlijke politiek. Het voorstel om Schiphol te blokkeren gaat in die richting. Als kleinburgerlijke klasse zijn de boeren niet in staat om de macht van de staat en het grootkapitaal te breken. Alleen al om die reden kunnen ze ook geen historisch alternatief voor de kapitalistische productiewijze naar voren te brengen. Alleen de arbeidersklasse is daartoe in staat.

Perspectieven voor de arbeidersstrijd

Niet omdat ze betere mensen zouden zijn, maar omdat arbeiders een andere positie innemen in de maatschappij, kunnen ze in de strijd voor hun klassebelangen wel een perspectief bieden. Op de dag van de boerenprotesten werd door ziekenhuizen in het noorden het verlies van 500 arbeidsplaatsen aangekondigd. De komende tijden zullen aanleidingen te over bieden die de arbeidersstrijd kunnen doen ontbranden. Economen, topmanagers en politici vrezen de terugkeer van de open economische crisis die in 2008 begon met de instorting van de beurzen. Daarom horen we praatjes van de regering, de vakbonden en politieke partijen dat verhoging van lonen noodzakelijk zijn nu het bedrijfsleven weer winst maakt. Daarom worden allerlei maatregelen voorgesteld in zwaar aangetaste sectoren zoals onderwijs, ouderen-, jeugd- en gezondheidszorg, “nu het geld tegen de plinten klotst” (Rutte). Het blijft uiteraard vooral bij woorden. Woorden die wanneer de crisis komt, bedrijven in de rode cijfers komen en de begrotingstekorten van de staat oplopen, ertoe dienen om binnen dezelfde kapitalistische logica bezuinigingen op sociale voorzieningen, massa-ontslagen en verlaging van lonen, uitkeringen en pensioenen te rechtvaardigen.

Wanneer de arbeiders niet nog eens – en nu een veel diepere – achteruitgang van hun levensomstandigheden willen aanvaarden, dan zullen ze verder moeten gaan dan acties beperkt tot een sector, tot een beroepsgroep, dan zullen ze alle verdelingen waarmee het kapitalisme hen klein houdt te boven moeten komen door het stellen van eisen die een maximale uitbreiding van de strijd mogelijk maken. De arbeiders, werkend of werkloos, in vaste dienst of met onzekere en kleine arbeidscontracten, geheel of gedeeltelijk werkloos, gepensioneerden, scholieren en studenten die zich nu al bewust zijn van deze noodzaak van een massale en verenigde strijd als één arbeidersklasse voor eigen klassebelangen, kunnen zich als minderheid groeperen tot actiecomités die oproepen tot uitbreiding van de strijd.

Een dergelijke strijd gevoerd door arbeiders in alle sectoren van het bedrijfsleven, georganiseerd door massavergaderingen in de bedrijven en op straat, met zelf gekozen en altijd herroepbare vertegenwoordigers, zal ook de kracht kunnen ontwikkelen om de burgerlijke staat te weerstaan die zal proberen een dergelijke beweging neer te slaan. Als radencommunisten weten we dat het onvermijdelijk is dat in die situatie de arbeidersraden alle macht aan zich trekken, het bedrijfsleven in handen van de werkenden komt en de productie wordt gericht op het vervullen van maatschappelijke behoeften. Dan zullen de boeren zich massaal kunnen aansluiten bij de grote maatschappelijke omwenteling die dan mogelijk wordt. Wie dit nu al begrijpt, roepen we op zich aan te sluiten bij Arbeidersstemmen.

F.C., 3-10-2019

Noten

1 Zie ‘verder lezen’ onderaan deze tekst voor een nadere analyse van het agrarische vraagstuk vanuit radencommunistisch standpunt.

 

Verder lezen

  1. Wat de arbeiderklasse is en wat ze kan zijn.
  2. De GIC en de economie van de overgangsperiode. Een inleiding.
Een nieuwe boerenoorlog?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s