De fatale mythe van de burgerlijke revolutie in Rusland (1/3)

Een kritiek op Wagners ‘Stellingen over het bolsjewisme’[1]

helmutwagnerhor
Helmut Wagner, vermoedelijk in 1948

De analyse van Wagner is niet zonder problemen. Om Wagners logica hangt een zweem van historische noodzaak of onvermijdelijkheid, die is ontleend aan de Marxistische opvattingen van de burgerlijke revoluties zoals deze zich voltrokken voordat het proletariaat was begonnen strijd te voeren voor zijn eigen klassebelangen. Dat roept vragen op naar de toch niet geheel passieve rol van het proletariaat in de revolutie in Rusland, naar de rol van de georganiseerde arbeidersbeweging, waarvan de bolsjewistische partij op zijn minst in schijn deel uitmaakte. Wagners analyse is ook vaak gebruikt om de bolsjewiki af te schilderen als doortrapte burgerlijke politici die er slechts op uit waren om de arbeidersstrijd te misbruiken voor hun eigen verborgen burgerlijke agenda. De in dit soort verhalen opgehangen redeneringen benaderen die van complottheorieën. Ze kunnen ook dienen voor het framen als ‘leninistisch’ van niet welgevallige standpunten.

De stellingen van Wagner over de revolutie in Rusland zijn later door anderen ook toegepast op wat dan de Chinese Revolutie wordt genoemd, en zelfs op de gebeurtenissen van 1936 in Spanje (zie verder over Brendel en de G.I.C.). in deze analyses verschenen het staatskapitalisme en de politieke veranderingen waaruit het voortkwam niet alleen als onvermijdelijk, maar zelfs als historische vooruitgang. Na de implosie van de Sovjet-Unie onder druk van onoplosbare economische problemen en het uiteenvallen van het Oostblok, is een dergelijke mechanische analyse die een historische noodzaak van burgerlijke revolutie centraal stelt, achterhaald.

Een analyse van de revolutie in Rusland dient een methode te hanteren die niet alleen de geschiedenis verklaart, maar waarmee ook de actualiteit waarin we leven in het licht verschijnt van een door mensen zelfgemaakte toekomst. Daartoe moet deze methode voldoen aan twee voorwaarden. Ze moet ten eerste de resultaten van een geschiedenis verklaren, die geenszins wijzen op historische vooruitgang. Op de tweede plaats moet deze analyse ruimte laten voor historische mogelijkheden die de arbeiders kunnen aangrijpen om een revolutie te voltrekken die een einde maakt aan uitbuiting en onderdrukking.

Wagners analyse achteraf, vanuit het resultaat. Maar welk resultaat?

Wagner spreekt in stelling 3 van een succesvolle uitvoering van de taken van het bolsjewisme. Vanzelfsprekend is het zinvol om een beweging vanuit haar resultaat te beoordelen. Maar rechtvaardigen de resultaten van de revolutie in Rusland het idee van de Stellingen dat daar een burgerlijke revolutie heeft plaatsgevonden?

In politiek opzicht heeft het bolsjewisme, niet alleen de plaats aan het hoofd van de staat van het tsarisme ingenomen, het heeft het tsarisme ook voortgezet met een nog verdere intensivering van het gebruik van zijn regeermethoden van de absolute machtsuitoefening en de terreur over de bevolking, met name door zijn geheime politie. In economisch opzicht valt het op dat het bolsjewisme aldus met verhevigde terreur geforceerd het despotische beleid van het tsarisme heeft voortgezet om aan de achterlijke, Aziatische landbouw een industriële ontwikkeling op te dringen (stelling 6). En met welk resultaat?

