Interimperialistische oorlog en het veronderstelde ‘verval van het kapitalisme’ – antwoord van C.Mcl.

We plaatsen hier een vertaling van het antwoord van C.Mcl. In een voetnoot maakt F.C. een opmerking over de manier waarop deze Pannekoek interpreteert, een interpretatie met verstrekkende consequenties.

Wij hebben het volgende antwoord van de auteur op de drie voorgaande opmerkingen [van Link, F.C in het Nederlands op deze site, Link] ontvangen:
(15 november 2020)

Bedankt voor het kritisch lezen van mijn bijdragen. Ze zijn welkom. Hier volgen enkele korte opmerkingen om enkele onderwerpen te verduidelijken. Ik hoop dat mijn gebrekkige Engels niet nog meer misverstanden veroorzaakt.

Mijn kritische bijdrage begint met het opnieuw bevestigen van de relevantie van de marxistische begrippen opkomst en achterhaaldheid voor het begrijpen van de ontwikkeling van de productiewijzen. Wat ik ter discussie stel is de diagnose van de achterhaaldheid van het kapitalisme vanaf 1914.

Deze diagnose vormde de samenvatting van de meest coherente analyse van het kapitalisme in die tijd en moest worden verdedigd in de historische context van de twee wereldoorlogen. Meer nog, zoals Link schrijft, kon deze analyse nog verdedigd worden tot de jaren 1960 en zelfs 1970 (maar alleen voor bepaalde elementen van deze theorie). Een halve eeuw later, blijkt het vasthouden aan deze analyse een ontkenning van de werkelijkheid.

Ik ben het dus ook met Link eens als hij schrijft dat “Luxemburg, Lenin, Boecharin en anderen denk ik toe te juichen zijn voor hun inspanningen aan het begin van de 20e eeuw om te begrijpen hoe het kapitalisme in die tijd veranderde. Achteraf gezien kunnen we zeggen dat ze allemaal een aantal dingen goed en een aantal dingen fout hebben gedaan”. Al deze revolutionairen brachten inderdaad essentiële verduidelijkingen aan het licht over het functioneren van het kapitalisme. Een nieuwe samenhangende en betere samenvatting moet worden ontwikkeld op basis van een aantal van hun verschillende bijdragen.

Persoonlijk ben ik het eens met de vooruitziende blik van Pannekoek in 1945, die de intrede van de achterhaaldheid van het kapitalisme situeert op het moment dat dit laatste China en India (en meer in het algemeen het Aziatische continent) in zijn dynamiek van accumulatie zal hebben opgenomen:

“Maar de aarde is rond, de wereld van de mensen is begrensd. Dit inzicht, die de toekomst van het kapitalisme vier eeuwen geleden begeleidde, bezegelt nu zijn naderend einde. Want daardoor stoot het kapitalisme tegen zijn grenzen, die zijn verdere ontplooiing verhinderen. Of liever, want het is geen plotseling einde, deze ontplooiing steeds verder belemmeren. Zijn eenmaal de vele honderdmiljoenen, die de vruchtbare riviervlakten van Oost- en Zuid- Azië bevolken, in de kring van het kapitalisme getrokken, dan is zijn belangrijkste taak volbracht. Dan blijven er niet zo grote volkenmassa’s meer over, waarop een voortgaande uitbreiding van het kapitalisme zou kunnen steunen. En het doelmatig exploiteren van de nog overblijvende woeste landgebieden eist een zo hoog georganiseerde samenwerking van een zijn eigen lot bewust beheersend mensdom, dat daar voor de rauwe avonturiersmethoden van het kapitaal – die in alle werelddelen de vruchtbaarheid van de aarde bezig zijn te vernietigen – geen terrein van werkzaamheid meer overblijft. Dan gaat de ontwikkeling haperen, dan komt de stilstand, de industriële crisis, de werkloosheid als een sluimerende ziekte. Dan tracht elke kapitalistengroep zich tegen de anderen te handhaven, dan wordt de onderlinge strijd feller, ook in de vorm van nieuwe wereldoorlogen. [Daarin tracht elk van de strijdende machten, met onproductieve vernietiging van de overmaat van onbruikbaar kapitaal, ten koste van de anderen alleenheerser over de wereldmarkt en de rijkdommen van de wereld te worden. (Uitgelaten fragment in de Engelse vertaling waarop M.Mcl. zich baseert)]

