Bolsjewisme als alternatief voor zelfgekozen onmacht?

Enkele gedachten bij “Was tun in Zeiten der Schwäche?”

In de revolutionaire jaren na de Eerste Wereldoorlog volgden de radencommunisten in Nederland met belangstelling de sociale, economische en politieke ontwikkelingen in het toen meest instabiele land van Europa, het grote buurland Duitsland. De radenbewegingen in beide landen waren nauw met elkaar verbonden door discussies en gezamenlijk organisatorisch werk. Nu is Duitsland in vergelijking met andere Europese staten, het meest stabiel, ook al blijft het niet onaangetast onder druk van allerlei ontwikkelingen. Deze ogenschijnlijke stabiliteit in Duitsland heerst ook in Nederland. Relatieve stabiliteit is blijkbaar niet bevorderlijk voor het bestaan van revolutionair gezinde minderheidsorganisaties. Het radencommunisme is zowel in Nederland als in Duitsland nog slechts een bron van inspiratie, en al lang geen levende beweging meer die in staat zou zijn op grond van actuele analyses een rol te spelen binnen de arbeidersstrijd.

Maar terwijl in het nederlandse taalgebied nog maar enkele radencommunistisch geïnspireerde individuen actief zijn, en dan nog uitsluitend op het Internet, bestaan in het duits meerdere websites van min of meer georganiseerde groepen met ook activiteiten ‘In Real Life’. Maar afgezien van incidentele acties, is van een effectieve deelname aan de arbeidersstrijd is ook in Duitsland geen sprake. Een recent discussieartikel(1) op het Duitse blog Communaut stelt het radencommunisme naast de ‘communisatie’-theorie van Endnotes(2) verantwoordelijk voor de treurige toestand van het milieu in Duitsland dat zich sociaal-revolutionair noemt, of ook wel anti-autoritair-communistisch. De huidige misère zou voornamelijk te wijten zijn aan volgende beginselen van het radencommunisme:

  • vertrouwen in de spontaniteit van de arbeidersmassa’s;
  • de noodzaak van de revolutionaire minderheid om in tijden van sociale rust te overwinteren in theoretische kringen;
  • de crisis van het kapitalisme vormt de gangmaker voor een communistische massabeweging;
  • de afwijzing van arbeiderspartijen en vakbonden als contrarevolutionaire instellingen.

Daar tegenover stelt het artikel de opbouw van een ‘oppositionele sociale basis’ binnen het ‘bestaande’, plus de opbouw van een politieke organisatie met een programma.

In grote lijnen kan ik het eens zijn met deze kritiek en het hierboven nog in uiterst vage bewoordingen geformuleerde alternatief. Maar de uitwerking van deze oplossingsrichting die het artikel voorstelt, het werken in vakbeweging, in ‘arbeiders’-partijen en de oprichting van een massapartij, lijkt me een terugval in het bolsjewisme(3). Daarentegen zal ik op deze plaats wijzen op enkele andere basisprincipes van het radencommunisme – overigens ook die van Marx en Engels – en de mogelijkheden tot organisatie van een revolutionaire minderheid die een bijdrage kan leveren aan de zelfstandige arbeidersstrijd.

Wat men in de jaren 1930 radencommunisme begon te noemen om zich af te grenzen van het partijcommunisme, was in werkelijkheid een uiterst diverse stroming, die in ieder geval ruimer was dan de tendens van haar naamgever, Otto Rühle. De kritiek op de partij en de vakbeweging beperkte zich niet tot aspecten van de organisatiestructuur, maar was grotendeels geënt op de ervaringen met de keuze van de sociaal-democratische massa-organisaties voor de vaderlandsverdediging in de Eerste Wereldoorlog en op een al dan niet juist begrip van een verandering van historische periode van het kapitalisme (imperialisme, doodscrisis). Daaruit volgden drie basisprincipes ten aanzien van de partij:

  1. Het communistische bewustzijn ontwikkelt zich pas in de revolutie – opgevat als langdurig proces – op massaschaal in de arbeidersklasse.
  2. De revolutionaire partij kan alleen bestaan als een (aanzienlijke) minderheid van bewuste revolutionairen.
  3. Deze partij kan zich niet in plaats stellen van deze massa’s, niet in de strijd voor en tijdens de greep van de macht, en ook niet na de verovering van de macht door de arbeidersmassa’s.