Met achteraf wijsheid kan tegen Wagner worden ingebracht – dat de industrialisering door de bolsjewiki niet alleen evengoed, maar zelfs beter dan die door het Tsarisme de imperialistische belangen van Rusland heeft gediend. De Tweede Wereldoorlog leverde Rusland – weliswaar ten koste van gigantische verwoestingen – de verovering, en gedeeltelijk een herovering, op van de Oost-Europese kleine staten waardoor Rusland aan zijn westelijke grens sinds het Verdrag van Brest-Litovsk in 1918 werd ingeklemd, plus het oosten van Duitsland, dat met de deling van Berlijn de voorlopige machteloosheid van Duitsland bekroonde. Het proletariaat en de boeren betaalden de ‘Rode terreur’, de ‘Oplossing van het Koelakken-vraagstuk’ en de ‘heldhaftige verdediging van Moedertje Rusland’ met miljoenen doden en verwoesting van de levens van hen die het overleefden; historici strijden nog over de juiste aantallen. Dat is het ware ‘resultaat’ van de revolutie die in 1917 begon als strijd tegen de imperialistische oorlog.

Marx heeft benadrukt dat de burgerlijke revoluties van zijn tijd, ook de mislukte zoals die van 1848, een vooruitgang betekenden van de ontwikkeling van de productiekrachten. Niet alleen in de beperkte betekenis die met name de Stalinisten hieraan geven, van vooruitgang van de techniek, of beter gezegd, de technische hulpmiddelen – uiteraard ten koste van leven en gezondheid van de arbeiders -, maar ook in de betekenis van vooruitgang van de organisatie van degenen die de machines bedienden, de arbeiders.

In dit kader is het van belang dat Marx en Engels in meerdere voorwoorden van Het Communistisch Manifest de betekenis onderstreepten van de na 1848 tot stand gekomen grootindustrie. Engels herinnerde bij de Italiaanse uitgave van 1893 er aan dat bij het mislukken van de burgerlijke revoluties van 1848 in Italië en Duitsland Marx er op had gewezen dat:

“dezelfde lieden die de revolutie van 1848 neergeslagen hadden, daarna tegen hun wil de uitvoerders van haar testament werden”.

En Engels schreef verder:

“Met de ontwikkeling van de grootindustrie in alle landen heeft het bourgeoisregime in de laatste 45 jaren overal een talrijk, vast aaneengesloten en sterk proletariaat doen ontstaan; op deze wijze produceerde het, om een uitdrukking van het ‘Manifest’ te gebruiken, zijn eigen doodgravers”. (Idem, blz. 36/37)

Het contrast met de boven geschetste ‘resultaten’ van de veronderstelde burgerlijke revolutie in Rusland, kan niet groter zijn. De revolutie ontwikkelde zich als een strijd tegen de gevolgen van de Russische deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Toen na de val van de Tsaar, de Voorlopige Regering met steun van mensjewieken en sociaal-revolutionairen de oorlog voortzette, waren de arbeiders gedwongen hun organisatie in de arbeidersraden te versterken, en wel zodanig dat zij de Commune van Parijs voorbijstreefden. De raden brachten de Voorlopige Regering ten val en maakten zo een einde aan de Russische oorlogsdeelname. Daarmee was hun rol volgens de partij van de bolsjewiki, waarin de arbeiders tot dan hun strijd hadden herkend, uitgespeeld. De raden werden ondergeschikt gemaakt aan de dictatuur van deze partij, de zelfgeschapen organen van hun emancipatie vernietigd en de arbeidersklasse in Rusland werd in de daaropvolgende terreur een klap toegebracht, die zij tot nu toe niet te boven is gekomen. Met de beste wil van de wereld kan men bij gebrek aan “een talrijk, vast aaneengesloten en sterk proletariaat” (Engels) in Rusland toch geen burgerlijke revolutie, of zelfs het mislukken daarvan, ontdekken.

