Trotski en verstaatsing

Deel 14 van de eerste Nederlandse vertaling van Willy Huhn: Trotski – de mislukte Stalin

Wat is, gezien de feiten uit de eerste jaren van de bolsjewistische partijdictatuur, de betekenis van de definitie van een “arbeidersstaat”? Naar welke economische structuur verwijst ze?

III

Wanneer de Trotskistische oppositie in Rusland in haar oproep aan het VIe Congres van de Comintern (1928) nog steeds de stellige overtuiging verkondigt “dat de echte leider van de Sovjetmacht nog steeds het proletariaat is”, dan zegt dit niet veel, of liever gezegd, betekent het alleen dat het nog steeds de voorhoede is van de arbeidersklasse, d.w.z. de bolsjewistische partij, die aan het hoofd staat van de Sovjetmacht. Maar op de vraag naar de economische structuur van het socialisme die in Rusland zou worden opgebouwd, krijgen we van Trotski ten minste een aantal antwoorden die ons voldoende lijken voor het huidige doel. Hij spreekt op een gegeven moment over de “enorme voordelen” die “voortkomen uit de socialistische revolutie” en noemt als zodanig “de nationalisatie van de grond, de productiemiddelen, de banken en de centrale bestuursorganen”. Wat moeten we verstaan onder een nationalisatie van de centrale bestuursorganen? Toch niet de realisatie van het punt in het bolsjewistische partijprogramma, dat de verplichte opname van elk Sovjet-lid in een specifieke functie in het staatsbestuur aanbeveelt? In ieder geval zijn de “enorme voordelen” van de socialistische revolutie van 1917 op één punt geconcentreerd: de nationalisatie. Dus, toen Trotski en zijn volgelingen voor de Comintern beweerden dat

“ieder van onze volgelingen die het proletarische karakter van onze partij en staat en het socialistische karakter van de opbouw van de Sovjet-Unie ontkent, zal door ons meedogenloos worden tegengewerkt en uit onze gelederen worden verwijderd”,

dan moet dit betekenen dat het socialistische karakter van de economische opbouw in Rusland gegarandeerd wordt door nationalisatie, het proletarische karakter van de staat door de dictatuur van het proletariaat, en laatste door de dictatuur van de partij, die nog steeds geacht wordt de voorhoede van het proletariaat te zijn. Toch polemiseerde Trotski tegen MOLOTOV’s “theorie” dat men geen toenadering van de arbeider tot de staat en van de staat tot de arbeider kan eisen, omdat de staat op zich al een arbeidersstaat zou zijn. Dit zou [volgens Trotski] “de meest kwaadaardige bureaucratische formule zijn die men zich kan voorstellen”.1) Maar misschien trok Molotov alleen maar een ironische conclusie uit de aangehaalde Trotskistische stellingen?

Maar toen Stalin zijn stelling over de “opbouw van het socialisme in één land” proclameerde, beperkte Trotski de impact van de “socialistische revolutie” en het “socialistische karakter” van de Russische economische structuur aanzienlijk. Terwijl Stalin had beweerd dat het socialisme in Rusland al voor negen tiende gerealiseerd was (hier hield hij zich blijkbaar aan een uitspraak van Lenin), verklaarde Trotski na het VIe Comintern-congres ten aanzien van het Comintern Programma dat in plaats van deze leugen het Russische proletariaat zou moeten zeggen,

“dat we op dit moment (1928, Huhn), met ons niveau van economie en met onze van bestaansvoorwaarden en culturele omstandigheden, veel dichter bij een kapitalistische maatschappij staan, die bovendien nog een achterlijke en onbeschaafde kapitalistische maatschappij is, dan bij een socialistische maatschappij.”

Trotski bleef erbij dat het socialisme in Rusland alleen kon worden opgebouwd als het proletariaat de macht zou grijpen in de meer geavanceerde landen.2)

Ten slotte heeft Trotski zijn kritiek op het Stalinisme zodanig aangescherpt dat hij de overwinning van Stalin niet alleen als de triomf van de meer gematigde, conservatieve, bureaucratische en nationalistische tendensen heeft verklaard, maar zelfs als de “overwinning van de aanhangers van het privé-eigendom”.3) En dit brengt ons op een interessant punt. Trotski kan in feite zich een “ontaarding” alleen maar voorstellen als een terugontwikkeling, dus in de richting van het oude “klassieke” (liberale) kapitalisme dat gebaseerd is op privé-eigendom. Want voor hem is

“het Sovjetsysteem... vooral een nieuw systeem van economische of ‘eigendoms’-verhoudingen. Het is in wezen een kwestie van eigendom: van grond, banken, mijnen en spoorwegen.”

Als de particuliere eigendom van de productiemiddelen, de distributie- en de communicatiemiddelen zou worden hersteld, zouden we terugkeren naar het kapitalisme. Maar zolang de staat er eigenaar van blijft, bestaan er in Rusland nog steeds “socialistische” grondslagen. Op dit punt is er zelfs geen fundamenteel verschil met het Stalinisme; ook de Stalinisten pleiten voor de stelling “dat met de afschaffing van het privé-eigendom de hele piramide van het kapitalisme, en daarmee van de uitbuiting, ten val komt” 4) In Trotski’s geval gaan Étatisme [statisme] en socialisme dus nog steeds in elkaar over.

