Over het karakter en de functie van de vakbonden sinds 1914

Reële lonen (1760 = 100) en jaarlijkse arbeidstijd

Dat de heersende klasse bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de vakbonden definitief in haar systeem heeft kunnen integreren en hen tot haar meest vurige verdedigers tegenover de revolutionaire verlangens van het proletariaat heeft gesteld, blijkt uit een aantal objectieve feiten (vakbondsleiders werden zelfs ministers vanwege hun diensten aan de bourgeoisie). Het nu geïnstitutionaliseerde karakter van de vakbonden staat wat ons betreft onomstotelijk vast.

Maar om deze functie van Trojaans paard binnen het proletariaat (eisen houden binnen de kapitalistische legaliteit en de beperking daarvan) effectief en concreet te kunnen vervullen, was de bourgeoisie hen iets verschuldigd en ze gaf hen wat kruimels door hen een rol als onderhandelaars namens de werknemers toe te kennen. Dit kwam overeen met een verplichting voor de heersende klasse om de mogelijke ontwikkeling van een nieuwe revolutionaire golf te voorkomen, die vergelijkbaar was met die op het einde van de Eerste Wereldoorlog. Door de omvang van de sociale bewegingen van de arbeidersklasse, door haar vermogen om een einde aan het wereldconflict op te leggen en zelfs om tussen 1917 en 1923 op vele plaatsen de macht over te nemen, slaagde de arbeidersklasse er inderdaad in om de angst van kamp te doen veranderen. Toen de arbeidersklasse eenmaal voldoende talrijk en geconcentreerd was, oefende ze in feite een potentiële of feitelijke druk uit op het kapitaal. Het is dit vermogen en de druk van de massa van de loontrekkenden in de 20e eeuw die de heersende klasse dwong haar binnen de kapitalistische legaliteit te houden door haar protesten af te leiden naar slechts op eisen gerichte doelstellingen of in de richting van doodlopende straatjes, enz.

En wie kan het vervullen van deze rol beter waarborgen dan de oude organisaties waarin de arbeidersbeweging haar vertrouwen had gesteld?! Zij werden belast waren met het inkapselen van de sociale bewegingen. Het is deze rol als onderhandelaars van de werknemers, een rol die voortaan is geïnstitutionaliseerd, die de vakbonden in staat heeft gesteld het vertrouwen van de loontrekkenden te winnen en tegelijkertijd het behoud van de sociale conflicten binnen het kader van het kapitalisme te waarborgen.

Vanwege de materiële kracht die uit deze rol voortvloeit hebben de vakbonden hun invloed kunnen doen gelden en de arbeidersklasse binnen het kapitalistische systeem kunnen opsluiten. Met andere woorden, omdat [het behalen van] reële loonsverhogingen, arbeidstijdverkortingen en sociale verbeteringen is overgedragen aan de krachten van links, hebben de vakbonden hun greep op de arbeidersklasse weten te verankeren.

Dit is de materiële basis om te begrijpen waarom deze laatste hen is blijven vertrouwen, ondanks hun geïnstitutionaliseerde karakter en hun rol als hoeders van de sociale orde binnen het kader van het kapitalisme.

De stellingen van de IKS zijn daarentegen niet in staat om dit te verklaren zonder in een idealistisch schema te vervallen, dat wil zeggen een verklaring uitsluitend door de invloed van ideologie en misleiding. Als het objectief gezien niet meer mogelijk zou zijn om na 1914 werkelijke en duurzame hervormingen te verkrijgen en de enige rol van de vakbonden zou zijn om de strijd van de arbeiders te saboteren en/of te verslaan, hoe kan dan worden verklaard dat het proletariaat hen nog steeds zijn vertrouwen geeft? Er zijn dan drie verklaringen mogelijk:

1. Ofwel is de arbeidersklasse zo dom en masochistisch dat ze een eeuw lang haar vertrouwen stelt in organen die haar niets wezenlijks zouden brengen en haar voortdurend naar een nederlaag in haar strijd zouden leiden. Dit is een betreurenswaardige constatering, maar ze is stilzwijgend aanwezig in de ‘verklaring’ van de IKS.

2. Of, zoals de IKS beweert, zou de ‘welvaart’ van het kapitalisme vóór 1914 de macht van de bourgeoisie een materiële basis en een mogelijkheid voor vakbonden hebben gegeven om aan te dringen op echte en duurzame hervormingen voor de klasse, terwijl dit alles dan zou verdwijnen omdat het kapitalisme ‘in verval’ zou verkeren “in een crisis van permanente overproductie”, dat “het enige dat het vandaag de dag over de wereld kan verspreiden, absolute menselijke ellende is” en “dat het niet langer in staat is om hervormingen en verbeteringen ten gunste van de arbeidersklasse toe te staan”. In deze context van ‘verval’ is de macht van de vakbonden binnen de arbeidersklasse  dus uitsluitend gebaseerd op de ideologische en mystificerende krachten van de laatsten [???], en dan vervalt men tot het zuiverste idealisme.