Het is inderdaad de kwestie van de imperialistische oorlog die ons de revolutie in Rusland doet begrijpen. Al met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was het duidelijk aan de Marxisten die de arbeidersklasse trouw gebleven waren, dat een nieuwe periode in de ontwikkeling van het kapitalisme was aangebroken, die van het imperialisme, waarin oorlogen tussen de imperialistische grote en kleine staten op massale schaal dode en levende productiekrachten vernietigen. Wat deze revolutionaire communisten nog niet onmiddellijk begrepen, was dat de nieuwe periode van het imperialisme niet alleen het doel van de proletarische revolutie als noodzaak naderbij had gebracht, maar ook een verandering in de tactieken van de arbeidersbeweging, iets waarop Anton Pannekoek hamerde. ([2])

Met name onder invloed van het bolsjewisme dat, eenmaal aan de macht, zijn leuze van het recht op ‘zelfbeschikking van de naties’ omvormde tot het steunen van bepaalde nationale ‘bevrijdings’-bewegingen, heeft het lang geduurd voordat het besef doordrong dat deze bewegingen niet gelijk te stellen waren aan de progressieve burgerlijke revoluties van het verleden, maar in tegendeel even goed als regimes van reactionaire snit afhankelijk waren van aansluiting bij grotere imperialistische machten. Wanneer hier de burgerlijke revolutie wordt opgevat in historische zin, dus niet van willekeurige wisselingen van regime door fracties die zich tooien met socialistische leuzen, of van veranderingen die zich beperken tot het afkondigen formele burgerlijke vrijheden, het vertrek van een Tsaar, een Kaiser en zijn gevolg, dan is het duidelijk dat daarvan sinds het begin van de 20ste eeuw nergens ter wereld meer sprake is.

Wagner kon in 1933 ook niet de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog voor Rusland voorspellen. Zijn verdienste is dat hij heeft gewezen op de geopolitieke positie van Rusland tussen Azië en Europa (stellingen 4 e.v.) en de militaire noodzaak van de industrialisatie onder het Tsarisme (stelling 6). Wagner twijfelt zelf heel duidelijk aan de houdbaarheid van de economische successen die in zijn tijd werden toegeschreven aan het bolsjewisme wanneer hij in stelling 57 schrijft dat de Sovjet-staat “de economische problemen echter slechts (heeft) verergerd, tot het gevaar van de ontploffing van de economische tegenspraken. Het experiment van het bolsjewisme met de bureaucratische, door de staat geplande economie kan totaal niet worden omschreven als een definitief geslaagd succes. De grote internationale turbulenties die Rusland bedreigen, moeten de tegenstrijdigheden van zijn economisch systeem tot het ondraaglijke vergroten en kunnen de ineenstorting van het tot nu toe gigantische economische experiment enorm versnellen” . In stelling 59 spreekt Wagner daarentegen van het Russische staatskapitalisme als een “hoger type kapitalistische productie dan de grootste en meest geavanceerde landen vertonen. Misschien dat het ‘hoger type’ in sarcastische zin was bedoeld.

De grootste economische problemen deden zich voor in de enorme agrarische sector. Tijdens de zogenaamde collectivisering van de agrarische sector tussen 1928 and 1940 kwamen 7 tot 14 miljoen mensen om. [3] Niet alleen moeten we nu, decennia later, vaststellen dat terwijl Rusland onder het Tsarisme de grootste graanexporteur ter wereld was, het in de jaren voor de implosie de Sovjet-Unie tot grootste graanimporteur was geworden. [4] Inmiddels is er ook de ervaring met het ‘reëel bestaande socialisme’ in China. Keizer Mao liet alleen al in de periode 1959-1961 tussen de 20 en 43 miljoen mensen aan honger en te hard werken sterven. [5]

Tijdens de revolutie in 1917, en ook nog in 1933 toen Wagner’s Stellingen werden geschreven, was het onder Marxisten algemeen gebruikelijk om van de revolutie in Rusland te spreken als een geheel (of gedeeltelijk; daarover later meer) burgerlijke revolutie. Maar in de historische betekenis die dit begrip in het bij Marx en Engels heeft, kan van burgerlijke revolutie – gezien de resultaten, die volgens Wagner de doorslag geven – geen sprake zijn, ook al deden dit destijds allen die zich Marxist noemden, van Lenin tot Kautsky, van Trotsky tot Pannekoek, van Martov tot Luxemburg en van Bordiga tot Radek.

Was het schema van de burgerlijke revolutie van toepassing op Rusland?