IV [Nationaal en internationaal Étatisme]

Trotski typeerde uiteindelijk de theorie van de opbouw van het socialisme in één land als “Stalinistisch nationaalsocialisme” 5) en vergeleek de diepte van de Stalinistische afwending de Marxistische opvatting van de opbouw van het socialisme met de houding van de Duitse sociaal-democratie tegenover oorlog en patriottisme in augustus 1914:

“Deze samenloop van standpunten is niet toevallig. De ‘fout’ van Stalin en de ‘fout’ van de Duitse sociaal-democratie betekenen: Nationaal-Socialisme.”

We geven Trotski dan ook graag toe dat hij geen nationaal-étatist was. Maar zelfs in zijn voorwoord bij de Duitse editie van zijn “Permanente Revolutie” van 29 maart 1930 zag hij nog “de kracht van de Sovjet economie … in de nationalisatie van de productiemiddelen en in de geplande aanwending ervan”.6) De planeconomie door de staat komt ook hier naar voren als het positieve fundament van de socialistische opbouw in Rusland.

Trotski is duidelijk vooral tegen de stelling van de opbouw van het socialisme in één land, omdat hem noch de economische noch de politieke autarkie die ermee gepaard gaat, aanstaat. Hij benadrukt de noodzaak om de economische wederopbouw van Rusland in het nauwste contact met de kapitalistische wereldeconomie uit te voeren en verwerpt de beperking van de Comintern tot een orgaan voor de verdediging van de Sovjet-Unie in de zin van een zuiver defensieve politiek tegen mogelijke interventies. Hij wijst verontwaardigd op de mening van VARGA dat de theorie van het socialisme in een land weliswaar onzinnig is, maar noodzakelijk is om de arbeiders op te beuren: “een pastoorsbedrog als redding”. Toen het tweede jaar van het eerste vijfjarenplan in Rusland publiekelijk werd gekarakteriseerd als een teken dat de Russische nationale economie al in de periode van het socialisme was beland, verzette Trotski zich opnieuw krachtig tegen de aldus vastgestelde stelling dat “het socialisme… is al gerealiseerd in zijn grondslagen”. Als men het huidige (1931) Sovjetleven, het dagelijks leven van de werkende massa’s, het niveau van de cultuur en de mate van analfabetisme die nog steeds bestaat, in ogenschouw neemt, dan zou men eerlijk moeten toegeven,

“dat de omstandigheden… van de overgrote meerderheid van de bevolking van het land voor 95% een erfenis zijn van het burgerlijk-tsaristische Rusland en nauwelijks 5% elementen van het socialisme bevatten”.

Zijn “conclusies” uit de toenmalige analyse van Rusland benadrukken dan ook dat men de kolchoses [collectieve boerderijen] op geen enkele wijze mag vereenzelvigen met het socialisme. De overgangseconomie in de huidige Sovjet-Unie, “die qua niveau dichter bij de tsaristisch-burgerlijke economie staat dan bij het geavanceerde kapitalisme”, mag ook niet als socialisme worden bestempeld. Tot slot riep hij vervolgens op tot de vernieuwing van de partij door de “dictatuur van het bureaucratisch apparaat” op te breken.7) En hier wringt natuurlijk de schoen. Dus de partij was niet langer de “voorhoede van het proletariaat”? En een bureaucratische dictatuur had dus de plaats ingenomen van de proletarische dictatuur? Maar wat was er dan geworden van de “arbeidersstaat”?

Wordt vervolgd

Bron: Willy Huhn, Trotzki – der gescheiterte Stalin, 1952.

Vertaling: F.C.

[Toevoegingen van de redactie]

NOTEN VAN DE AUTEUR

1 Leo D. Trotzki, „Die wirkliche Lage in Rußland“. a. a. O., p. 69, 84, 145 en 285.

2 Leo D. Trotzki, „Ein Programm der internationalen Revolution – oder das Programm des Sozialismus in einem Lande?“ in: „Die Aktion“, Herausgeber Franz Pfemfert, XVIII. Jhg., Doppelheft 10-12, Mitte Dezember 1928, p. 195.

3 Leo D. Trotzki, „Mein Kampf mit Stalin“, in: „Das Tagebuch“, X. Jhg., Heft 10, (9. März 1929), p. 381.

4 Zie het verslag van de lezing door de Russische majoor Sokolka, „Sozialismus oder Staatskapitalismus“ in: „Tägliche Rundschau“, Berlin, Nr. 122 vom 29. Mai 1947. Deze lezing was gericht tegen kameraad Franz Rotter, München (nu in Augsburg).

5 Leo D. Trotzki, „Aus meinem Leben“, Berlin 1929, p. 424.

6 Leo D. Trotzki, „Die permanente Revolution“, Berlin-Wilmersdorf 1930, p. 7, 13 en 15.

7 Leo D. Trotzki, „Erfolge des Sozialismus und Gefahren des Abenteurertums“ in: „Die Aktion“, XXI. Jhg., Heft 1/2, April 1931, p. 4, 6-7 en 15-16.

Trotski en verstaatsing

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s