Ik verdedig dus hier een partijstandpunt zoals dat gehuldigd werd door onder andere de Berlijnse en Essense richting van de KAPD en in grote delen van de Unionsbeweging, door de Gruppe Internationale Kommunisten (Holland), door de Rote Kämpfer, door de Communistenbond ‘Spartacus’ in Nederland in en na WO2 (4). Het was aan deze pro-partij stroming binnen het radencommunisme ook min of meer duidelijk dat een revolutionaire partij (of Internationale) niet willekeurig kan worden opgericht, maar slechts in voorrevolutionaire omstandigheden, zoals die aanwezig waren in Duitsland 1918 onder invloed van de imperialistische oorlog, of die men voorzag in Nederland na WO2, of tijdens een langdurige recessie zoals die in de jaren 1920 in Duitsland, of tijdens de wereldwijde depressie na de Crash van 1929 waarvan men telkens een revolutionaire opleving verwachtte. Dat deze verwachtingen met achteraf-wijsheid onterecht waren, doet niets aan de juistheid van de historische voorwaarden voor de oprichting van een revolutionaire partij of Internationale. Een zich vreedzaam en voorspoedig ontwikkelend kapitalisme kan geen aanzet tot revolutie kan geven.

Vanaf het moment dat vrijwel alle uit de KAPD voortgekomen tendenzen zich ‘radencommunistisch’ noemen, zien we naast de coherente, maar eenzijdige en verkeerde verwerping van het partijbegrip door Rühle, bijvoorbeeld een Pannekoek die de ene keer voor en de andere keer tegen ‘de partij’ is. Er ontstaat echter een beter begrip voor de contante achter deze wisselvallige stellingname als we ons realiseren dat Pannekoek deze teksten schreef als stellingname in discussies van de radenbeweging. In de jaren dertig, vijftig en zestig zag Pannekoek (terecht) geen pre-revolutionaire situatie aanwezig achtte, terwijl hij op het einde en vlak na de Tweede Wereldoorlog wel kansen zag voor een revolutionaire heropleving, en dus ook voor ‘de nieuwe partij’. De constante bij Pannekoek, – en nog duidelijker bij de GIK(Holland) – is dat de revolutionaire minderheden in alle omstandigheden een propagandistische functie vervullen in het bestrijden van de burgerlijke ideologie. In openlijke arbeidersstrijd nemen ze daaraan deel zonder zich in de plaats te stellen van de arbeiders, in een revolutionaire heropleving ook als partij(en) van de meeste bewuste minderheid of -heden. De GIK (Holland) bleef in de jaren 1930 ook deelnemen aan de arbeidersstrijd toen deze teruggelopen was, terwijl zij erkende dat de contrarevolutie had overwonnen en de weg naar een Tweede Wereldoorlog open lag. Een slechts ‘theoretische’ activiteit wees zij af, ook al concentreerde zij zich op het trekken van de lessen uit de klassenstrijd in Rusland, Duitsland en Spanje.

Terzijde

  • De bolsjewistische opvattingen waren en zijn tegengesteld aan die van de radencommunisten. Lenin en Trotsky gingen er als bolsjewisten van uit dat het communistische bewustzijn niet in de arbeidersklasse ontstaat, maar onder ‘intellectuelen’. Laatste moesten via de partij de onbewuste klasse leiden door het hanteren van aansprekende maar soms ronduit misleidende leuzen, zoals alle macht aan de raden. Eenmaal aan de macht, werden de raden via de vakbonden van hun macht ontnomen en ondergeschikt gemaakt aan een staatskapitalistische opvatting naar reformistisch voorbeeld. Ter consolidering van de ‘Sowjet’-macht (lees: de regeringsmacht van de bolsjewistisch partij) eisten de bolsjewiki dat de bij de Comintern aangesloten communistische partijen buiten Rusland als massapartijen invloed zouden uitoefenen op hun regeringen ter behartiging van de belangen van de bolsjewistische staat. Waar mogelijk moets zij met het links-burgerlijke kamp ‘arbeiders’-regeringen en fronten te vormen en zo nodig een nationalistische toon aan te slaan. De ‘Vierde’ Internationale van Trotsky werd opgericht in een periode van neergang van de revolutionaire arbeidersbewegingen van na de Eerste Wereldoorlog, en verenigde alle bovengenoemde ‘tactieken’ in een ‘overgangsprogramma’ dat hem uiteindelijk weer aan het hoofd van de Russische staat moest brengen.(5) Dat dit ‘overgangsprogramma’ tegenwoordig door allerlei tendenzen binnen het Trotskisme wordt afgewezen, en ook door het artikel in Communaut6, verhindert niet dat zij zich van dezelfde tactieken bedienen

“Was tun in Zeiten der Schwäche?” stelt terecht:

“Een revolutionaire massapartij kan niet zomaar van de ene dag op de andere door alleen een wilsinspanning tevoorschijn worden getoverd. Onze bijdrage is dan ook geen onmiddellijk praktisch voorstel, maar heeft tot doel de noodzaak van een dergelijke partij te onderbouwen en haar te plaatsen als een strategische horizon van onze huidige praktijk.”

