Wat arbeiders in gele hesjes kunnen leren uit Iran

English version

FreeIranNewYork
Demonstratie in New York, jaar onbekend.  Iemand die zich opwerpt als ‘woordvoerder’ van de gele hesjes beweert dat deze beweging is geïnspireerd door de volksbewegingen die in 1979 een eind maakten aan het bewind van de Sjah.

Wat nou? Waren het arbeiders die in gele hesjes blokkades opwierpen bij wegen en energiecentrales?

Nee, zeker niet alle gele hesjes waren arbeiders. De beweging van de gele hesjes in Frankrijk is begonnen als een van het ‘volk’, waarin arbeiders op een hoop werden gegooid met leden van de middenlagen, kleine ondernemers en boeren. De beweging richtte zich tegen de verhoging van  brandstofprijzen door de regering Macron die de hele bevolking trof. Door Macron als verantwoordelijke aan te wijzen verbond de beweging van de gele hesjes de strijd aan een eis tot regeringswissel, nieuwe verkiezingen en wat wijzigingen van het politieke stelsel. Laatste ‘politieke’ eisen lieten de macht van de staat en het kapitaal onverlet. Ze waren deels ook geïnspireerd door ultrarechts dat hoopte ervan te profiteren door landelijk aan de macht te komen. De beweging van de gele hesjes was geen beweging voor eisen van de arbeidersklasse.

Maar naarmate de beweging zich uitbreidde, sloten steeds meer arbeiders zich er bij aan, vooral werklozen, gepensioneerden en scholieren en studenten uit arbeidersgezinnen. Deze groepering wordt bedoeld met ‘arbeiders in gele hesjes’. Zij hebben als deel van de arbeidersklasse met name aangehaakt bij de eis van een verhoging van het minimumloon (in het Frans ‘SMIC’). Daarmee ontstond een eigen proletarische dynamiek binnen de beweging van de gele hesjes die een heel andere richting insloeg dan de kleinburgerlijke doelen van de gele hesjes. Op het Spaanse blog Nuevo Curso (1) is terecht er op gewezen dat de arbeiders in gele hesjes daarmee hebben gereageerd op tientallen jaren van falen van de vakbeweging en de zogenaamde ‘arbeiders’-partijen (van PS en PCF tot trotskisten en maoïsten) om de arbeiders te verdedigen tegen de aanvallen op hun lonen, arbeidsvoorwaarden, werkgelegenheid, uitkeringen en voorzieningen. En zie, terwijl arbeiderseisen sterker naar voren kwamen, trok ultrarechts zich snel terug, en was Macron genoodzaakt om toezeggingen te doen. Voor het eerst in decennia boog de staat. Niet in antwoord op wat de gele hesjes betekenden, maar om een massale beweging van de arbeiders voor te zijn. Daarmee waren de arbeiders in gele hesjes een fase, een stap binnen een langer durende beweging, in wat de radencommunisten noemen ‘de beweging van de arbeiders’ tegen een ‘arbeidersbeweging’ die zich heeft aangepast aan het voortbestaan van het kapitalisme en de staat en deze verdedigt tegen de arbeidersstrijd. Het is voor het voortzetten van deze beweging van de arbeiders in Frankrijk en waar ook ter wereld, voor het aanbreken van een nieuwe fase van proletarische strijd tegen de aanvallen van het kapitaal, dat deze tekst tegenover het aflopen van de beweging van de gele hesjes, lessen probeert te trekken uit de strijd van de arbeiders in het Midden-Oosten en met name in Iran.

Hùh, leren van Iran?

Vele arbeiders in Frankrijk, en ook daarbuiten, denken dat de Franse arbeidersklasse de meest radicale en strijdvaardige ter wereld is. Blokkades en gevechten met de oproerpolitie lijken dat beeld te bevestigen. Dat is grotendeels de schijn waarmee met name de poststalinistische CGT en de straatvechters van Black Block verhullen hoe de vakbeweging in Frankrijk de strijd van de arbeiders verdeelt in die van verschillende sectoren, beroepsgroepen, regio’s en bedrijven. Wanneer deze verdeling de uitbreiding van de strijd heeft verlamd en de laatste strijdende arbeiders zijn afgemat, dienen gevechten met de oproerpolitie, en zo mogelijk rechtszaken tegen ‘gewelddadige’ arbeiders, om de strijd een einde te bereiden. De blokkades van de gele hesjes en de straatgevechten met de oproerpolitie lijken dit beeld van een radicaal proletariaat in Frankrijk te bevestigen. Wanneer we echter de strijd in Iran en die in Frankrijk met elkaar vergelijken zien we enkele opvallende verschillen.