Wagner was er – net als overigens de bolsjewiki – van overtuigd dat in 1917 de historische omstandigheden in Rusland rijp waren voor de burgerlijke revolutie. In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat deze veronderstelling twijfelachtig is gezien de resultaten van de revolutie in Rusland, vooral wanneer we deze zien binnen het kader van de periode van het imperialisme.

Het is opmerkelijk dat Marx in zijn briefwisseling van 1881 met Vera Sassulitsch heeft verklaard dat zijn theorie is ontleend aan de geschiedenis van West-Europa, en dat zij niet automatisch kan worden toegepast op Rusland. [6]. Marx was niet meer in staat zijn aantekeningen over de Russische obsjtsjina of mir in zijn uiteindelijke brief (na vele en uitvoerige concepten) te verwerken tot een samenhangend geheel. [7] In hun voorwoord bij de Russische uitgave van 1882 van het Communistisch Manifest wierpen Marx en Engels wel de vraag op:

“Kan “de Russische obsjtsjina, al is het dan een sterk ondermijnde vorm van de oeroude gemeenschappelijke grondeigendom, direct overgaan in de hogere vorm van de communistische gemeenschappelijke eigendom? Of moet ze, omgekeerd, eerst hetzelfde ontbindingsproces doormaken, dat de historische ontwikkeling van het Westen bepaalt?” [8]

Welke productiewijze bestond dan op het einde van de 19de eeuw in Rusland, wanneer ambacht, burgerlijke steden en zelfs feodaliteit ontbraken? Er waren toch wel lijfeigenen, uitgebuit door een erfelijke adel? Ja, op het eerste gezicht leek dit op het Europese feodalisme, maar Marx sprak wegens belangrijke verschillen van een Aziatische productiewijze. De landbouw was grotendeels zelfvoorzienend voor de boeren die gemeenschappelijk de grond bewerkten, die ook hun collectieve eigendom was. De Russische adel had slechts de functie om een deel van de oogst op te eisen voor eigen gebruik en voor afdracht aan de centrale Tsaristische staat. Dit stelsel van afpersing in natura is oorspronkelijk afkomstig van de Mongolen, in de tijd dat zij Rusland overheersten. De restanten van deze Aziatische productiewijze in de agrarische sector zijn enorm taai gebleken ten opzichte van het streven van de bolsjewiki deze af te schaffen, in Rusland onder Lenin, Trotsky en onder Stalin, in China onder Mao. In een volgend hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan.

In 1917 waren in de Russische maatschappij onder invloed van een door het de tsaristische staat met de hulp van buitenlands kapitaal bevorderde industrialisering grote veranderingen opgetreden ten opzicht van 1882. Van een directe overgang van de Russische zelfbeherende boerengemeenschap naar het socialisme, met overslaan van de verschrikkingen die een kapitalistisch tussenstadium het proletariaat zou brengen, kon geen sprake meer zijn. De zelfbeherende boerengemeenschap was inmiddels grotendeels verdwenen. De Russische sociaaldemocraten verwachtten alle een burgerlijke revolutie in Rusland, na welke de industrialisering en de omvorming van de achterlijke agrarische sector een grote vlucht zouden nemen. Merkwaardig genoeg leken zij zich daarbij nauwelijks rekenschap te geven van de restanten van de Aziatische productiewijze en de bijzonderheden van het politieke systeem van het Tsarisme. In meerdere van de stellingen van Wagner komt daarentegen het bijzondere van de Russische situatie naar voren. Desondanks houdt hij – net als de Russische sociaaldemocraten – vast aan een schematische opvatting van de ‘historische noodzaak’ van de burgerlijke revolutie in Rusland.