Daarbij valt op dat het artikel een massapartij voorstelt en zeker geen voorstander is van een partij van de meest bewuste arbeiders, dus van een minderheid van de arbeidersklasse. Het identificeert deze breed gedeelde opvatting van het radencommunisme met de

“Dit was het standpunt van de vroege radencommunisten, die niet pleitten voor de opbouw van een massapartij, maar voor de vorming van arbeidersraden als alternatief voor deze partijen. Volgens deze opvatting was er geen behoefte aan een revolutionaire partij, maar aan een revolutionaire klasse die de bijbehorende organen van de klassenmacht buiten de partij – de raden – in het leven moest roepen.”.

Hier schuift het artikel de anti-partij opvatting van Rühle naar voren, waar ik tegenover stel de partijstroming in de radenbeweging, die voorstander was van een minderheidspartij zoals de KAPD. Een partij in de zin van de georganiseerde minderheid van de meest bewuste en strijdbare arbeiders, die ook al is het een aanzienlijke minderheid die als deel van de arbeidersklasse – niet alleen door haar sociale samenstelling en haar aanwezigheid in de bedrijven (waarop de groep Angry Workers zich blind staart), maar ook en vooral door haar revolutionaire programma – werkelijke invloed kan hebben op de proletarische strijd en de besluitvorming in de raden. Echter zonder deze radenmacht te vervangen door partijmacht (bijvoorbeeld door haar leden in de raden stemgedrag voor te schrijven), door de macht van de vakbeweging, of door privé- of staatskapitalistische management van de bedrijven.

Het mogelijke gevaar dat een revolutionaire partij burokratiseert en de leiders over de leden heersen, willen de aanhangers van de massapartij bestrijden met ‘demokratische mechanismen’. Dat laat de vraag open hoe de minder bewuste of zelfs onbewuste massa’s die lid zijn van deze partij daarvan gebruik maken. Het zullen juist de politiek uitgesproken fracties van de partij zijn die de interne partijdemocratie gebruiken om de leden als stemvee te manipuleren voor hun eigen doeleinden. Tegenover dit soort organisatorische maatregelen stelde de Communistenbond ‘Spartacus’:

“zelfactiviteit van de leden, deze algemene scholing, dit bewust deelnemen aan de strijd van de arbeiders maakt ieder ontstaan van een partijbureaucratie onmogelijk. Langs organi­satorische weg zijn daarentegen geen afdoende maatregelen te vinden, wanneer deze eigen activiteit en deze scholing bij de leden zou ontbreken”. (Taak en Wezen van de Nieuwe Partij,1945)

Dezelfde ineffectiviteit geldt voor democratisering van de staat die ‘Was tun …” wil eisen:

de “politieke eisen tot democratisering en communalisering (…), waarvan de verwezenlijking de loontrekkende meerderheid in staat zou stellen daadwerkelijk politieke macht uit te oefenen en contrarevolutionaire aspiraties te verhinderen.”

Wat zien we hier anders dan een meer trendy formulering van Trotsky’s overgangsprogramma? Zelfs deelname aan verkiezingen wordt door deze ‘demokraten’ uitdrukkelijk niet uitgesloten, uiteraard in de vorm van het door de Comintern verdedigde ‘revolutionair parlementarisme’:

“Zo’n partij zou geen kiesvereniging zijn die loyaal is aan de staat, maar zou principieel oppositie moeten voeren tegen de heersende partijen en zou het parlementaire circus – als dat al het geval zou zijn – gebruiken als podium om de fundamentele kritiek op de burgerlijke maatschappijopbouw te laten horen en te verbinden met de strijd voor concrete hervormingen.”

De voorgestelde massapartij is ook voorbestemd om heersende regeringspartij te worden, waarbij het artikel niet eens de moeite neemt om dit Leninistisch machtsorgaan te verbergen achter het vijgenblad van een ‘radendemokratie’. De partij en zijn voorlopers worden immers in allerlei formuleringen en in toenemende mate voorgesteld als een machtsinstrument van de arbeidersklasse:

Met hun programma zijn de communisten “Verzamelplaats van verzet tegen het kapitaal”.

De communisten streven naar “Hegemonie” [volgens het duitse woordenboek Duden betekent dit vertaald naar het nederlands dominantie, leidende rol, superioriteit, suprematie]:

“Als zij [de communisten] hegemonie willen bereiken, moeten zij, als een georganiseerde kracht, de meerderheid van de loonafhankelijken winnen voor een communistisch programma.”

De raden hebben voor het artikel betekenis als instrumenten in handen van de partij:

“Mocht er een revolutionaire beweging met raden of soortgelijke machtsorganen van de klasse ontstaan, dan hangt het ervan af welk politiek programma – en dat betekent uiteindelijk: welke partij – in de arbeidersbeweging en dus in de raden en uiteindelijk in de maatschappij als geheel de overhand heeft en dus kan hopen op de actieve steun van de massa’s.”

