Trotski als strateeg van de bolsjewistische staatsgreep

Deel 10 van de eerste Nederlandse vertaling van Willy Huhn: Trotski – de mislukte Stalin

VII.

We hebben gezien dat Trotski al vóór de bolsjewistische “staatsgreep” de macht van de partij boven de macht van de raden plaatste. Op dit punt was Trotski echter evenzeer een mensjewiek als een bolsjewiek, de suprematie van de partij of partijen over de raden is niet alleen ‘bolsjewistisch’, maar in het algemeen ‘sociaal-democratisch’.

Had Trotski niet tenminste na zijn val (1925) het gevaar van een partijdictatuur over het proletariaat moeten erkennen – ondanks zijn militaire vernietiging van de opstand van Kronstadt? Hij meldt immers zelf over zijn laatste gesprek met Lenin (eind 1923) dat hij met hem de krachten had gebundeld in een “strijd tegen de bureaucratisme van het leidende partij-instanties”, waarvan Stalin als algemeen secretaris de voorzitter was.1) En had hij niet in een vergadering van het Politburo Stalin in het gezicht gezegd dat hij kandidaat was voor het ambt van doodgraver van de partij? 2) Bovendien, had het XII-de congres van de partij al op instigatie van de oude bolsjewieken (vanwege zijn ernstige ziekte kon Lenin er niet meer aan deelnemen) een ​​resolutie aangenomen die duidelijk en ondubbelzinnig verklaarde (april 1923):

“Alle pogingen om de staat onafhankelijk te maken van de partij zijn contrarevolutionair; de feitelijke heerschappij en het leiderschap van het Sovjetapparaat en de economie van de staat moeten voor de partij verzekerd blijven.3)

Dat was nog voor het openlijk uitbreken van de strijd tussen Trotski en het driemanschap Kamenev-Zinoviev-Stalin, dat hem niet langer bij zijn besprekingen betrok en hem aldus geleidelijk uitschakelde (eind 1923).

Al deze ervaringen waren voor Trotski geen aanleiding om de bolsjewistische opvatting van de rol van de partij op te geven; op dit punt was hij inderdaad een bolsjewiek geworden, en dat bleef hij, zoals we verder zullen zien.

Trotski’s reeds genoemde boek: “1917. Die Lehren der Revolution” [In het Nederlandse vertaald als “Lessen van oktober“] gaf zoals bekend de directe aanleiding tot het uitbreken van het conflict met de oude bolsjewieken en daarmee de opmaat tot zijn val (1924). Maar wat de ‘oude garde’ daarin ergerde, was de demonstratie van hun deels remmende, deels negatieve houding ten aanzien van de kwestie van de machtsovername in oktober 1917, maar beslist niet de daarin ontwikkelde opvattingen van Trotski over het belang en de rol van de partij. Trotski kan zich, net als het Leninisme, de proletarische revolutie niet voorstellen zonder de partij; zonder haar is die er niet. Hij definieert het verschil tussen de burgerlijke en de proletarische revolutie als volgt:

“De proletarische revolutie verschilt juist daarin dat het proletariaat daarin niet alleen de drijvende kracht is, maar ook, door haar voorhoede, de leidende kracht. De rol die in de burgerlijke revoluties wordt gespeeld door de economische macht van de bourgeoisie, haar onderwijs, haar stadsbesturen en universiteiten, kan in de proletarische revolutie alleen worden vervuld door de partij van het proletariaat.”

Hier hebben we al de basisvisie van de bolsjewieken: de arbeidersklasse zou niet langer alleen een drijvende klasse moeten zijn, maar ook een zelfbesturende klasse, maar dit zelfbestuur kan niet door de hele klasse worden gerealiseerd, alleen door haar voorhoede. En voor zover deze moet worden opgevat als de bolsjewistische partij, komt ze historisch gezien niet eens voort uit de arbeidersbeweging, maar eerder uit de intellectuele beweging, en trekt ze alleen getalenteerde proletariërs definitief uit de fabriek om ze in zich op te nemen. Zo ziet dus ook Trotski het bolsjewisme als een specifieke opvoeding voor een specifiek type politieke organisatie, namelijk

“zo’n organisatie van de proletarische voorhoede waardoor een gewapende machtsgreep mogelijk wordt gemaakt”.

