Ieder naar zijn behoeften, ieder naar zijn mogelijkheden

Vervolg op De sociale revolutie.

luilekkerland
Luilekkerland

Ieder naar zijn behoeften

De individuele arbeidstijd als maatstaf voor het aandeel van het individu in het product van de maatschappelijk gemiddelde arbeidstijd is niet een tekortkoming van een overgangsmaatschappij in vergelijking met het volmaakte communisme, maar veeleer de economische vorm waarmee de “associatie van vrije en gelijke mensen” het communistische principe “Iedereen naar zijn mogelijkheden, iedereen naar zijn behoeften” van een holle frase maakt tot een grondbeginsel op een economische grondslag.

De “associatie van vrije mensen” is geen luilekkerland. Ook hier geldt het rijk van de noodzaak in die zin dat alleen datgene wat in het kader van de maatschappelijke arbeidsverdeling is geproduceerd, kan worden geconsumeerd. Daarom vereist de reproductie van de maatschappij dat de arbeid die noodzakelijk is voor de bevrediging van de behoeften planmatig wordt georganiseerd en gerealiseerd in een maatschappelijke arbeidsverdeling. Met andere woorden: Degene die wat betreft zijn consumptie niet overeenkomstig de daarvoor maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd deelneemt aan de productie, veronderstelt dat andere leden van de maatschappij de nodige arbeidsproces voor hem verrichten. In bepaalde gevallen zal daarover zeker een maatschappelijke consensus bestaan, bijvoorbeeld in verband met kinderopvang, onderwijs en gezondheidszorg of ouderenzorg. Om de economische reproductie van de maatschappij te verzekeren, moeten de voor deze algemene diensten vereiste werkzaamheden, net zoals de uitgaven voor diverse investerings- en reservefondsen, in mindering worden gebracht op de voor individuele consumptie beschikbare arbeidstijdrekeningen. De uitbetalingsfactor met betrekking tot de individuele arbeidstijdrekeningen zal bijgevolg steeds kleiner worden naarmate de aftrek voor het maatschappelijke fonds toeneemt.

Voor de berekeningen in de totale productie is het niet relevant of er veel of weinig gebieden zijn waarvoor er een sociale consensus bestaat dat “nemen naar behoefte” moet worden gerealiseerd zonder dat er een economische maatstaf wordt aangelegd. Als de productie eenmaal is geordend, is het denkbaar dat de distributie steeds meer wordt vermaatschappelijkt, zodat voedsel, passagiersvervoer, huisvesting etc., kortom: de bevrediging van de algemene behoeften, op deze grondslag kunnen komen te staan. Deze ontwikkeling is een proces dat, wat de technische kant van de taak betreft, snel kan plaatsvinden. Hoe meer de maatschappij in deze richting groeit, hoe meer producten er volgens dit principe worden gedistribueerd, hoe minder de individuele arbeid de maatstaf zal zijn voor het individuele consumptie. Met de voortschrijdende socialisatie van de distributie is de arbeidstijd dan slechts een maatstaf voor het deel van het maatschappelijke product dat nog individueel moet worden gedistribueerd. (69) De doorslaggevende vraag is echter in hoeverre een uitbreiding van de distributie zonder economische maatstaf überhaupt gepast is. In de “associatie van vrije mensen” staan de behoeften op basis van de gegeven productiviteit uiteindelijk ook in verhouding tot de benodigde besteding van tijd, d.w.z. tot de individuele bereidheid om hiertoe aan de productie deel te nemen. Zonder informatie over de maatschappelijke bestedingen die verband houden met het voorwerp van de behoeften, is een redelijke afweging of de bestedingen überhaupt in verhouding staan tot de opbrengst, niet mogelijk. Als de leden van de maatschappij niets weten over de inspanningen die nodig zijn voor het voortbrengen van de verschillende producten en diensten, rest hen slechts hun subjectieve behoefte als maatstaf ter beoordeling of ze iets willen of niet. Ook de vraag hoeveel ze willen werken, kan zonder de economische maatstaf van de arbeidstijd de relatie tussen inspanning en resultaat niet worden bepaald. Wat dan overblijft als beoordelingscriterium, zou zijn de behoefte om te willen werken. De arbeidstijd als maatstaf voor het deel van het maatschappelijke product dat individueel kan worden geconsumeerd, staat dus niet haaks op de bevrediging van de behoeften, maar is een middel tot rationele afweging. Alleen met behulp van de bedrijvenboekhouding kunnen op een economische manier de middelen in dienst gesteld worden van het doel. Dit geldt voor de organisatie van de productie, die niet zonder de bepaling van de maatschappelijk noodzakelijke arbeidstijd kan, maar ook voor de rationele afweging van hoe om te gaan met de resultaten van de gezamenlijke productie. Zelfs in het geval van infrastructuurdiensten die voor ieder noodzakelijk zijn, zoals water en elektriciteit, zou het geen zin hebben om het zonder deze informatie te stellen.