Binnen de sociaaldemocratie van alle landen was het onder invloed van Kautsky’s ‘orthodoxe’ Marxisme zeer gebruikelijk om te denken in termen van historische noodzakelijkheid. Waar Marx de rol van de menselijke activiteit en van hun ideeën benadrukte, met name op revolutionaire momenten, koos Kautsky voor de zekerheid van maatschappelijke en economische ‘wetmatigheden’. Anton Pannekoek schreef daarover:

“Daar de sociaaldemocratie niet tot daden opriep, maar omgekeerd tot afwachten aanspoorde, tot de materiële omstandigheden rijp zouden zijn, nam de theorie de vorm aan van een mechanisch verband tussen economische oorzaken en maatschappelijke omkeringen, waarbij de tussenschakel van de menselijke activiteit uit het gezicht verdween.” [9]

Toen hij deze woorden schreef, in 1919 – midden in de golf van revoluties van 1917 tot 1923 – stelde Pannekoek tegenover deze schematische opvatting een benadering waarin het bewustzijn en ideeën een belangrijke rol speelden:

”Het is bekend en niet toevallig, dat juist diegenen onder de theoretici die tot de woordvoerders van een nieuwe actievere tactiek behoorden, ook in de theorie de nadruk legden op de tussenschakel van de menselijke geest en zijn samenhang, passief en actief, ontvangend en inwerkend, met de maatschappij.” [10]

Met deze frisse blik, willen we kijken naar de revolutie in Rusland, en niet met de voorgefabriceerde stellingen van Wagner, ook al heeft de latere Pannekoek soortgelijke opvattingen verkondigd.

Ruim honderd jaar na de revolutie in Rusland zijn er ruimschoots aanwijzingen dat Wagner volkomen gelijk heeft wanneer hij als conclusie stelt dat deze revolutie en het optreden van de bolsjewiki daarin niet als voorbeeld kan dienen. Maar de reden is niet dat de revolutie van 1917 een burgerlijke revolutie was. Het is omdat de bolsjewiki dachten dat ze te maken hadden met een burgerlijke revolutie, en daarnaar probeerden te handelen in Marxistische zin, met rampzalige gevolgen. Wanneer we er van uitgaan, al is het maar in een gedachte-experiment, dat er in 1917 geen burgerlijke revolutie op de agenda van de geschiedenis stond, en deze ook niet plaatsvond, dan roept dat de vraag op naar de opvattingen van de bolsjewiki over hun rol, en hoe deze ‘revolutionaire’ ideeën geschiedenis hebben gemaakt. Maar juist op dit vlak van de bolsjewistische opvattingen is Wagner uiterst onvolledig omdat hij ervan uitgaat dat het niet belangrijk is wat Lenin bijvoorbeeld bij de oprichting van de Comintern, of eerder dacht (stelling 56). Omdat het denken, de theorie, medebepalend is voor het handelen van de revolutionairen, en daarmee hun slagen of falen, is een uitstapje nodig naar de theorie van de dubbele of permanente revolutie, waarin de internationale dimensie van de revolutie in Rusland naar voren komt, een aspect dat Wagner alleen behandelt vanuit zijn eigen veronderstellingen, en dus alleen vanuit het perspectief van één land, Rusland.

(Wordt vervolgd)


[1] Helmut Wagner, Stellingen over het bolsjewisme. Zie ook Biografie van Helmut Wagner, door Ph. Bourrinet, en Historische context van de “Stellingen over het bolsjewisme” volgens Wagner’s strijdmakkers.

[2] Zie “From the 2nd to the 3rd Internationale – Three articles by Anton Pannekoek“. The New Review, New York, 1914-1916.

[3] Wikipedia, Collectivization in the Soviet Union.

[4] J. R. Evenhuis, Misoogsten en misse doctrines in de Sovjet-Unie.

[5] Wikipedia, Great Chinese Famine.

[6] Marx an Sassulitsch, 8. März 1881.

[7] Adrian Zimmermann, Marx, die russische Revolution und ihre Folgen, S. 142/143.

[8] Marx/Engels, Het Communistisch Manifest, Pegasus, 2018 blz. 14.

[9] Pannekoek, Het historisch materialisme.

[10] Idem.


basisteksten
marxisme – radencommunisme

voor individuele zelfstudie, voor studie- en discussiegroepen 

De fatale mythe van de burgerlijke revolutie in Rusland (1/3)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s