Een onbepaald voortduren van kapitalistische uitbreiding, die een verdere levensmogelijkheid voor de bevolking zou geven, is dus uitgesloten. En de druk van depressie, van werkeloosheid, van oorlog moet telkens en voortdurend sterker worden. Zouden de arbeiders ook al niet te voren herhaaldelijk in actie zijn gekomen, zo zullen ze dan moeten opstaan en tot verzet komen. Dan moeten ze kiezen tussen daadloos te gronde gaan of strijden voor hun leven en toekomst. Dan zullen ze moeten aanpakken en hun taak aanvaarden, uit deze ondergaande chaos een betere wereld te scheppen.” 1)

Ik denk dat we vandaag de dag dit door Pannekoek beschreven proces beleven: het kapitalisme gaat langzaam zijn periode van achterhaaldheid in met het begin van de afname van de economische groei in China sinds 2013 en de opkomst van een nieuwe imperialistische tweedeling tussen dit land en de Verenigde Staten, een tweedeling die het gevaar van een derde wereldoorlog inhoudt als het proletariaat er niet in slaagt om de gewapende vleugel van de bourgeoisie tegen te houden. Ik ben het daarom eens met Fredocorvo over de algemene betekenis van zijn opmerkingen over de imperialistische oorlogen in het kapitalisme. Ik heb het hier nog niet over gehad, dat is de schaduwzijde van het presenteren van een ‘work in progress’.

Het feit dat we de diagnose van achterhaaldheid in 1914 verwerpen, betekent niet dat we het concept van achterhaaldheid verwerpen. Het is ook niet omdat we de diagnose van veroudering in 1914 verwerpen, dat we ontkennen dat de Eerste Wereldoorlog een belangrijke fase in het leven van het kapitalisme vertegenwoordigde. Ik ben het dus met Link eens als hij schrijft “… het punt is dat er een belangrijke verandering in de ontwikkeling van het kapitalisme heeft plaatsgevonden”.

Bovendien heeft deze belangrijke stap fundamentele politieke implicaties. Ik ben het dan ook eens met de politieke standpunten die door communistisch linkerzijde worden verdedigd, maar deze standpunten hoeven niet te worden verdedigd met het idee van “verval in 1914”! Ik stel dat de standpunten van de communistische linkerzijde tegenstrijdig en onhoudbaar worden met de theorie van het “verval in 1914”. Ze moeten worden uitgelegd op basis van een samenhangende analyse van de ontwikkeling van het werkelijke kapitalisme en niet op basis van een idealistisch schema: dat is het hele punt van mijn werk over 250 jaar kapitalisme. Bovendien hebben veel historische of actuele groepen van de communistische linkerzijde de theorie van het “verval in 1914” niet nodig om de lessen van deze politieke stroming te verdedigen. De theorie van het “verval in 1914” is een obstakel voor een goed begrip van de wereld en van de historische en directe belangen van de arbeidersklasse. Ik heb dit aangetoond in de ontwikkeling van het kapitalisme (hoofdstuk 1) en in de ontwikkeling van de omstandigheden van de arbeidersklasse (hoofdstuk 2), ik heb het onlangs ook aangetoond in de nationale kwestie (hoofdstuk 3, voorlopig alleen in het Frans).

Tot slot ben ik het eens met de passages van Grossman en Marx die door Link worden aangehaald … maar ze tonen geenszins het “verval in 1914” aan, aangezien Grossman schrijft dat “de accumulatie in een versneld tempo verloopt” en dat Marx schrijft dat “een groot kapitaal met een kleine winst sneller accumuleert dan een klein kapitaal met een grote winstvoet “. “Versneld tempo” en “accumuleert sneller”, als woorden een betekenis hebben, is dit heel anders dan “… een rem op de groei van de productiekrachten…” (Link) !!!!

