Interimperialistische oorlog en het veronderstelde ‘Verval van het Kapitalisme’

Een commentaar op C.Mcl. ‘Is het kapitalisme sinds 1914 in verval?’*)

De auteur van dit (en ander) werk in uitvoering heeft zich tot taak gesteld de standpunten van de IKS met de werkelijkheid te confronteren. Daarmee draagt hij bij aan een noodzakelijke herziening van de heldhaftige poging van de IKS om de historische bijdragen van de Italiaanse, Duits-Nederlandse en andere communistische Linkerzijdes tot een geheel te maken. Ik kan alleen maar bevestigen dat dit werk dringend noodzakelijk is.

Helaas doet hij dat in een deels zelfgekozen isolement van andere kameraden en van het werk van het analyseren van de huidige realiteit, het innemen van een standpunt en het bijdragen aan de eigenlijke klassestrijd, zelfs met de huidige beperkte mogelijkheden. Hij heeft dit dubbele isolement verdedigd met een verwijzing naar Lenin die zich uit het leven van zijn partij terugtrok om Materialisme en Empiriocriticisme te schrijven; een uitzonderlijk slecht voorbeeld, en op geen enkele manier een rechtvaardiging voor C.Mcl.’s terugtrekking, die nu zo’n vijf jaar heeft geduurd. Helaas beginnen de gevaren van dit isolement van de klassenstrijd duidelijk te worden wanneer zijn laatste publicaties het schrikbeeld negeren van de veralgemening van de interimperialistische oorlogen die het proletariaat achtervolgen, van het Midden-Oosten tot Indochina, en van de Kaukasus tot Libië.

Toen de Communistische Internationale, na de inspanningen van vooral Lenin en Luxemburg om de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog te begrijpen, verklaarde: “De tegenstrijdigheden van het kapitalistische wereldsysteem die diep in het systeem verborgen zaten, zijn in één grote explosie – de grote imperialistische wereldoorlog – met enorme kracht uitgebarsten” (Manifest van de Comintern), werd dit door velen op een mechanistische manier begrepen als het einde van de kapitalistische productiewijze, omdat het kapitalisme niet in staat zou zijn zichzelf te herstellen. De nationale kapitalen die het meest hadden geleden onder de oorlog – Duitsland, Hongarije, Italië en Rusland – stortten volledig in, en zo ook hun staatsmacht, gevolgd door opstanden en revoluties van de arbeiders en grotere delen van een hongerige en oorlogsmoede bevolking. In Duitsland leidde dit ertoe dat de KAPD een ‘doodscrisis van het kapitalisme’ theoretiseerde op basis van de theorie van Luxemburg van de extra-kapitalistische markten. Deze theorie vond enig bewijs in de rampzalige situatie van de Duitse economie, maar werd tegengesproken door de naoorlogse hausse van de kapitalen die de oorlog hadden gewonnen. In zijn Amerikaanse ballingschap werkte Paul Mattick in volle Depressie een theorie uit die gebaseerd was op de tendentiële daling van de winstvoet. Beide theorieën konden min of meer terechte argumenten aanvoeren dat de wereldoorlog het gevolg was van bepaalde economische tegenstellingen van het kapitalisme. 

Het is de onbetwistbare verdienste van C.Mcl. om te hebben aangetoond dat zowel de theorie van Luxemburg als die van Mattick/Grossman één-factor-verklaringen waren terwijl Marx in elk van zijn analyses van verschillende recessies een andere factor als hoofdoorzaak onderstreepte en dat alle factoren met elkaar in verband staan (Een marxistische analyse van de komende crisis). Hieraan gekoppeld toonde C.Mcl. de realiteit van productieve ordes van het kapitalisme als bepalend voor het voortbestaan van het kapitalisme. In zijn streven om de IKS-versie van de theorie van het verval van het kapitalisme te weerleggen, moest hij echter het lange termijn gezichtspunt van ‘voor’ en ‘na 1914’ volgen. Daarmee lijkt de kwestie van de oorlog, die essentieel is voor de verschillende theorieën over verval, verloren te zijn gegaan.

Laten we eerst eens kijken naar de theorie van het verval zoals de IKS die ziet. Is het waar dat het kapitalisme zich, zoals alle productiewijzen ervoor, ontwikkelt volgens een curve met opkomst, top en ondergang? Voor zover ik weet, hebben Marx en Engels nooit zoiets gezegd. Wat ze wel hebben gezegd is dat het communisme, in tegenstelling tot de productieverhoudingen in het verleden, geen uitbuiting en onderdrukking zal kennen en dat het proletariaat als uitgebuite klasse geen economische macht zal hebben om zijn politieke strijd op te baseren, zoals de bourgeoisie dat had kunnen doen. Daarom benadrukt Marx in zijn Eerste ontwerp van de Burgeroorlog in Frankrijk dat de Commune – deze uiteindelijk ontdekte vorm van proletarische dictatuur – slechts een vorm is waarin de bevrijding van de arbeid zal plaatsvinden door de invoering van een proletarische economie. Dit is natuurlijk volstrekt onaanvaardbaar voor de ‘Leninisten/Trotskisten’ in de IKS, en hen die er zijn uitgeschopt, want dan zouden ze Marx van Stalinisme moeten beschuldigen.

Wanneer het kapitalisme niet wordt overwonnen door de proletarische revolutie, zal het doorgaan met het vinden van nieuwe wegen (“productieve ordes” in de woorden van C.Mcl.) en door een herverdeling van de wereld tussen de imperialistische machten (interimperialistische oorlogen) en de daaruit volgende herverdeling van de meerwaarde die het heeft afgeperst van het proletariaat. Daarom is het belangrijk om de economische en demografische cijfers niet te analyseren van voor en na 1914, maar ook volgens de ‘werkelijke ontwikkeling’ van kapitaal en arbeid: crisis, oorlog, wederopbouw, crisis. Tot slot, voor welke analyse dan ook die voor elke generatie proletariërs in elke regio van de wereld kan verklaren wat ze in hun leven meemaken en wat de klassenkrachten van hun situatie zijn, zijn meer details nodig dan een overzicht van 250 jaar industrieel kapitalisme in de wereld of dat van GB/UK. Laatste gebeurtenissen kunnen symptomatisch zijn voor de ontwikkelingen op het Europese Vasteland, of zelfs in Noord-Amerika. In dit opzicht heeft C.Mcl. goed werk verricht. Maar het wereldproletariaat opgevat als de enorme massa’s die hun middelen van bestaan hebben verloren zonder werk te vinden in het kapitalisme, van Irak tot Chili en van Pennsylvania tot Zuid-Afrika, kan niet tevreden zijn met een analyse die zich concentreert rond de oude industriële centra van het wereldkapitalisme. En evenmin zullen de werkloze mijnwerkers en staalarbeiders in de VS niet tevreden zijn met de stelling dat er geen netto verlies van banen is geweest door de verplaatsing van hun industrieën naar Azië.

F.C. 13-11-2020

*) Zie ook de vertaling van een deel van de conclusie: Over het karakter en de functie van de vakbonden sinds 1914.

Kommentaren graag op A Free Retriever’s Digest.


basisteksten marxisme – radencommunisme

– voor individuele zelfstudie, voor studie- en discussiegroepen –

Interimperialistische oorlog en het veronderstelde ‘Verval van het Kapitalisme’