Enkele opvallende verschillen

Terwijl de strijd van de gele hesjes in Frankrijk begon als een beweging ‘van het volk’, van de middenklassen, waarbij arbeiders zich aansloten, was het in Iran omgekeerd een stakingsbeweging van oliearbeiders in Iraaks Koerdistan die naar Iran oversloeg naar de bedrijven en die tenslotte de proletarische jeugd in alle grote en kleine steden de straat op bracht om leuzen tegen de oorlog te schreeuwen. Een tweede verschil was dat de rellen in Iran van begin af aan een politiek karakter aan door zich tegen zowel de ‘hervormingsgezinden’ als tegen de ‘conservatieven’ binnen de staat te richten. Bij de verkiezingen van 2009 sleepten voor ‘hervormingen’ manifesterende delen van de middenklasse nog arbeiders mee in een interne fractiestrijd van het kapitaal. In rellen van 2017/2018 was voor het eerst sinds de bewegingen die leidden tot de val van de sjah in 1979 dat de arbeiders van Iran als zelfstandige klasse optraden en in het vervolg daarop delen van de middenlagen, van winkeliers tot boeren, en categorieën zoals studenten en vrouwen in beweging brachten. Zolang de mobilisatie in stand bleef werd de Basij-politie in een kat-en-muis spel via sociale media misleid en vaak gedwongen zich terug te trekken. Het regime durfde de zwaar bewapende Revolutionaire Wachters niet in te zetten.

Ook in latere stakingsbewegingen in Iran en in Jordanië zien we dat de bewegingen in bedrijven (stakingen) en op straat elkaar afwisselen. Dit naar gelang de mogelijkheden die massale strijd biedt om de repressiekrachten op straat te weerstaan. De straat is de uitgelezen plaats om steun te vinden bij andere arbeiders en de bevolking in het algemeen. Daarentegen zien we in Frankrijk dat de bedrijfsarbeiders vrijwel geheel ingekapseld zijn door de staatserkende vakbeweging. In de stakingen van de suikerarbeiders van Haft Tapeh speelt een ‘vrije vakbond’ een geringe rol, maar de kracht ging toch vooral uit van de Algemene Vergaderingen (AV) van stakers die op zijn minst hun woordvoerders van het stakingscomité tolereerden, misschien zelfs verkozen hebben. In de strijd bij Haft Tapeh werden – ondanks bepaalde beperkingen – door de AV en een comité het gebrek aan organisatie overwonnen waardoor de protesten op straat van december 2017/januari 2018 waren doodgebloed. Het is dus niet alleen het bestaan van politieke eisen, maar ook van deze vorm van organisatie, en de voorstellen voor de oprichting van een Shora (arbeidersraad) die de strijd Iran heel wat betere vooruitzichten bieden dan die in Frankrijk, waar de vakbond nog een stevige greep heeft op de arbeiders.

Een beperking die zowel de arbeiders in het Midden-Oosten als die in Frankrijk (en andere landen met een langere industriële geschiedenis) nog moeten overwinnen is die van de eenmaking van de strijd van de niet-werkende proletariërs (jongeren, werklozen, gepensioneerden) en van de werkende arbeiders. In Tunesië en in Zuid-Irak is het voorgekomen dat werklozen naar bedrijven trokken en werk eisten. In Zuid-Irak waren dat gedeeltelijk gedemobiliseerde soldaten (uit de strijd tegen Islamitische Staat). Stakende arbeiders kunnen in de toekomst werklozen opnemen in hun bedrijven, ze laten deelnemen aan hun AV-en, of aan hun Arbeidersraad toevoegen via vertegenwoordigers van AV-en van niet-werkenden. Uiteraard niet om zich in de bedrijven op te sluiten, maar om massaal de straat op te gaan en de repressie te trotseren. Het hoeft geen toelichting dat ex-soldaten van belang zijn bij wat dan snel verandert in een gewapende strijd ter verdediging tegen de repressie, uiteindelijk ter vernietiging van de staat. De revolutie is echter geen uitsluitend of voornamelijk militaire kwestie, het is de bewuste zelfbevrijding van een productieve klasse die de toekomst in zich draagt van productie en distributie in dienst van de behoeften van de bevolking, zonder winstoogmerk, zonder kapitaal en geld. Daarbij past het om stakende bedrijven ten behoeve van de de volks- en arbeiderswijken weer op gang te brengen en te zorgen voor voedsel, openbaar vervoer en energie. Dat is ook de manier om de aarzelende middenlagen te winnen voor de revolutie.