De taak van deze organisatie van de proletarische voorhoede, dus van de partij, is geheel gericht op de gewapende opstand.

“Maar al het voorbereidende werk heeft waarde voor zover het de partij, en in de eerste plaats haar leidende organen, in staat stelt het moment van de opstand te bepalen en de opstand te sturen. Want de taak van de communistische partij is de verovering van de macht, met als doel de maatschappij om te vormen.

Zo komt het oude idee van de “Narodnaya Volya”: “Alles voor het volk – door een deel van het volk” (de formule van de “Narodowolzi” zoals die zich onderscheidt van die van het oudere Narodniki: “Alles voor en door het volk”) terug in het Leninisme en bij Trotski, net als het andere oude idee dat de revolutionaire organisatie “de macht moet grijpen” en met haar hulp een “economische omwenteling” moet doorvoeren. Bij MARX en Engels daarentegen moet de staatsmacht alleen worden veroverd als het bastion van het kapitalisme, om de macht van de maatschappij te bevrijden van haar laatste politieke boeien.

Als de partij in de eerste plaats is georganiseerd voor de gewapende opstand, dan is het maar al te begrijpelijk dat Trotski schrijft: “Het belangrijkste middel voor de proletarische omwenteling is de partij.” Maar hoe was het in oktober 1917? Er waren twee tegengestelde opvattingen. Volgens de ene zou het als volgt moeten gaan

“De voorbereiding op de omwenteling en de omwenteling zelf zal worden gedaan door de partij en in haar naam en zal pas bij het slagen daarvan door het Sovjetcongres bezegeld worden”.

Na wat we hierboven hebben gelezen, zouden we kunnen denken dat deze opvatting die van Trotski was. In het geheel niet! Dit was Lenins visie op “de kunst van de gewapende opstand”. Op aanraden van Trotski accepteerde het Centraal Comité dit voorstel niet en ging het in overeenstemming met zijn opvatting te werk, die luidde:

“De opstand werd gekanaliseerd in het vaarwater van de Sovjets en agitatorisch verbonden met het tweede sovjetcongres.”

Trotski haastte zich er echter aan toe te voegen dat “dit conflict” tussen hem en Lenin “geen principekwestie was, maar eerder een technische kwestie”. Wij geloven hem graag en bestuderen zijn presentatie vooral met betrekking tot de rol die de raden naast de partij mogen spelen. We hebben al de indruk dat het leiden van de opstand in het vaarwater van de raden en de agitatorische verbinding met het tweede radencongres alleen bedoeld was om de machtsgreep van de partij te ‘camoufleren’. Inderdaad maakt Trotski hier in zijn verdere presentatie geen geheim van. Hij schrijft,

“dat de voorbereidingen voor de opstand werden verborgen onder de voorbereidingen voor het tweede sovjetcongres, onder het voorwendsel dat dit beschermd moest worden”.

Trotski kwam door een gelukkige zet op dit voorwendsel: namelijk een bevel van Kerenski om tweederde van de Petersburgse garnizoenstroepen naar het front te sturen, dat onder protest door de sovjet van Petrograd moest worden afgewezen, en om op 16 oktober het oorlogsrevolutionair comité te vormen, dat de troepen beval te blijven. Daarmee was de opstand reeds praktisch gewonnen, zoals Trotski terecht opmerkt, en het kan ook kloppen dat Lenin deze omstandigheid niet in zijn volle betekenis erkende, aangezien hij zich buiten Petersburg bevond.

“We hadden in werkelijkheid te maken met een gewapende, zij het bloedeloze, opstand van de regimenten van Petrograd tegen de tijdelijke regering, een opstand die werd geleid door het revolutionaire oorlogscomité en zogenaamd de taak had het tweede sovjetcongres te beschermen, waarop over het lot van de regering zou worden besliste.”