Marx heeft zijn hele leven lang statistische gegevens gezocht en die met veel zorg verzameld. In zijn boeken begroet en bedankt hij vaak de auteurs die interessante statistieken hebben gepubliceerd. Hij verdedigde en eiste de noodzaak van officiële statistieken. Hij die de hoop koesterde zijn grote werk in de vorm van [wiskundige] vergelijkingen en grafieken te kunnen weergeven, zou blij zijn geweest met de historische databank van de Bank of England: “Ik heb Moore [de vertaler van het Manifest in het Engels], een probleem voorgelegd waarmee ik mij al lang bezighoudt …. je kent de tabellen waarin de prijzen, de discontovoeten, enz. staan vermeld, met de schommelingen die zij gedurende het jaar ondergaan, weergegeven door op en neer gaande lijnen. Ik heb meermalen geprobeerd om deze hoogte- en dieptepunten te berekenen – om de crises te analyseren – als een analyse van deze onregelmatige curves, en ik geloofde dat het mogelijk was, (en ik geloof nog steeds dat het mogelijk is om met behulp van met de nodige zorgvuldigheid uitgekozen documentatie) de elementaire wetmatigheden van de crises mathematisch vast te stellen). Moore denkt dat het op dit moment onmogelijk is, en ik heb besloten om het voorlopig op te geven…” (Brief van Marx aan Engels van 31 mei 1873). Ik nodig Link uit om naar de bron van de gegevens te gaan en hij zal merken dat dit het opmerkelijk werk is van de beste economische historici en dat het onderwerp is geweest van talrijke wetenschappelijke publicaties. Marx zou blij zijn geweest als hij over dergelijke statistieken had kunnen beschikken om zijn grote werk Het Kapitaal empirisch te kunnen onderbouwen. Deze statistieken stellen ons immers in staat om de redenering van Marx op lange termijn empirisch te toetsen, aangezien ze teruggaan tot 1760, of zelfs nog verder voor een aantal daarvan.

Wat betreft je vraag over de representativiteit van GB: die is legitiem, maar ik ben nog geen tegenstrijdige gegevens uit andere landen tegengekomen. Zo is de waargenomen trend in Frankrijk vanaf 1895 tot nu dezelfde : hier is de bron (het percentage van de meerwaarde wordt in deze grafiek “margin rate” genoemd). In Spanje daalt het percentage van de meerwaarde van 1954 tot 1980 en stijgt het vervolgens, maar overschrijdt het niet het niveau van 1954 (de bron is hier)! In de Verenigde Staten schommelt de meerwaarde een halve eeuw, tussen 1951 en 2001, rond de index 100, enz.

Persoonlijk zou ik op mijn hoede zijn voor organisaties (de IKS is daar een voorbeeld van) die zogenaamde ‘waarheden’ verkondigen zonder enig empirisch bewijs te leveren, en wanneer cijfers in tegenspraak zijn met de beweringen van de IKS, dan brengt de IKS cijfers in diskrediet die hen hinderen! Dit is de ‘wetenschappelijke methode’ van de IKS, echte zwendel.

Wat betreft de taken die in de huidige periode aan de orde zijn, aangezien dit een ander onderwerp van discussie is, verwijs ik naar de tekst die ik over dit onderwerp heb geschreven: It’s midnight in the Communist Left.

C.Mcl.

Noot

1 P. Aartsz (Anton Pannekoek) “De arbeidersraden” Amsterdam 1946, blz. 81. Taal door FC gemoderniseerd. C.Mcl. gaat er aan voorbij dat Pannekoek in “De economische noodzakelijkheid van het imperialisme” deel V, p. 280. er van uitgaat dat het kapitalisme een einde kent wanneer het niet meer kan putten uit een industrieel reserveleger. Bijgevolg heeft C.Mcl dit niet onderzocht, terwijl er aanwijzingen zijn dat de van haar bestaansmiddelen onteigende bevolking die niet in het kapitalistisch productieproces kan worden opgenomen in bepaalde regio en mogelijk wereldwijd toeneemt, in plaats van afneemt. Zie voor een nadere uitleg in “Wanneer in China een vlinder met zijn vleugels klapt … – in plaats van een woord vooraf” in het boek met de gelijknamige titel, ISBN: 9789402153767 of op Controverses in de Engelse vertaling.

Bron: 4 thoughts on “Has Capitalism entered its Decadence since 1914?”

Vertaling, voetnoot en opmerkingen tussen vierkante haken: F.C.

Graag eventuele opmerkingen plaatsen op bovenstaande pagina van de site van A Free Retriever’s Digest.

Interimperialistische oorlog en het veronderstelde ‘verval van het kapitalisme’ – antwoord van C.Mcl.