Het contrast tussen behoefte en noodzakelijke arbeid wordt niet veroorzaakt door de arbeidscertificaten, maar door de natuur zelf. Het rijk van de vrijheid begint pas daar waar de noodzaak van de arbeid eindigt. Door de systematische onthulling van het verband tussen behoefte en noodzakelijke arbeid roept de maatschappij geen tegenstelling op. Integendeel: wanneer haar leden zelf willen beslissen over arbeid en consumptie overeenkomstig hun behoeften, kan een maatschappij er niet omheen het verband tussen inspanningen en resultaten bekend te maken aan de leden van de maatschappij door middel van de berekening van de arbeidstijd en hun persoonlijk aandeel in de arbeid en de consumptie. De “asssociatie van vrije mensen” zou haar naam niet waarmaken als ze de materiële basis zou negeren die haar in staat stelt om productie en distributie zelf te sturen en te beheren. Distributie zonder economische maatstaf betekent niet “nemen naar behoefte”, maar toewijzing door een bovengeschikte instantie.

De vereniging van vrije en gelijke mensen voorkomt systematische uitbuiting door het afdwingen van de individuele werktijd als maatstaf voor het aandeel in het product van gemeenschappelijke arbeid. In welke vorm de arbeidstijd als directe maatstaf voor het individuele deel van het te consumeren maatschappelijke product wordt toegepast, is daarentegen geen zaak van de grondbeginselen van de communistische productie en distributie, maar als bewuste handeling van de maatschappij een concrete regeling met betrekking tot het inzicht van de leden van de maatschappij in de noodzakelijkheden van hun coöperatieve samenwerking in de productie. Zij kunnen het bijvoorbeeld laten bij het verstrekken van informatie over werkroosters en vertrouwen op de redelijke behandeling van deze informatie. Zij kunnen ook een gebrekkige individuele deelname aan de arbeid in relatie tot de consumptie aangrijpen als aanleiding tot kritiek, of de toegang tot consumptiemiddelen op bepaalde gebieden beperken. Dit laatste zal onvermijdelijk zijn in een communistische maatschappij die zich niet op eigen grondslag heeft ontwikkeld, maar integendeel “voortkomt uit de kapitalistische maatschappij zelf en die daarom in alle opzichten, economisch, zedelijk en verstandelijk, nog de moedervlekken van de oude maatschappij draagt, uit wier schoot deze is ontsproten.” (1) Hier krijgt de individuele producent – na aftrek van zijn arbeid voor het gemeenschappelijk fonds – terug wat hij heeft gegeven, het deel van de maatschappelijke arbeidsdag dat hij heeft geleverd, zijn aandeel daarin.

Ieder naar zijn mogelijkheden

“Waarom zou een secretaresse in het kantoor hiernaast slechts 30 minuten betaald krijgen van elk uur dat ze werkt, terwijl aan deskundigen twee uur wordt betaald voor elk uur dat ze werken? De secretaresses en schoonmaaksters zouden al snel zeggen: Genoeg is genoeg! Wat voor socialisme is dit, waarbij één van jullie evenveel waard is als vier van ons?” (2)

Er wordt tegen de arbeidstijdrekening het bezwaar gemaakt dat zij ongeschikt zou zijn als economische berekeningswijze, omdat het niet mogelijk is om arbeid van verschillende kwaliteiten via deze berekening te waarderen. Men kan toch “niet de arbeider die een uur van de eenvoudigste arbeid heeft verricht, het recht geven om het product van een uur hooggekwalificeerde arbeid te consumeren”? (3)

Maar dat is precies wat de “associatie van vrije mensen” kan en moet doen. In een coöperatieve productieverhouding krijgt een eenarmige producent voor zijn arbeid hetzelfde aandeel van het maatschappelijk product als de twee-armige producent. Hoewel dit op basis van de kapitalistische waardeberekening onrendabel is, is het op communistische grondslag van de berekening van de arbeidstijd wel economisch. Volgens de kapitalistische waardeberekening is het ook economisch om een wereldwijde inkooplogistiek op te bouwen om producten die aan de ene kant van de wereld worden geconsumeerd te laten produceren in zogenaamde lagelonenlanden aan de andere kant van de wereld. Deze efficiënte toewijzing van middelen volgens de kapitalistische economische berekening is een verspilling van middelen op basis van de berekening van de communistische arbeidstijd. Aangezien de “associatie van vrije mensen” geen onderscheid maakt tussen inferieure en superieure arbeiders, is er geen sprake van een verkeerde toewijzing van de productiemiddelen. Hier wordt sociale rijkdom niet in onderlinge concurrentie, maar in samenwerking met elkaar geproduceerd en geconsumeerd.