Deze “stille”, bijna “legale” opstand van 16 oktober zou het pas mogelijk maken om het tijdstip van de machtsovername aan te passen aan het moment van de bijeenkomst van het tweede sovjetcongres (25 oktober). Dit was alleen mogelijk door de dubbele regering, d.w.z. door het recht van de raden om besluiten van de voorlopige regering te toetsen en te herzien.

“Hiermee hadden we de feitelijke opstand van het Petrogradse garnizoen gemaskeerd met de tradities en gebruiken van de gelegaliseerde dubbele regering.”

Trotski misbruikte aldus de raden om de gewapende opstand van de bolsjewistische partij te maskeren, gebruikte “het raamwerk van de sovjetlegaliteit voor de bolsjewistische opstand”. “Met de leuze van strijd voor het tweede congres hebben we de wapens van het revolutionaire leger gewonnen en organisatorisch ingepast.” We leren tevens hieruit wat de bolsjewiki met een “leuze” bedoelen. Trotski komt op een veelzeggende manier nog eens terug op de “technische tweedeling” tussen hem en Lenin:

“De organisatie van de gewapende opstand onder het motto: de machtsgreep door de partij is één ding; de voorbereiding en de daaropvolgende daadwerkelijke uitvoering van de opstand onder de leuze: verdediging van de rechten van het sovjetcongres is iets heel anders.”

Dienovereenkomstig lijken een ‘motto’ en een ‘leuze’ net zo veel te verschillen als bijvoorbeeld de waarheid en de leugen. Trotski meldt echter dat het tweede radencongres niet alleen over het lot van de Voorlopige Regering moet beslissen, maar ook een oplossing moet brengen voor de kwestie van de macht. Betekent dit een erkenning van het radenstelsel, de intentie om de macht ervan te vergroten, om politieke beslissingen er aan over te laten? Trotski geeft een duidelijk en cynisch antwoord op deze vragen:

“De tijdelijke toenadering van de opstand en het tweede sovjetcongres betekende niet dat we enige hoop koesterden, hoe naïef (!; Huhn) ook, dat het congres uit eigen beweging over de kwestie van de macht zou beslissen. Zo’n fetisjisme van de sovjetvorm was ons volkomen vreemd.”

Maar misschien koesterden de soldaten, matrozen en arbeiders van Petersburg en Kronstadt zulke “naïeve hoop”? En misschien werden ze er zelfs in gesterkt door de “leuze”? Misschien is dat de reden waarom ook zij geloofden in wat de bolsjewieken pretendeerden, terwijl het zeer onwaarschijnlijk is dat de voorlopige regering dat geloofde, d.w.z. zoals Trotski beweert,

“Deze mensen geloofden eigenlijk dat het ons ging om sovjet-parlementarisme (!; Huhn), met het nieuwe congres dat zou resulteren in een nieuwe resolutie over de kwestie van de macht, naar het voorbeeld van de sovjetresoluties van Moskou en Petrograd.”

De raden, die volgens Trotski zowel in 1905 als in 1917 werden gevormd als de “natuurlijke vorm van organisatie” van de arbeiders- en soldatenbeweging, zijn daarom naar zijn mening en die van Lenin slechts organen van de strijd om de macht … van de partij. Zodra ze spontaan ontstaan, moeten ze dienen als podium voor de partij in dienst van de greep naar de macht:

“Men moet niet vergeten dat de sovjets zijn ontstaan ​​in de ‘democratische’ fase van de Russische revolutie, dat ze in dit stadium werden gelegaliseerd en dat ze vervolgens aan ons zijn overgegaan en door ons bruikbaar werden gemaakt.