Wat niet en wat wel

Tot zover wat lessen zouden kunnen zijn uit de strijd in Frankrijk en in het Midden-Oosten. Het zal duidelijk zijn dat vooruitgang van de arbeidersstrijd geen mechanisch proces is. De weg is nog lang. In het Midden-Oosten zagen we in 2018 vijf golven van mobiliseringen (2). Internationaal zullen nog vele golven van strijd en van neergang, zelfs van nederlaag, volgen. Arbeidersstrijd komt niet automatisch voort uit de crisis, uit de oorlog of uit de repressie. Het klassebewustzijn is evenmin het resultaat van een ingreep van buitenaf. Het kan niet omzeild worden door handige leuzen, door putsch-tactieken of door concessies aan de burgerlijke ideologie binnen de arbeidersklasse. De lessen uit de klassenstrijd moeten op massaniveau getrokken worden, in onderlinge gesprekken en in de strijd zelf. De meest bewuste en meest strijdbare arbeiders, die samen de voorhoede zullen vormen, spelen in dat proces een doorslaggevende rol, samen met die delen van revolutionaire minderheden die in staat zijn om de historische lessen van de internationalistische communistische linkerzijde van Italië, Spanje, Duitsland, Nederland enz. uit de revolutionaire arbeidersstrijd van 1917-1923 te integreren in de huidige praktijk van de arbeidersstrijd. De verbinding tussen de voorhoede binnen de arbeidersklasse en huidige kleine revolutionaire groepen, kan het beste gelegd worden binnen kernen van revolutionair gezinde bedrijfsarbeiders en werklozen, zoals die in het verleden gevormd zijn door de communistische linkerzijdes (3). De arbeidersstrijd in het Midden-Oosten in antwoord op de gevolgen van de economische crisis en de imperialistische oorlogen heeft in 2018 een begin laten zien van zelfstandigheid als arbeidersklasse, zowel in gestelde de eisen en doelen, als in de organisatie en in de internationale uitbreiding. Daarmee herontdekt het internationale proletariaat de massastrijd die de linkerzijdes beschouwden als kenmerkend voor de nieuwe periode van het kapitalisme, die van het imperialisme, en van de noodzaak en de mogelijkheid van een proletarische wereldrevolutie waarin de arbeidersmassa’s het kapitalisme omverwerpen en een communistische maatschappij doen ontstaan.

Het openlijk door staatsterreur onderdrukte proletariaat van Iran kon de vormen en de inhoud van de massastrijd gemakkelijker herontdekken dan het geval was in Frankrijk en andere oudere industrielanden waarin de dictatuur van het kapitaal zich verbergt achter democratische misleidingen, waarin de staat via zijn tentakels van de vakbeweging de arbeidersklasse in zijn greep houdt en waarin de burgerlijke ideologie het denken en doen van de arbeiders beheerst. Dit verschil in uitgangssituatie is vergelijkbaar met het betrekkelijke gemak waarmee de arbeiders in Rusland in 1917 tot zelfstandig optreden als revolutionaire klasse kwamen, en de problemen van de revolutie in Duitsland en andere industrielanden. De strijd in de oude industrielanden is moeilijker, langduriger en diepgaander. De linkscommunistische groep IGCL heeft er op gewezen welk gevaar zich nu al in in de oude industrielanden aftekent en dat zal verergeren wanneer de arbeidersstrijd niet doorzet en daarna ten onder gaat: de identificatie van arbeiders met het ‘volk’, de verzameling van arbeiders achter de burgerlijke vlag van het nationalisme. Het zijn met name de linkspopulistische post-stalinisten van Mélenchons ‘La France insoumise’, van Wagenknechts ‘Die Linke” en ‘Aufstehen’ in Duitsland, in Nederland vergelijkbaar met de SP, die met nationalistische slogans en ‘kritische’ stellingname tegen migranten de concurrentie om de kiezer aangaan met populistisch ultrarechts. Alles naar het voorbeeld van de nationalistische campagnes van Comintern (4).

Fredo Corvo, 31-12-2018

Noten

(1) Nuevo Curso De gele hesjes demobiliseren… nou en?

(2) Iran: Wat na de repressie tegen de arbeiders van Haft Tapeh en de staalarbeiders in Ahvaz?

(3) De groep ‘Proletenstemmen’, min of meer verbonden aan de Groep(en) van Internationale Communisten (GIC) in de jaren 1930 bestond uit werklozen die bij stakingen naar de bedrijven trokken en hielpen de strijd uit te breiden. Zie GIC Stellingen omtrent revolutionaire bedrijfskernen, partij en dictatuur. De Italiaanse Linkerzijde kende bedrijfsgroepen met een vergelijkbare functie.

(4) Zie IGCL Communique on The Social Revolt in France (December 2nd 2018) en Ph. Bourrinet De arbeidersraden in Duitsland 1918-23 (deel 2).

Wat arbeiders in gele hesjes kunnen leren uit Iran

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s