In de kapitalistische maatschappij is “de arbeidskracht (…) een waar, niet meer en niet minder dan de suiker. De eerste meet men met de klok, de andere met de weegschaal. (…) Dezelfde algemene wetten nu, die de prijs van de waren in het algemeen regelen, regelen natuurlijk ook het arbeidsloon, de prijs van de arbeid. Het loon voor de arbeid zal nu eens stijgen, dan weer dalen, overeenkomstig de verhouding van vraag en aanvoer, overeenkomstig de concurrentie tussen de kopers van de arbeidskracht, de kapitalisten, en de verkopers van de arbeidskracht, de arbeiders. De schommelingen van de warenprijzen in het algemeen komen overeen met de schommelingen van het arbeidsloon. Binnen deze schommelingen echter zal de prijs van de arbeid bepaald worden door de productiekosten, door de arbeidstijd die nodig is om deze waar, de arbeidskracht, voort te brengen. Wat zijn nu de productiekosten van de arbeidskracht? Dat zijn de kosten die nodig zijn om de arbeider als arbeider in stand te houden en om hem tot arbeider op te leiden. Hoe minder opleidingstijd een arbeid dus vereist, des te geringer zijn de productiekosten van de arbeider, des te lager is de prijs van zijn arbeid, zijn arbeidsloon. In de takken van industrie waar bijna geen leertijd nodig is, en het eenvoudig fysieke bestaan van de arbeider voldoende is, beperken de voor zijn voortbrenging noodzakelijke productiekosten zich bijna geheel tot de waren die nodig zijn om hem in leven en in staat om te werken te houden. De prijs van zijn arbeid zal dus worden bepaald door de prijs van de noodzakelijke levensmiddelen.” (4)

Met de vermaatschappelijking van de productiemiddelen daarentegen wordt het onderhoud van het materiële deel van het productieapparaat en de reproductie van de arbeidskrachten een maatschappelijke functie. Ze wordt niet langer opgelegd aan het individu, maar wordt gedragen door de maatschappij. Het onderwijs is dus niet langer gebonden aan de portemonnee van de ouders, maar uitsluitend afhankelijk van de aanleg en de lichamelijke gesteldheid van het kind. In de “associatie van vrije mensen” wordt het algemeen onderwijs van het kinderdagverblijf en de basisschool tot de universiteit door de maatschappij zonder enige economische maat ter beschikking gesteld volgens het principe “nemen wat nodig is”. Net zoals de uitgaven voor fundamenteel onderzoek niet ten laste van individuele producten worden gebracht, maar slechts de omvang van de individuele arbeidstijdrekeningen verminderen, worden ook de uitgaven voor algemeen onderwijs georganiseerd als een maatschappelijke dienstverlening ten laste van iedereen. In de communistische maatschappij heeft het daarom economisch geen zin om wat volgens het algemene onderwijsstelsel hoger gekwalificeerde arbeid is op een andere manier aan het product toe te wijzen, dan minder gekwalificeerde arbeid. Aangezien de scheiding tussen arbeid en productiemiddelen is opgeheven en arbeid dus geen handelswaar meer is, is er geen sprake meer van reproductiekosten van arbeid. Het maatschappelijk product dient alle leden van de maatschappij in gelijke mate om aan hun behoeften te voldoen. Bij de berekening van de productietijd kunnen de bestede arbeidsuren dus worden meegerekend in hun werkelijke hoeveelheid, terwijl elke arbeider het werkelijke aantal van zijn arbeidsuren minus de arbeidstijd voor de gemeenschappelijke fondsen aan het maatschappelijk product onttrekt.

Maar wie zal op basis van hetzelfde aandeel van het maatschappelijk product, bereid zijn om het minder aangename werk te doen?

In het kapitalisme wordt de verdeling van de noodzakelijke arbeid gereguleerd in het kader van verschillende lonen, waaronder diverse toeslagen voor verzwarende omstandigheden, in wezen door het feit dat de werknemers zonder productiemiddelen op de arbeidsmarkt onderling concurreren voor werkgelegenheid en zo voor hun levensonderhoud. Wie geen nut heeft voor de eigenaren van productiemiddelen, leeft als werkloze op het bestaansminimum naast de rijkdommen van de maatschappij, en buiten de rijkste industrielanden ter wereld, zelfs onder het minimum. Op basis hiervan is de concurrentie op de markt via vraag en aanbod zodanig dat zelfs voor de laagste lonen het meest vuile werk wordt gedaan. In de “associatie van vrije mensen”, waar niemand gedwongen wordt om uit noodzaak bijzonder gevaarlijk of onaangenaam werk voor anderen te doen, moeten extra inspanningen worden geleverd om de noodzakelijke hoeveelheid werk te automatiseren, om het aangenamer te maken of om het zo kort mogelijk te houden.