3. Of we zoeken een materialistische verklaring voor deze paradox, dat de arbeidersklasse wereldwijd nog steeds vertrouwt op de krachten van ‘links’, ondanks hun anti-arbeidersrol. Materieel is dit alleen mogelijk dankzij de concessies die via deze ‘linkse’ apparaten in de korte 20e eeuw zijn gedaan (een vervijfvoudiging van de reële lonen en een bijna halvering van de arbeidstijd). Het is dankzij deze economische, sociale en politieke verworvenheden dat de arbeidersklasse op belangrijke momenten in haar strijd bedrogen, opgesloten en verslagen kon worden. Met andere woorden, het contrarevolutionaire karakter en de rol van de krachten van ‘links’ kunnen worden verklaard door materiële redenen en niet door uitsluitend de invloed van hun ideologieën. Zeker, zoals elk geïnstitutionaliseerd orgaan ontwikkelen de linkse partijen en de vakbonden een misleidend ideologisch geheel dat is gericht op de arbeidersklasse, maar dit alleen kan niet volstaan om hun invloed in de klasse te verklaren. Deze invloed vindt zijn oorsprong in een materiële realiteit, namelijk de hervormingen die aan de werknemers zijn toegekend. Alleen deze materiële basis kan de ideologische kracht van links en de vakbonden verklaren, een kracht die des te groter is omdat deze materiële en politieke verworvenheden na 1914 veel belangrijker waren dan voorheen, zoals we zojuist hebben gezien.*)

Bovendien, naast de idealistische fundamenten ervan, leiden de ‘verklaringen’ van de IKS voor het contrarevolutionaire karakter van de krachten van de [burgerlijke] linkerzijde tot enorme onzin. Als de toestand van de arbeidersklasse werkelijk geen verbeteringen had gekend gedurende een eeuw van ‘verval’ zoals zij beweert, dan hadden de werknemers, gezien alle aanvallen die zij sinds het einde van de glorieuze dertig jaren [1945-1975] hebben ondergaan, moeten terugkeren naar een staat van armoede waarin zij zich in het begin van de 19e eeuw bevonden. Maar je hoeft geen statistiekliefhebber te zijn om te weten dat dit volstrekt onjuist is, want ondanks alle aanvallen die zij heeft moeten doorstaan, bevindt de huidige arbeidersklasse zich nog steeds in een materiële situatie die onvergelijkbaar superieur is aan die van het begin van de 20e eeuw.

In feite verspreidt de IKS, ondanks haar terugkerende uitspraken over de noodzaak om de capaciteiten van de arbeidersklasse historisch te vertrouwen, in werkelijkheid een enorm wantrouwen ten opzichte van haar. Hoe kan men inderdaad vertrouwen op een klasse die bijna een eeuw lang systematisch haar ergste beulen heeft geloofd, zonder dat hiervoor enige materiële basis aanwezig was, dat wil zeggen door de loutere ‘deugd’ van hun boosaardige ideologische spreuken? Iedereen met gezond verstand zal logischerwijs concluderen dat een dergelijke sociale klasse niet in staat is om deze mystificaties te ontmaskeren, aangezien zij daartoe al een eeuw lang niet in staat is geweest, waarvan meer dan de helft is doorgebracht in economische crisis, onophoudelijke aanvallen en sabotage door de krachten van ‘links’.

Door de meest elementaire materiële realiteiten van deze wereld te negeren, met name wat betreft de situatie van de arbeidersklasse, is het de IKS die hier hier in feite de rol van bedrieger speelt: ze doet alsof ze de meest consequente verdediger van de onmiddellijke en historische belangen van het proletariaat is, terwijl dat niet zo is! In feite is het slechts een kleine groep die leeft in de etherische wereld van haar idealistische petities: ze vertegenwoordigt de idealistische pool binnen de Communistische Linkerzijde.

C.Mcl., 14 augustus 2019.

*) Hier niet vertaald fragment, dat overeenkomt met De klassenstrijd van 1760 tot de Russische revolutie.

Bovenstaande test maakt deel uit van Has Capitalism entered its Decadence since 1914?, verschenen in A Free Retriever’s Digest. Oospronkelijk verschenen als Les impostures du CCI (Courant Communiste International).

Meer lezen:

Over het karakter en de functie van de vakbonden sinds 1914

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s