Alleen “in het populaire bewustzijn waren de sovjets de dragers van de macht”, maar de bolsjewieken wisten wel beter. Wat als de raden zich niet lieten gebruiken? Dan konden ze onder gaan, dan werd – zoals Lenin deed in juli 1917 – er een “strijd” tegen hen gelanceerd, die gericht was “tegen het fetisjisme met betrekking tot de organisatievormen van de sovjets”. Trotski spreekt zelf over die grote nieuwe revolutionaire beweging van 1914/15, die zich waarschijnlijk niet volledig kon ontwikkelen vanwege het uitbreken van de oorlog, en hij schrijft erover:

“Maar er is veel voor te zeggen dat als de zegevierende revolutie zich verder had ontwikkeld op de weg die was geopend door de gebeurtenissen in juli van 1914 (stel je voor dat de vakbonden en de sociaal-democratie tegelijk een politieke massastaking in Duitsland zouden hebben georganiseerd! Huhn), zouden na de afschaffing van het tsarisme de revolutionaire arbeiderssovjets aan het roer zijn gekomen, die via de linkse ‘Narodniki’ (in het begin!) ook de boerenmassa’s naar hun kamp zouden hebben getrokken.”

Er kan dan ook geen twijfel over bestaan ​​dat Trotski zich volledig realiseerde dat elke revolutionaire beweging van de arbeidersklasse zich organisatorisch zal uitdrukken in de vorm van raden, die dan geconfronteerd zullen worden met de beslissing om “ofwel ten onder te gaan ofwel feitelijk de macht te grijpen”. Maar, zo benadrukt de bolsjewiek Trotski,

“Ze konden de macht niet grijpen in hun hoedanigheid van democratische coalitie van arbeiders en boeren, die uit vele partijen bestond, maar alleen door de proletarische dictatuur, die wordt geleid door één enkele partij …”

Wat als de raden zich niet door één partij laten leiden? Dan, legt Trotski uit, “zou de revolutie over onze partij heen zijn gegaan en zouden we ten slotte een opstand hebben gezien van de massa’s arbeiders en boeren zonder partijleiding“. En als een arbeider zou vragen: “En wat dan nog?”, dan zou Trotski hem “met andere woorden” zeggen dat dit een “catastrofe” zou betekenen. Misschien zal onze arbeider antwoorden: “Voor de partij!” Maar Trotski beweert:

“Zonder de partij, met voorbijgaan aan de partij, door een surrogaat van de partij, kan de proletarische revolutie nooit winnen. Dat is de belangrijkste les van het afgelopen decennium.”

Vandaag zien we terug op nog een paar decennia en zijn we tot de conclusie gekomen dat het altijd de partijen waren die de proletarische revolutie de overwinning uit handen hebben geslagen; en tegen de tijd dat Trotski de bovenstaande zinnen schreef, waren er al drie jaar verstreken na het belangrijkste Russische bewijs van deze stelling (Kronstadt). In Rusland was het juist de bolsjewistische partij die de arbeidersrevolutie likwideerde. De lessen van de geschiedenis vertellen ons dat de socialistische arbeidersrevolutie haar organisatieprincipe altijd in de vorm van raden tot uitdrukking heeft gebracht, en het is aan de andere kant Trotski die eist dat de sovjets “passend omgevormd” worden, d.w.z. “tot een flexibele, levende vorm van strijd” voor de partij die de macht grijpt, maar “niet als een organisatieprincipe dat de partij binnendringt en de natuurlijke ontwikkeling ervan verstoort“. Men zou nu eigenlijk aannemen dat Trotski genoeg zou hebben van de onvermijdelijke “ontaarding” van een vorm van politieke organisatie, die zich afsluit voor het radenprincipe. Maar we zien keer op keer dat Trotski “uiteindelijk” niets tegen heeft op het bolsjewistische principe van organisatie en het principe van de overheersing van de massa’s dan dat hij niet aan het hoofd er van staat.

Bron: Willy Huhn, Trotzki – der gescheiterte Stalin, 1952.

Wordt vervolgd

Vertaling: F.C.

[Toevoegingen van de redactie]

NOTEN VAN DE AUTEUR

1 Leo D. Trotzki, „Die wirkliche Lage“, aaO, p. 243.

2 Leo D. Trotzki, „Mein Kampf mit Stalin“, in: „Das Tagebuch“, X. Jhg. (1929), Heft 10 vom 9. März 1929, p. 377.

3 Schlesinger, „Das bolschewistische Rußland“, Breslau 1926, afgedrukt op p. 68/69.

Trotski als strateeg van de bolsjewistische staatsgreep

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s