Ja, zelfs als de massa’s (niet eens arbeidersmassa’s) volgens het artikel tot een niet nader omschreven ‘socialistisch bewustzijn’ komen, dan is het de partij en niet de klasse zelf die in haar geheel de belangen van de arbeidersklasse vertegenwoordigt en macht opbouwt:

“In het geval dat spontane ontevredenheid over enkele misstanden of zelfs een diffuus onbehagen over de huidige maatschappij mocht uitgroeien tot een socialistisch bewustzijn van de noodzaak deze omver te werpen, zijn onafhankelijke klassenorganisaties nodig om deze educatieve processen op een breed front te bevorderen, de belangen van de klasse te vertegenwoordigen en een tegenmacht op te bouwen tegen de heersende reactionaire krachten” (vetgedrukt door F.C.).

We hebben in het voorafgaande gezien dat “Was tun in Zeiten der Schwäche?” de anti-partij stroming binnen het radencommunisme, samengevat in een viertal opvattingen, verantwoordelijk acht voor het falen van het sozialrevolutionäre milieu in Duitsland om het stadium van losse kringen te boven te komen. Als alternatief stelt het artikel voor te werken in de richting van een massa-partij die de arbeidersklasse zou vertegenwoordigen en die door interne democratie en inzet voor democratisering en communalisering van de staat middels deelname aan de huidige parlementaire politiek een andere weg zou inslaan dan de sociaal-democratische en communistische partijen. Tenslotte heb ik gewezen op enkele uitspraken die wijzen op het gevaar dat een dergelijke massapartij in plaats van de massa van de arbeiders de politieke macht zal uitoefenen, en dus over hen zal heersen. Tegenover de anti-partij stroming binnen het radencommunisme waarop zowel vele Sozialrevolutionäreals het artikel zich fixeren, heb ik de partijstroming binnen het radencommunisme als een alternatief naar voren gebracht. De partij wordt hier gezien een organisatie van een minderheid van de meest bewuste en strijdbare arbeiders die in een heropleving van de proletarische strijd daaraan deelnemen om deze te orienteren op de revolutie en het communisme, zonder zich in plaats te stellen van de klasse. In een tweede deel van dit artikel zal ik uitgaande van eerder voorgestelde drie basisprincipes van de partij-stroming binnen het radencommunisme nader ingaan op de huidige mogelijkheden gesteld tegenover de voorstellen tot een minimum- en een maximumprogramma door “Was tun in Zeiten der Schwäche?”

F.C. 2-11-2021

(Vervolg)

Noten

1 Katja Wagner, Lukas Egger, Marco Hamann, Was tun in Zeiten der Schwäche? 16. Oktober 2021.

2 Ik laat de ‘communisatie’ hier voor wat zij waard is, een ideologisch ratjetoe ter verdediging van de belangen van ‘intellectuelen’, die er niets voor voelen om na de revolutie dezelfde gelijke rechten op consumptie te krijgen als arbeidersZie voor een overzicht van deze discussie in Duitsland: Some recent books on the period of transition. Veelbetekenend sluit het artikel ‘Was tun …” af met een oproep om een einde te maken aan de anti-statelijke opvatting van de Sozial-Revolutionären.

3 De tekst in Communaut bevat aanwijzingen dat het specifiek gaat om een minstens door het Trotskisme geïnspireerde benadering. Zo zou het radencommunisme zou zich in de strijd tegen het Stalinisme ontwikkeld hebben, terwijl het ging om een strijd tegen het Bolsjwisme als geheel, in 1920 vertegenwoordigd door Lenin en Trotski, lang voordat er sprake was van Stalinisme. Het veelvuldig gebruik van termen als bureaucratie, controle en democratie wijst ook op Trotskistische invloeden. Ik zal me verder in deze tekst echter beperken tot argumenten voor en tegen “Was tun in Zeiten der Schwäche?” Voor een kritische analyse van het Trotskisme vanuit radencommunistisch standpunt verwijs ik naar GIC, Trotski en het radencommunisme.

4 Zie Communistenbond ‘Spartacus’ Taak en Wezen van de Nieuwe Partij (1945).

5 GIC, Trotski en het radencommunisme.

6 Het artikel in Communaut wijst het overgangsprogramma in woorden af omdat niet duidelijk zou zijn hoe het perspectief van een socialistische maatschappij kan voortkomen uit de onmogelijkheid van het kapitalisme om aan de overgangseisen tegemoet te komen. De bedoeling van Trotsky, en eerder de Comintern, was echter dat de overgangseisen de communisten, later de Trotskisten, zou helpen om de ‘reformistische’ leiders van vakbonden en partijen te vervangen door henzelf.

Bolsjewisme als alternatief voor zelfgekozen onmacht?

Een gedachte over “Bolsjewisme als alternatief voor zelfgekozen onmacht?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s