Investeringen in machines en installaties om het werk te vergemakkelijken of te automatiseren hebben in de markteconomie alleen zin als de verhouding tussen de investering en het verwachte bedrijfsresultaat de moeite waard is voor de eigenaar van het productiemiddel in vergelijking met alternatieve investeringen. Als de arbeidskosten voor de onderling concurrerende arbeidskrachten geringer zijn dan de investering in machines, is de automatisering voor de bedrijven niet rendabel. Voor de beslissing hoe het werkproces te organiseren, zijn de arbeidsinspanningen en de fysieke slijtage van de producenten niet doorslaggevend. In de “associatie van vrije mensen”, waar degenen die het werk doen ook zeggenschap hebben in de beslissing of en hoe het werk wordt gedaan, is de situatie heel anders. Wanneer er geen “ minderwaardige” arbeiders of hele “lagelonenlanden” beschikbaar zijn, kan de noodzakelijke inspanning voor de gewenste consumptiegoederen niet op andere mensen worden afgewenteld, maar moet deze gezamenlijk worden gedragen. Het gebrek aan bereidheid om bepaalde taken op zich te nemen maakt de leden van de maatschappij dan ook meteen duidelijk dat een hogere maatschappelijke bijdrage nodig is om het werk te doen dat nodig is voor de gewenste resultaten.

Om de bereidheid te vergroten om onpopulair werk aan te nemen, zijn er verschillende mogelijkheden afhankelijk van het soort taak: onveilige werkomstandigheden kunnen veiliger worden gemaakt, onpopulaire werktijden kunnen worden opgeheven, eenzijdige taken kunnen leuker, interessanter of veeleisender worden gemaakt. Aangezien een onaangename taak aangenamer wordt wanneer er minder tijd aan moet worden besteed, kan zelfs een andere weging van bepaalde taken worden overwogen. Als er niet genoeg vrijwilligers zijn voor een bepaald werkgebied, zal het gewicht van deze taken worden verhoogd. “De bijdragen aan een project worden dus niet enkelvoudige in arbeidstijd gemeten, maar in gewogen arbeidstijd. … Een dergelijk systeem voor het wegen van taakzwaarte zorgt ervoor dat alle relevante taken worden uitgevoerd en dat alle projectleden kunnen beslissen op basis van hun voorkeuren – niemand wordt gedwongen om iets te doen of niet te doen.” (5)

Natuurlijk zou het ideaal zijn als iedereen op elk moment elke functie zou kunnen overnemen. In een geïndustrialiseerde wereld is dit echter niet realistisch vanwege de veelheid aan functies en de complexiteit van de taken. In de “associatie van vrije mensen” kan niet iedereen piloot worden, en zelfs niet in een door de producenten georganiseerde elektriciteitscentrale, in een hoogoven of in een raffinaderij … zo maar doen wat hem te binnen schiet. In principe kan iedereen op alles solliciteren. Of de andere leden van de maatschappij hem voor bepaalde taken het nodige vertrouwen schenken, wordt echter door hen bepaald in een sollicitatieprocedure, vergelijkbaar met die in de markteconomie. Op dit punt zou het “absurd zijn om te spreken over het principe van autoriteit als een absoluut slecht principe en over het principe van de autonomie als een absoluut goed principe.” (6) Wanneer de grondslag vervalt voor het berekenen van de voordelen van goedkope arbeid en arbeidsvoorwaarden, worden een zo uitgebreid mogelijke opleiding en vermogen om een breed scala aan activiteiten op zich te nemen, alsmede de aantrekkelijke vormgeving van de verantwoordelijkheidsgebieden een vanzelfsprekend voordeel en belang voor alle leden van de maatschappij.

Noten

1 Karl Marx, Kritiek op het programma van Gotha.

2 W. P Cockshott, A. Contrell, Alternativen aus dem Rechner. Für sozialistische Planung und direkte Demokratie, PapyRosa Verlag 2006, S. 65.

3 Ludwig von Mises, Die Gemeinwirtschaft. Untersuchungen über den Sozialismus, Jena Verlag von Gustav Fischer, 1922, S. 147.

4 Marx/Engels, Loonarbeid en kapitaal.

5 Christian Siefkes, Beitragen statt tauschen, S.29f. / S. 155ff.

6 Friedrich Engels, Von der Autorität, MEW Bd. 18, S. 307.

BRON

Hermann Lueer FUNDAMENTAL PRINCIPLES OF COMMUNIST PRODUCTION AND DISTRIBUTION.

VERDER LEZEN

Basisteksten marxisme-radencommunisme:

Ieder naar zijn behoeften, ieder naar zijn mogelijkheden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s